1 jera 7
Doelgericht liep Espen naar de staarder toe. Het moment dat de ogeneter Espens doelgerichtheid opmerkte, deed die een stap naar achteren. Echter kon deze ogeneter, zoals elke ogeneter die Espen tegen was gekomen, zich niet afwenden van een voedzame maaltijd.
"Staren is onbeleefd, weet je," zei Espen toen die voor de ander stond. De ogeneter had zich in de schaduw van een boom verstopt, maar het branden van diens ogen lieten zien dat die ietwat beschaamd wegkeek. "Is er iets wat je wil?" De ogeneter keek Espen weer aan, nu hongerig.
"Jouw ogen," zei die.
"Dat gaat niet gebeuren," zei Espen. "Is er misschien iets anders, naast mijn ogen wat je zou willen hebben?"
"Euhm," begon de ogeneter. Espen haalde diens pistool tevoorschijn en zorgde ervoor dat een kogel in de loper terechtkwam.
"Denk er goed over na," zei die en hield de ogeneter onder schot. "Ik geef mijn ogen namelijk niet zomaar weg." De maag van het monster knorde en die keek even naar diens buik.
"Sorry," prevelde de ogeneter. "Ik heb in geen tijden meer gegeten." Diens ogen stonden bijna smekend. Espens gezicht gaf geen emotie terug.
"Je hoeft ze niet allebei te geven," stelde de ogeneter voor. "Eén is ook goed." Espen liet een lach horen.
"Krijg ik er dan een van jou terug?"
"Je-? Oké."
"Oké?"
"Ik kan mijn eigen ogen niet eten," legde de ogeneter uit onder een tweede knor van diens maag. "Dus als we ruilen, dan mag jij die van mij eten."
"Die gang sla ik over," zei Espen, maar liet diens wapen zakken. Die wilde vragen hoe de ander diens oog even uit de oogkas ging halen, maar twee vingers haalde een van diens twee ogen vrij van het lichaam. Bloed droop uit de oogkas van het monster dat diens oog op diens hand aan Espen voorhield.
Espen keek er voor een moment naar, daarna stopte die diens wapen volledig weg en ging met diens hand ook naar diens oog. Het wunjô dragende oog werd van diens plek gehaald en Espen voelde de warmte van diens bloed over diens wang glijden. Die stak het oog net zoals de ogeneter op een open hand voor die uit.
Diens andere hand legde die over het oog wat de ogeneter aangereikt had. Die wachtte tot het monster hetzelfde zou doen. Die had diens oog niet van Espen afgehaald. De intense staar liet Espen steeds twee keer denken over de uitwisseling, maar die wist ook dat die op dit moment niet meer terug kon. Het enige voordeel was dat wunjô niet al te veel gemist zou worden ondank dat Espen de afgelopen tijd de voordelen van de rune in was gaan zien.
"Wat een mooi oog," zei de ogeneter toen de ogen van eigenaar gewisseld waren. Die bekeek het van alle kanten voor die diens hoofd naar achteren gooide, diens tong er omheen wikkelde en het oog opslokte. Espen voelde hoe diens adem hoog in diens lichaam zat.
Er kwamen meerdere herinneringen bij die naar boven. Herinneringen die die diens pistool weer in handen liet nemen. Die had het oog van de ogeneter ruw in diens oogkas gedrukt. Het zat niet goed, maar dat maakte Espen op het moment niet uit. Die maakte contact met eihwaz. Diens vorm veranderde.
Ergens wilde die in Björn veranderen. Hiermee zou die meteen een vrijkaart om uit de problemen te komen, maar die wist ook dat hij het zou ontkennen hier te zijn geweest. Espen zou moeten veranderen in iemand die niet eerder hier was geweest en een bekend gezicht van een vreemde verscheen.
Niet alleen Espens gezicht veranderde, ook diens lichaamsbouw was anders dan een paar seconden geleden. Die haatte het, maar overtuigde zichzelf ervan dat er geen andere manier was. De ogeneter keek die voor een moment aan. Eén oogkas leeg, één oogkas gevuld met een oog waar de rune jera in brandde. Bloed sijpelde over diens kin heen. Een druppel viel naar de grond.
"Ik dacht dat we een afspraak hadden," zei die, maar er lag honger in het jera dragende oog.
"Een afspraak voor het ruilen van een oog," zei Espen in een halve fluistertoon. "Hoe weet ik dan je niet mijn andere oog afnemen wil?" De ogeneter keek weg voor een moment.
"Je vertrouwt mij niet," zei die en wreef in diens oog. Espen voelde dat diens linkeroog nu ook jeukte, deels omdat het omgekeerd in de oogkas zat, deels omdat het van diens rechteroog verwijderd was.
"Ik heb één keer een ogeneter vertrouwd," zei Espen langzaam. "Het pakte niet goed uit." Het monster lachte diens tanden bloot en die zette een stap naar voren. Flisten van vorige ogeneter-aanvaringen schoten door Espens hoofd heen. Die schoot.
"Fack," bracht die uit. Diens handen trilden. Diens hart wilde diens ribbenkast openbreken.
"Fack," vloekte Espen nu nog eens, maar harder. Die kon niet meer ademen. Die wist niet meer hoe te ademen terwijl bloed nu niet alleen uit de oogkas van de ogeneter stroomde, maar ook uit het gat in het midden van diens hoofd.
"Fack, fack, fack, fack." Er leek geen ander woord uit Espens mond te willen komen terwijl die toekeek hoe de ogeneter in elkaar zakte. Wat was er gebeurd met schieten zonder te doden?
"Je hebt toch nooit iemand echt neergeschoten, toch?" echode Livs vraag van lang geleden door Espens gedachten. Weer vloekte die. Die moest weg hier. Die moest zich uit de voeten maken. Maar ergens bewoog die voor die na kon denken. Voor die het wist lagen diens vingers om het tweede jera oog.
Je weet maar nooit, zei een stemmetje achter in diens hoofd toen die dat deed en diens vingers nu zowel diens eigen als het bloed van de ogeneter aan zich hadden plakken.
Weer wist Espen niet hoe thuis te zijn gekomen, enkel dat diens auto nog steeds bij het bedrijfsgebouw stond. Weer besteedde die diens nacht aan het schoonmaken van diens kleren. Bloed wasde met water door het putje van de badkuip, maar het leek niet van diens handen af te willen komen.
Niet veel later lag Espen op diens rug op diens bed. Het linker jera oog keek naar het rechter jera oog dat nu in een ogenkoker op Espens nachtkastje lag, terwijl het eihwaz oog naar het plafond staarde. Espen was misselijk. Twee. Twee moorden op diens naam.
Het was een ongeluk.
Toch?
Bescherming van zelf.
Juist.
Dat was het.
Niks anders...
Espen tikte op diens jera oog. Het deed niks. Het oog bleef de andere kant opkijken. Espen wist niet wat ermee te doen. Die was wunjô kwijt. Die had iets aan diens baas uit te leggen... Het was een oog van Lindbörg geweest. Espen kon een ogeneter formulier invullen. Die loog niet als die zei dat het oog door zo'n monster opgegeten was. Maar ergens wilde die het niet aan hem vrijgeven. Die wilde niet in de problemen komen, maar die was ook het vertrouwen in diens baas verloren.
Een oude woede kwam weer opvlammen. Die had zich misschien voor een moment weer gezien gevoeld, maar oude wonden heelden moeilijk. De onmacht die die gevoeld had, kwam weer hard terug en plots beeldde die zich in dat die in plaats van een ogeneter, diens baas onder schot hield.
Zou die schieten?
Het beeld veranderde in Björn. Zou die schieten?
Het beeld veranderde in Odar. Zou die schieten?
Het beeld veranderde in Alvar. Zou die schieten? Espen ademde diep in. Het beeld veranderde in diens moeder, diens vader, diens tantes, ooms... Tot die weer terug was bij de ogeneter. Die voelde diens jera oog branden alsof het iets te zeggen had. Alsof die boos op Espen was dat die zijn originele drager had vermoord. Of dat die boos was dat die niet ook in diens rechteroog de rune jera had staan.
Het liet die denken aan diens eigen ogen. Eihwaz had nog niet gezeurd, maar Espen kon niet laten om zich af te vragen waar diens linkeroog zou zijn. Die vroeg zich af wat die zou doen als die het terug zou vinden. Een gedachte om diezelf bezig te houden en te negeren dat die al twee doden op diens naam had staan.
Woordenaantal: 1 358
Woorden totaal: 26 281
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top