49
Nu was het Raoul die naar Santoz toe liep. Ook al kenden ze elkaar niet, toch had hij het gevoel dat hij even moest inspringen. "Luister meneer Santoz," begon Raoul.
"Joh, hou toch eens op met dat ge-meneer Santoz!" riep Santoz geirriteerd. "Punt één ben ik Meneer Antonio, en punt twee noem me dan gewoon bij mijn voornaam. Gewoon 'Santoz' - dat laatste articuleerde hij met duidelijke stem.
"Sorry - Santoz," zei Raoul terwijl hij zich herstelde, "Esther heeft me een en ander de doeken gedaan over hoe de vork werkelijk in de steel zit en ik kan u verzekeren dat Erik hier," en hij wees kort naar hem, "een goeie man is die net zoveel de dupe is van het wangedrag van zijn baas als jij en ieder ander."
"Nou dat wil ik dan wel eens uit zijn mond horen," bitste Santoz, en hij keek nog steeds vol vuur naar Erik.
Erik zat nog steeds zenuwachtig op zijn stoel. Hij wilde het er niet over hebben. Hoe kon hij al deze mensen nu alles vertellen? Die 'Wouter' zat notabene bij de politie en alles wat hij zei kon tegen hem gebruikt worden. Dan zou hij achter de tralies gaan, en dat allemaal door die hond van een baas van hem. Oh, wat haatte hij die Berendsen.
Wouter leek hem door te hebben. "Erik," sprak Wouter op een kalme toon, "ik begrijp je terughoudendheid, maar ik weet meer van deze zaak dan jij denkt. Als je soms denkt dat dit allemaal ook consequenties heeft voor jou dan kan ik je gerust stellen, ik weet dat je gedwongen en bedreigt bent om te doen wat je deed. Door jouw bekentenis hebben we juist veel meer kans om je baas aan te pakken, en het feit dat hij jou en Janine heeft laten bedreigen zal alleen maar in zijn eigen nadeel werken, niet die in die van jou."
"Kom op Erik," zei Esther, "je dacht toch niet dat ik je hier zou laten komen om te laten bekennen en dat je daarna afgevoerd zou gaan worden naar de bajes?" Ze glimlachte schamper.
Erik tikte met de punt van zijn schoen zenuwachtig op de vloer, keek op en liet een diepe zucht. "Nou vooruit dan."
De vlekken in Santoz' nek zaten er nog steeds, maar hij hield zich stil.
Erik keek de kamer even rond naar alle aanwezigen. "Ik ben Erik Korteweg en ik werk al een flink aantal jaar voor Saroma, een welvarend comsetica bedrijf. We verkopen verzorgingsproducten aan flink wat ondernemers. Het was altijd fijn werken bij Saroma tot de dag dat ons moederbedrijf ChemCo werd overgenomen door mijn baas Roderick Berendsen."
"Roderick berendsen," herhaalde Freddie langzaam. "Is dat de gladjakker die mij zo'n steen aan heeft gesmeerd?"
"Ja eigenlijk wel," ging Erik verder, "ik kreeg de opdracht om een lege Bv op te zetten, waar kettingen met geneeskrachtige natuursteen geproduceert zouden worden. Dat vond ik al heel vaag, maar ik hield mijn mond, het was tenslotte mijn baas die ik moest gaan tegenspreken en wie ben ik? Ik dacht 'waarom een lege bv?', ik vond het verdacht."
Erik kreeg een droge mond van zenuwen en likte zijn lippen vochtig voor hij verder ging.
"Alles ging goed, de kettingen werden geproduceert en reclame werd verspreid, ze liepen als een trein. Toen kreeg ik een telefoontje van Janine."
Janine keek Erik aan en luisterde aandachtig. "Zij informeerde me over het poeder dat op die stenen gedaan werd, dat dat niet deugde. Natuurlijk heb ik er zelf een laborant op gezet en die bevestigde Janine's vermoeden: dat poeder maakt mensen ziek."
"Dus toen heb je aan de bel getrokken?" zei Santoz met een lichte dwang in zijn stem.
Erik haalde een hand door zijn haar en slikte zenuwachtig, het zweet brak hem uit. "Ja dat heb ik gedaan. Ik heb mijn baas gebeld en toen kreeg ik de eerste verkapte doodsbedreiging op mijn bordje. Ik moest mijn mond houden en mijn werk doen, Janine bedreigen dat als ze haar mond open zou doen dat ze dan met een blok beton aan haar benen in de Remmervaart zou belanden. Als ik niet deed wat hij zei dan zou ik 'misschien wel eens kunnen sterven aan een plotselinge erge ziekte'. Ik weet niet of je weet wat dat betekent, volgens het ChemCo woordenboek." Hij keek Santoz vragend aan.
"Niet echt," antwoorde hij.
Erik maakte een spuitbeweging met zijn hand naar zijn arm. "Nou zo, dan word je midden in een menigte mensen ingespoten met een van de vergiften die ChemCo zelf produceert en na twee weken ijlend en stuipend op je bed te hebben gelegen ga je gewoon dood."
Erik zuchte. "Ik wilde er niet aan meewerken, maar ik was gewoon doodsbang. Die Berendsen meent elk woord van wat hij zegt, hij is zo hard als steen. Harrie heeft hij ook in de prak laten rijden, die kan nooit meer lopen."
"Kijk, hier hebben we wat aan," zei Wouter, nog altijd driftig typend op zijn laptop, hij schreef alle belangrijke informatie die er vertelt werd direct op. "Hoe heet die 'Harrie' van zijn achternaam? Wat was zijn functie?"
"Harrie DeVille, werkte bij de administratie, met nadruk op 'werkte', hij zit nu thuis in een rolstoel, hij kan nooit meer werken... En ik ben de volgende," zei Erik somber.
"Nou dat zal nooit gebeuren!" zei Esther resoluut.
Plotseling ging de deur met een ruk open en de zuster met de norse uitdrukking kwam binnen, dezelfde als een paar dagen geleden. Nukkig duwde ze haar kar door de deur heen. "Zo, volle bak hier," zei ze monotoon. "Ga 'es aan de kant ik kan nergens bij."
Wouter trok zijn benen in en Erik kon nog net zijn schouder wegtrekken voor hij geramd werd door de kar met lunch.
"Moeten jullie niet naar huis? Het is geen bezoekuur," snauwde de zuster. "Hup, hup, spullen pakken en wegwezen adios, adieu, het was leuk," zei ze met een wapperend gebaar en begon driftig te zoeken naar het juiste dienblad met Manons dieet lunch.
De ziekenhuisdirecteur stond op. "Nou nou, mevrouw de Jager, dat was niet zo vriendelijk. Zo gaan we niet met patienten en hun bezoekers om. Ons ziekenhuis staat niet alleen bekend om zijn uitstekende medische zorg, maar ook om de vriendelijkheid en de hulpvaardigheid van zijn werknemers, dus kunt u misschien in het vervolg wat vriendelijker..."
"Joh hou toch eens op met dat gezwam, ik zoek die bananenprut." De vrouw begon tree voor tree uit de kar te rukken en liet een vloek horen die niemand wilde herhalen.
De directeur vertrok geen spier maar je kon een ader in zijn voorhoofd zien kloppen van boosheid. "Mevrouw de Jager," zei hij op een wat strengere toon, "ik zou maar snel indimmen anders kunt u een officiele waarschuwing verwachten."
Met een ruk keek de vrouw de directeur aan. "Joh idioot, zoek die bananenprut dan lekker zelf, ik kan niks vinden met al die mensen hier. Ja! Gaan jullie nog naar huis of hoe zit dat?"
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top