4 Panax

De geur van aarde, een diepe, donker geur. Het kwam gepaard met de losse, vochtige structuur waar ik mijn handen doorheen liet gaan. De korrels zand en klei vonden zich een weg onder mijn nagels en bleven daar aanwezig zitten. Koud water zou het later niet weg kunnen halen, ik zou het nog dagen zien zitten. De plant voor mij had haar bessen tentoon gesteld. De bladeren die er beschermend omheen lagen waren harig en de wortels staken mijn huid in, terwijl ik onder knappend geluid de plant uit de grond los begon te trekken. Veel van het wortelnetwerk overleefde het niet.

"Je zal pracht brengen," hoorde ik mezelf zachtjes zeggen. "En kracht voor wie jouw draagt." De plant lag zwaar in mijn handen en met die zwarte liep ik door knisperende bladeren terug naar huis.

Het oude krot kraakte en kreunde toen ik de deur door kwam. De muffe plek overstemde de geur van de grond aan mijn handen. Ik kon het stof op mijn tong proeven, terwijl ik vanuit een klein kamertje gehoest hoorde komen. Mijn handen vonden koud water en de schurende bewegingen om de aarde van mijn huid te halen. Mijn neus vulde zich met de bloemen die in de zeep zaten, de geur van aarde en stof werd verdrongen. 

Achter mij klonk een andere kuch en op mijn lippen proefde ik mijn eigen zout. Mijn ogen bestudeerde mijn nagels, alle richels en gaten, al de aarde die niet los wilde laten. Ik keek naar de plant op tafel. De bessen leken minder rood dan toen ik haar in het bos ontmoette. De blaadjes waren slap en ritselden enkel nog toen ik ze anders neerlegde om de plant van haar de wortels te ontdoen. Het knakkende geluid wurmde zich mijn oren in, maar verdrong de hartscheur die de hoest van de kleine kamer was. Het zout lag nog altijd op mijn lippen. Het drong diep mijn keel in en bleef daar genadeloos hangen. 

Mijn vingers streken voorzichtig langs de ruwte van de wortel voor ik het naar een vijzel overbracht. De trage, zware bewegingen die al het sap de plant uit liet komen, deden mijn spieren pijn. Ik stopte pas toen mijn neus gevuld was met de geur van de panax. Een deel van de wortel lag nog ongeschonden op tafel en nam ik al snel in mijn handen. Met een mes kerfde ik schrapend mijn wens in haar huid. Het gehoest zwol aan en ik legde mijn wens terug op tafel. De platgestampte wortel goot ik in een klein flesje en verdunde ik met helder water. Mijn ogen volgde het zwenken van de substantie terwijl ik het heen en weer bewoog om het sap van de panax in de andere vloeistof te mengen. 

Toen de troebele witte kleur bereid was, liep ik krakend met het flesje naar het kleine kamertje toe. Daar zette ik het glaswerk met een kleine tik neer op het nachtkastje, naast het bed waar het gehoest uit vandaan kwam. Een diepe inademing liet mij enkel de ziekte in de lucht proeven. Een smaak die pas vervaagde toen ik naast de beek stond die langs ons huis stroomde. Het kabbelende water begroette mij, terwijl mijn wens zwaar in mijn handen lag. Ik bekeek de ingekerfde wortel van alle kanten voor ik haar het water in wierp. Een plons. Ze ging kopje onder en kwam weer boven. Daarna dreef ze mee met de stroming. Ver weg. Ik keek haar na tot ze in die verte verdween.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top