1 eihwaz 5

Het was niet Espens plan geweest om de winnaar van de avond te achtervolgen.

Maar er was iets in Espen geknapt.

Een draadje dat al veel te lang onder spanning had gestaan was nu eindelijk gebroken.

Eerst had die het proberen te negeren. De man zonder verdere aandacht weg te laten lopen. Maar het was diens oog. Die kon het niet laten gaan. Voordat die het wist was die de man gevolgd, had die de man geen moment uit het oog verloren.

"Meneer Alfair," zei die plots. "Dat was uw naam, toch?" De man draaide zich naar die om.

"Ja, dat klopt, wat was uw naam ook alweer?"

"Ik zat naast u," zei Espen zonder diens naam vrij te geven. "Ik wil nogmaals mijn bewondering uiten over hoe u het spel gespeeld heeft. U heeft dit vaker gespeeld, neem ik aan? Telt u misschien de kaarten?" De man lachte.

"Je hebt me door," zei hij. "Dat is inderdaad hoe ik speel."

"En wat bent u van plan met het oog te doen? Het heeft de rune eihwaz, u zou er vanalles mee kunnen." De man lachte.

"Je lijkt goed bekend met de rune," zei hij. "Ik heb veel plannen, maar dat zijn details die ik liever voor mezelf houd."

"Dat is slim," zei Espen en duwde de man zonder pardon een steeg in. "Maar ik denk dat het slimmer is als je mij het oog geeft."

"Wa-" begon meneer Alfair, maar Espen had diens hand al om zijn keel zitten.

"Geef mij het oog," beval die.

"Kunnen we dit misschien-" piepte de man, maar Espen gaf hem niet de kans verder te praten. Alfair had eihwaz al in zijn oog staan. Het liet Espens bloed koken. Die had geen ogenkoker op zak, maar dat hield die niet tegen. Diens duimen hadden al eerder bewezen goed gereedschap te zijn om ogen uit oogkassen te wippen.

Alsof het oog aanvoelde dat de originele drager voor die stond, sprong die uit de oogkas van meneer Alfair. Espen ving het in diens hand, maar had hiermee de man losgelaten. Alfair was duidelijk niet blij met hoe de avond verliep en greep achter Espens oog aan terwijl het bloed uit zijn lege oogkas liep.

"Dat is mijn prijs! Dief!" riep hij en zorgde ervoor dat zijn stem luid en duidelijk te horen was. "Dief!"

"Dit is mijn oog," zei Espen met opeengeklemde kaken. "Als hier iemand een dief is, ben jij het." De man schreeuwde woedend en wierp zich op Espen. Zijn duimen gingen naar Espens ogen en Espen drukte een been zijn buik in om de afstand tussen ze te bewaren. 

Meneer Alfair was duidelijk niet iemand die zich makkelijk gewonnen gaf. Waar ogeneters vaak uitgeschakeld waren als ze hun ogen verloren, was dit bij normale ogendragers vaak niet het geval. Het hielp ook niet dat de man net zoals Espen ehwaz, de rune van vooruitgang, in het oog had. Wat Espen ook met diens rune probeerde, het werd door Alfairs rune tegengehouden.

Espen moest het doen met brute kracht terwijl er een oog in diens hand lag dat die niet terug wilde geven. Die wist weer een hand tegen de keel van meneer Alfair te drukken en die zocht met de hand, waar diens eihwaz oog in zat, diens zakken af. Die liet het oog in een zak achter en wisselde het voor een mes. Een klein wapen dat die sinds heugenis altijd op zak had. Een manier om zich te beschermen tegen ogeneters en nu tegen deze man.

In een waas van woede en paniek stak Espen hem in zijn zij. Alfair schreeuwde het uit, maar staakte het uitplukken van Espens ogen. Espen gaf hem een goede schop en viste uit een andere zak een ogenkoker. Diens adem zat hoog in diens keel, maar die haalde het oog met de eihwaz rune weer tevoorschijn. Diens oog. Het ging de koker in en niet veel later wisselde Espen vooruitgang voor transformatie. 

Het oog schoot met gemak op zijn plek en Espen voelde zich voor het eerst sinds tijden niet alleen. Het voelde machtig om diens eigen oog weer te hebben. De rune wilde meteen naar die luisteren, het was klaar om elke transformatie te ondergaan die Espen van die zou vragen. Een opluchting na tijden nutteloze runen te hebben gedragen. Espen keek nu neer op de man die met bloedende handen aan zijn buik zat.

"Jij noemde mij een dief," zei de eihwaz drager en ging voor diens slachtoffer op diens hurken zitten. Daarna wees die met diens bebloede mes naar diens oog. "Dit, dit is mijn oog."

"Het is mijn prijs," bracht Alfair uit. "Je bent gewoon een slechte verliezer. Je komt hier niet ongeschonden vanaf. De politie komt zo en-" Espen drukte diens duim nu in het andere oog van de man.

"Wie gelooft er nu een blinde man," zei die venijnig en legde diens kleine mes tegen zijn kin aan. "Wees blij dat ik alleen je ogen afneem."

"Jij monster," spoot de man en met een schreeuw stortte hij zich weer op Espen. Deze keer had Espen al het mes in handen waardoor meneer Alfair zich er vol op gooide. Het blad schoot zijn nek in en bloed schoot Espen in het gezicht. Een gorgelend geluid kwam nog uit de keel van de man, maar die zakte niet veel later sputterend op de grond. Espen keek naar de man, keek naar het mes en naar diens bebloede handen. Het wapen viel een seconde later kletterend op de grond.

○👁️○

Espen snapte niet hoe die thuis was gekomen of hoe die opeens een paar extra ogen in diens handen had. Pas toen die diens eigen reflectie opmerkte in de ramen waardoor die naar buiten keek viel het kwartje. Eén van de vele die volgen zouden.

Espen ademde diep in en zette de transformatie van eihwaz stop. Een bekende keek Espen weer aan. Er ging een seconde voorbij waarin die diens adem inhield en zichzelf aanstaarde. Eihwaz brandde nog zachtjes in diens rechteroog na. Er lag een veeg van bloed over Espens wang, afkomstig van diens handen.

Het mes, wist die wazig te denken. Die herinnerde zich vaag dat die het op de grond had laten vallen. Wat bezopen wist die diens jas van diens schouders te halen en met diens handen langs alle zakken te gaan. Terwijl die dat deed herinnerde die zich hoe die thuis was gekomen. Hoe die in een gestaagd tempo door de stad had gelopen. Hoe die het casino ver achter zich gelaten had. Alles in de huid van een ander. 

Espen wist niet in wie die veranderd was. Het was een onbekende geweest, misschien wel een mengelmoes van mensen die Espen ooit op straat had gezien. Espen wist het niet precies, enkel dat het die makkelijk af was gegaan om van het ene op het andere moment te transformeren. Die zocht diens laatste zakken af en greep het handvat van diens mes. Het plakte van het bloed. Espen slikte en haalde het wapen tevoorschijn. Had die nu echt die man neergestoken?

"Jij monster," klonken de laatste woorden van meneer Alfair door diens hoofd gevolgd door diens eigen stem: "-zo monsterlijk worden als nodig is." Het liet diens hoofd tollen, diens handen trillen en onbewust veranderde die zichzelf weer in de onbekende.

Ik was het niet, hield Espen zich voor en keek naar zichzelf in de reflectie van diens kamer in het raam. Jij was het. De gedachte klonk zo gestoord dat Espen een lach liet horen.

"Hoor je jezelf wel?" vroeg die diens reflectie. Daarna begon die alles te ontkennen. Te ontkennen dat er iets gebeurd was die avond. Te ontkennen dat meneer Alfair in een steeg dood lag te bloeden. Als hij niet al dood was. Het voelde als een vreemde zegen om zichzelf onwetend te houden. Om zichzelf voor te doen onwetend te zijn.

"Er is niks gebeurd," zei Espen tegen diens lege woonkamer en die legde diens jas over diens arm heen. "Deze eihwaz is van de familie. Ik heb het geërfd. Mijn jas moest gewoon nodig gewassen worden. Het is allemaal mijn eigen bloed. Ik had een bloedneus. Nee. Ik werd aangevallen door een ogeneter, maar ik heb gewonnen..." Espen stopte in diens weg naar de badkamer.

"Ik beschermde mezelf," zei die toen die weer verder liep en op de tegelvloer stapte. Die zette de kraan van diens bad aan en legde diens jas in de kuip. "Hij wilde mijn ogen hebben, dus nam ik de zijne." Metodisch ging Espen alle vlekken langs die bijna ontzichtbaar waren op de donkere stof. Waar de jas geen probleem zou zijn om schoon te krijgen ging diens overhemd een groter karwei worden.

"We werden door een monster aangevallen," vertelde Espen zichzelf terwijl die door bleef boenen. "Ik kon het niet laten gebeuren, maar het ging mis. Het monster was slim. Hierdoor raakte ik hem in plaats van het." Een vlek later wreef Espen vermoeid een hand over diens gezicht.

Als Björn nooit die leugens aan Ivor had verkocht. Dan was dit nooit gebeurd, concludeerde die uiteindelijk. Een conclusie die het mogelijk maakte dat die die nacht kon slapen.

Woordenaantal: 1 523

Woorden totaal: 23 319

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top