48

Freddie zat in zichzelf te mokken, hij was het er niet mee eens. Zijn gezicht stond vol ongeloof.
Santoz zag er niet vrolijker uit. Zijn gezicht stond op zeven dagen onweer en hij had rode vlekken in zijn nek. Zo had Esther hem nog nooit gezien en kon eruit opmaken dat hij echt heel erg boos moest zijn. Ze knipperde even met haar ogen en liep naar Erik toe.
Erik probeerde een brok in zijn keel weg te slikken maar het lukte niet. Met angst in zijn ogen keek hij naar Esther, ze ging toch niet álles vertellen? Esther kwam naast hem staan en legde haar hand op zijn schouder. Voor een korte tijd keek ze iedereen even aan. Erik probeerde subtiel aan haar broek te trekken, haar een seintje te geven dat ze haar mond moest dicht houden, maar Esther gaf hem een bemoedigende knipoog en begon te spreken.

"Jullie kennen hem niet, maar dit is mijn..." Zou ze hem nu 'kennis' noemen? Nee, zo voelde het niet, hij was in die korte tijd gewoon echt wel een vriend geworden, en misschien wel meer dan dat. "Dit hier is een vriend van mij, Erik Korteweg," ging ze verder. "Waarschijnlijk zullen jullie wel schrikken, maar het zit genuanceerder in elkaar dan het op het eerste gezicht lijkt. Erik werkt bij Saroma en is een van de opdrachtgevers voor het produceren van die gezondheidsstenen."
Santoz kon zich niet meer bedwingen en stoof van zijn stoel op. Esther kon nog net tussen Santoz en Erik in springen anders had hij hem bij zijn keel gegrepen. "Jij vuile ellendeling!" spuwde Santoz eruit. Erik deinsde achteruit.
"Nee Santoz, je begrijpt het niet!" riep Esther, terwijl ze Santoz probeerde tegen te houden Erik in elkaar te tremmen, want zo leek het er wel op. Santoz was in alle staten. "Dus jij bent de opdrachtgever voor het maken van die troep! Weet je wel wat je hebt aangericht? Jij en die truus daarzo," hij wees met een priemende vinger naar Janine die ineen dook van schrik. Santoz zag er behoorlijk angstaanjagend uit nu hij zo boos was, nee eerder woest.
"Santoz!" riep Esther wanhopig, nog altijd met haar handen tegen zijn schouders drukkend, "Erik is juist aan onze kant! Hij is er ook in ongewilt in meegesleurt."
"Door wie dan in godsnaam?" schreeuwde Santoz.
"Ga alsjeblieft zitten, meneer Santoz," zei Manon vanuit haar bed, "Esther zal het je allemaal wel uitleggen, denk ik." Ze keek haar vriendin even onzeker aan. "We hebben er niets aan om nu ook nog eens ruzie te gaan maken."
"Ja Santoz," zei Esther, "ik weet dat het je hoog zit, maar ga nog even zitten dan leg ik je alles uit."
Santoz deed zijn armen over elkaar en bleef staan. "Nou vertel maar dan," zei hij op een dwingende toon.
Esther beet even op haar lip voor ze verder ging. Ze hoopte maar dat Santoz geen gekke dingen zou gaan doen als hij het hele verhaal gehoord had. "Erik werkt, zoals ik al zei voor Saroma, en is een van de opdrachtgevers voor het maken van die gezondheidsstenen van SaMeCo. Echter, ook hij is min of meer gedwongen om hier aan mee te werken, door zijn eigen opdrachtgever, je zou kunnen zeggen: de hoofdschuldige in deze zaak. Erik, vertel het zelf maar." Ze keek hem verwachtingsvol aan, maar Erik keek terug met een trillende lip.
Nee, nee, nee, dacht Erik, als ik alles vertel zal dit mijn laatste dag op aarde zijn, het word mijn dood.
"Eh.." stotterde Erik. Waar was zijn zelfverzekerdheid gebleven? Esther zag dat hij bloednerveus was.
"Erik luister," zei Esther, terwijl ze haar hand op zijn schouder legde, "we staan aan jouw kant, we zijn er om je te helpen! Je kan gewoon vertellen wat je weet."
"Je begrijpt het niet!" siste Erik, "Als ik vertel wat ik weet zullen ze achter me aan komen, Joe staat me buiten op te wachten, ik heb hem me zien volgen. Ik kom sowieso niet zonder kleerscheuren hier ooit weg uit dit ziekenhuis, en als ik hier mijn mond voorbij praat zal ik het niet meer na kunnen vertellen." Met grote, angstige ogen keek hij haar aan.
Esther slikte een brok in haar keel weg. Het was gevaarlijk, dat wist ze, maar ze had een plan, en die zou moeten lukken. Dat moest. "Niet bang zijn Erik, ik heb mijn voorzorgsmaatregelen getroffen. Jij gaat sowieso niet weg uit dit ziekenhuis, jij blijft een tijdje hier."
Nu fronste Erik met zijn wenkbrauwen. "Wat bedoel je?"
"We hebben een plan om die maniak van een baas van je achter de tralies te krijgen, dat wil jij toch ook? Maar dan moet je wel meewerken, zonder jou kunnen we niks beginnen."
Nu stond Wouter op. "Inderdaad meneer Korteweg, met uw medewerking kunnen we degene die verantwoordelijk is voor die gevaarlijke gezondheidskettingen en de vervuiling van het water in de Remmervaart arresteren en zijn verdiende straf geven. U hoeft niet bang te zijn voor represailles, u krijgt permanente politiebewaking. U zal niets overkomen."
Erik luisterde aandachtig maar was er nog steeds niet gerust op. Hijzelf had ook geen schone handen, hij was indirect ook verantwoordelijk geweest voor al deze ellende. Ongetwijfeld zouden er voor hem ook nog consequenties aan vast zitten. "Nee, sorry. Ik kan hier niet aan mee werken," zei hij onvast. "Ik heb nog erg veel te doen, ik eh... moet nu gaan." Erik stond op om het ziekenhuis te verlaten, misschien via een achterdeur, of een andere uitgang, zodat hij Joe niet tegen zou komen.
Esther keek verbouwereerd en bleef als versteend staan. Dat kon niet worden gezegd van Santoz, die stoof op van zijn stoel en greep Erik bij zijn kraag. "Nou dat dacht ik niet!" sneerde hij hem fel toe, "jij gaat nergens naar toe." Santoz sleepte Erik mee en duwde hem weer terug in zijn stoel. Met zijn armen over elkaar keek hij Erik strak aan. "Jij gaat hier eens precies en haarfijn uitleggen wat je allemaal gedaan hebt en wat hier allemaal aan de hand is anders hoef je niet op Joe te wachten om in een rolstoel te belanden, maar zal ik daar zelf hoogstpersoonlijk voor zorgen!"

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top