1 jera 6
Verkreukeld werd Espen wakker met een stevige hoofdpijn en de vraag of die misschien alles had gedroomd wat de vorige dag gebeurd was. Een blik in de badkamer gaf genoeg antwoorden. Diens kleren hingen er te drogen en eihwaz lag nog steeds in diens linkeroog. Wat er gister was gebeurd was echt geweest. Espen haalde diep adem en keek zichzelf aan.
Die had iemand vermoord. Een zin die door diens hoofd bleef kaatsen, maar vreemd genoeg geen emotie bij die naar boven haalde. Meneer Alfair was dood, maar het leek Espen niks te doen. Het leek geen gevoelens bij die naar boven te halen, enkel leegte. Een leegte die die ook vaak in een drukke mensenmenigte ervaarde. Een leegte die Espens lichaam als tweede huis zag. Een leegte die ergens een beetje gevuld werd door de aanwezigheid van eihwaz. Een oude bekende was teruggekeerd.
De rest van Espens ochtendroutine was zoals dat altijd was. Die kleedde zich aan, maakte ontbijt, las het nieuws en poetste diens tanden. Deze ochtend had Espen weer eens onthouden te flossen. De laatste keer dat die dat gedaan had, was die naar de begrafenis van Alvars schoonmoeder gegaan. Het bloed dat die toen uitspuugde had die toen niks gedaan. Het had die toen enkel de herinnering gegeven dat die het vaker moest doen. Nu was het anders.
Het bloed leek naar die te staren. Espen staarde terug. Het rood stak onheilspellend af tegen het wit van de wasbak. Het krulde naar beneden in de duisternis van het afvoerputje. Toen Espen weer met diens ogen knipperde, waren er tien minuten verstreken. Die had diens bus gemist. Het was een vreemde realisatie. Het was iets wat die in tijden niet overkomen was.
Met een diepe adem, raapte die zichzelf weer bij elkaar en besloot de ochtendspits met de auto voor lief te nemen. Die zag zichzelf niet twintig minuten op de volgende bus wachten. Met een kleine transformatie zorgde die ervoor dat eihwaz of ehwaz leek om enige vragen op werk daarover te kunnen ontwijken en die verliet de kamer.
Voor Espen de deur verliet keek die naar de ogenkoker die die in de kast had gezet, iets waar die ook een halve herinnering van had. Ehwaz en naudiz, vooruitgang en zelfontplooiing. Het was ergens jammer dat meneer Alfair niet iets beters dan naudiz in zijn ogen had gedragen en die snapte volledig waarom hij het meteen voor eihwaz gewisseld had.
Espen zou op een later moment kijken of die er op een of andere manier vanaf zou kunnen komen, want die rune dragen zag die niet zitten. Ergens was die bang dat de zelfontplooiing dan een richting op zou gaan die die liever niet had. Espen trok diens blik weg van de ogen, als die bleef staren kwam die nooit op tijd en die verliet diens gebouw.
Espen dacht oprecht dat alles goed met die ging. Dat het staren naar de wasbak niet door de gebeurtenissen van de vorige avond was veroorzaakt, maar door de stress die die steeds op het werk ervaarde. Maar toen die bloed op de voorruit van diens auto zag, wist die niet helemaal meer wat te denken. In het bloed stonden zeven letters die samen het woord "monster" vormden. Het galmde door diens hoofd heen. Alfairs laatste woorden, Espens eigen woorden. Beide met de nadruk op dat ene woord.
Jij
monster
zo monsterlijk
als nodig is
Espen haalde voor de derde keer deze ochtend weer diep adem om diens lichaam tot rust te krijgen. Het deed die toch iets. Dat dacht die ten minste, maar met de diepe uitademing kwam ook de leegte weer terug. Die vond diens autosleutels en stapte in. De ruitenwissers haalde het bloed weg, de letters weg en Espen startte de motor.
Op het kantoor was het rustig. Espen zorgde daar deels ook zelf voor. Die ging met niemand in gesprek en hield zich afgezonderd. Elk geluid was als een ruis op de achtergrond terwijl Espen zich door de dag heen sleepte. Die deed alle suffe taken die diens kant opgegooid werden zonder erover te mopperen. Die werkte precies en nauwkeurig zodat er geen aanmerkingen gedaan konden worden. Voor die het wist was de dag weer voorbij.
Toen die weer thuis was, was die ergens verbaasd zoveel gedaan te hebben. Een vreemde verwondering die Espen de hele week bijbleef terwijl de dagen aan die voorbij gingen. Elke dag verborg die eihwaz weer achter een transformatie. Het was diens kostbaarste bezit en diens grootste geheim. Niemand zou ervan te weten komen. Zelfs Liv niet. Ze had die nog wel gevraagd hoe Espen het pokeren vergaan was. Espen had gezegd verloren te hebben en het daarbij gelaten.
"Ah, Espen, jou wil ik spreken," zei Ivor toen hij langs Espens bureau liep. De genoemde keek van diens werk op en gaf toe verbaasd te zijn diens baas in zo'n goed humeur te vinden vandaag.
"Waar heeft u mij voor nodig?"
"Ik weet dat je geen teamleider meer bent, maar je bent wel de perfecte kandidaat voor dit project," zei Ivor en een stapel papier kwam op Espens bureau te liggen.
"En dat houd in?" vroeg Espen die naar de papieren keek.
"Dat houd in, Espen, dat ik je hier een kans aanbiedt weer omhoog te klimmen." Espens hart begon harder te kloppen en die keek in enig ongeloof naar diens baas.
"U maakt geen grapje, hoop ik?" Ivor gaf een stralende glimlach.
"Nee, zeker niet," antwoordde hij. "Dit project is het begin van iets moois. Ik heb onze meest ervaren werknemers hiervoor nodig."
"En daar ben ik er een van."
"Precies, teamleider of niet, we hebben jouw expertise nodig." Espen knikte.
"Wat houd het project precies in?"
"Het is een project met de focus op ogeneters," lichtte Ivor toe. "Lees de documenten." Hij klopte op het stapeltje papier. "Hier staan alle details in. Lees het door, morgen is de eerste vergadering." Voor Espen nog iets kon zeggen, liep Ivor al neuriënd weg. Espens ogen keken naar de papierstapel en niet veel later hadden diens vingers al het eerste blad te pakken.
Espen vertrouwde het niet. Die moest toegeven dat Ivor die nooit zo hard had genaaid had als Björn, maar diens baas nam altijd de kant van Hansson. Dit zorgde ervoor dat die ergens wilde zeggen niet mee te doen aan het project. Dat die het zou laten liggen. Maar die moest het doen. Het was nu eenmaal diens baas die het vroeg, niet Björn en ook niet Marika of een van zijn andere slaafjes.
Espen ademde diep uit. Die leek de laatste tijd niet anders te kunnen en stortte zich op het doorlezen van het project. Iets wat doorging tot in de late uren. Die was hierdoor de laatste, de beveiligers niet meetellend, die het gebouw verliet. Even was die vergeten met de auto te zijn gekomen, maar toen die buiten stond herinnerde die het plots door de autosleutels in diens jas te vinden. Voor die echter in kon stappen, liet die diens sleutels uit diens hand vallen en op de grond. Met een kreun raapte Espen ze weer op, maar stopte in diens beweging en keek achterom.
Twee blauwe ogen keken die van een afstand aan.
Espen slikte.
Die had op het moment geen wapen op zak. Diens pistool lag achter slot en grendel in het gebouw achter die en diens mes lag nog steeds thuis. Die wilde er eerst zeker van zijn dat er geen spoor bloed meer op zat voor die het weer zou gebruiken. Het enige wat die zou kunnen doen, was meteen instappen, auto op slot, wegrijden.
Alleen zou dat kunnen betekenen dat de ogeneter die naar huis zou volgen. Espen voelde daar niet al te veel voor... Diens blik ging even naar het gebouw van Lindbörg en daarna terug naar het blauwe ogenpaar wat die niet wilde verlaten. De keuze was gemaakt. Espen deed diens auto weer op slot en liep het gebouw weer naar binnen. De ogen volgden diens pad.
"Weer terug?" vroeg de bewaker verbaasd.
"Ja, ik ben nog wat vergeten," zei Espen verontschuldigend. "Het zal niet lang duren."
"Ik ben hier nog de hele nacht, dus maak je daar niet al te veel zorgen over," zei de bewaker met een lach en Espen gaf een wat gespannen glimlach terug. Met grote passen maakte die diens weg naar de lift. Die wist niet hoe goed de bewaker met het gebouw bekend was, maar hoopte dat die in ieder geval niet wist dat Espen op de zeventiende verdieping werkte. Het zou dan enigszins verdacht zijn dat die dan zeven verdiepingen eerder uit zou stappen.
Espen was blij dat, ondanks dat die geen teamleider meer was, de toegangscode van de verdieping niet veranderd was. Die kwam zonder problemen binnen en bij de kluis waar diens wapens lagen. Die pakte de koffer, controleerde hoeveel gevulde magazijnen er nog in zaten en sloot daarna de wapenkist. Die sloot diens kluis weer, haalde een goede teug adem en ging weer naar beneden.
"Dat duurde inderdaad niet lang," zei de bewaker vrolijk toen Espen weer op de begane grond was.
"Nog een fijne avond," zei Espen daarop en kreeg eenzelfde groet terug. Espen was maar al te blij dat het geen vraag over de koffer was.
Het gevoel van onveiligheid was nu wat weggezakt toen die met wapenkoffer en al in diens auto zat. Maar de brandende ogen waren er nog steeds. De ogeneter was niet verplaatst.
Espen maande zichzelf tot rust en nam de tijd om diens wapen te laden. Die sloot diens ogen voor een moment, verstopte het wapen onder diens kleren en stapte weer uit.
Woordenaantal: 1 602
Woorden totaal: 24 921
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top