Vader
Het is ongeveer acht uur 's avonds en Mees ligt vermoeid op de bank. De woonkamer is nog warm van het licht wat net nog door de gordijnen scheen. Hij heeft toch een pyjama aangedaan want het kan altijd nog koud worden, je weet maar nooit in Nederland. Hij kreunt zacht omdat hij zich teveel op zijn beurse armen beweegt, waar zijn vader hem net heeft geslagen. Hij draait zich om en probeert zonder teveel geluid te maken rechtop te gaan zitten. Zijn vader had dit al wel eens meer gedaan, het valt wel mee, denkt hij, terwijl hij zijn schouders ophaalt, wat hem weer een pijnscheut bezorgd.
Hij ademt rustig in en uit wanneer hij plots een geluid hoort, van schrik laat hij zijn adem stokken. Hij blijft met ingehouden adem, stil, op de bank zitten totdat hij geen geluiden meer hoort. Rustig ademt hij uit net voordat hij weer een geluid hoort, dit keer niet alleen een klein gekraak, maar echt veel geluid alsof iemand met veel moeite en kabaal uit bed stapt. Mees gaat zo snel mogelijk op de bank liggen zonder al te veel geluid te maken en doet de deken over hem alsof dat hem moet beschermen.
Zijn vader komt luid de trap af denderen en loopt meteen naar de keuken toe om een glas te pakken, het is gewoon een ordinair theeglas. Maar Mees weet wel beter. Daarna pakt zijn vader de drank fles en giet het theeglas vol. Mees wil hier tegenin gaan maar weet heel goed dat hij dan meer beurse plekken kan verwachten, dus blijft hij stil liggen en hoopt hij dat hij niet wordt opgemerkt door zijn vader.
Nadat zijn vader het glas heeft leeggedronken drinkt hij er nog een. En nog een.
"Pap" zegt hij al voordat hij er erg in heeft. Meteen weet hij dat hij teveel heeft gezegd. Zijn vader stormt naar hem toe en slaat hem hard in zijn gezicht. Mees probeert al ineengedoken zittend de klappen te ontwijken. Niet huilen, dan kan het alleen maar meer worden.
De volgende dag lacht er een vriendelijk gezicht naar hem, waarschijnlijk alleen maar om hem uit te lachen omdat hij make-up van zijn zus, die gelukkig al uit huis was, op zijn gezicht heeft zitten om het er minder erg uit te laten zien, denkt hij. Als hij het klaslokaal uit wil lopen komt de jongen die net naar hem had gelachen naast hem lopen. Hij blijft, zonder hem aan te kijken, doorlopen naar zijn eigen tafeltje waar hij altijd mijn lunch opeet, alleen. Als Mees gaat zitten ziet hij dat de jongen bij hem gaat zitten, hij doet alsof de jongen er niet is en gaat zijn lunch opeten, de jongen doet hetzelfde. Na ongeveer vijf minuten stilte doorbreekt de jongen het: "Hoi," zegt hij "ik heb nog niet eens de kans gehad om jou mijn naam te vertellen, René". Hij steekt zijn hand uit naar Mees, maar hij heeft zijn rechterarm bezeerd dus steekt hij zijn linker uit. Hij kijkt even verbaasd maar daarna weer opgewekt, terwijl hij zijn andere hand naar voren haalt om zijn hand te schudden. "Aangenaam, Mees" zegt Mees met zijn normale emotieloze stem.
De volgende ochtend vertrekt Mees vroeg van huis om zijn vader niet te hoeven zien in de ochtend, dit betekent wel dat hij om vier uur 's nachts naar buiten gaat. Hij gaat naar het park toe om weg te gaan van huis maar ziet, als hij aan het einde van de straat is, een nieuwe auto staan op de parkeerplek die er de avond van te voren nog zeker niet stond. Hij kijkt er even naar en loopt dan weer door, maar dan blijft hij weer staan... De motor van die auto, die staat aan! Hij probeert stilletjes terug te sluipen in iemands tuin, misschien kan hij zich verstoppen achter een boom? Hij ziet mensen de auto verlaten, drie mannen. Ze lopen de kant op van het huis van Mees en zijn vader, ze lopen er vast langs, denkt Mees. Hij blijft toch even staan kijken en ziet ze niet langs maar door het tuinhek heen gaan. Hij loopt er zachtjes naartoe om geen geluid te maken en ziet dat de mannen de reservesleutel van het huis uit het vogelhuisje halen dat naast de deur hangt. De man met het blonde haar, de andere twee hebben bruin en zwart haar, doet de deur open en stapt niet zonder lawaai naar binnen. De andere twee volgen. Mees blijft even vertwijfeld bij het hek staan maar besluit ze uiteindelijk te volgen. Hij ziet ze niet meer in de woonkamer staan en gaat dus rustig naar binnen maar hij blijft wel stil.
Hij hoort boven gedonder en dan hoort hij de trap kraken, hij raakt in paniek en rent naar de bank om erachter te gaan zitten. Hij hoort de deur tussen de trap en de woonkamer dichtslaan en houdt zijn adem in. Hij hoort de vloekende stemmen steeds dichterbij komen en iets in het Engels schreeuwen over geld. Hij hoort nog iets... Zijn vader... Hij lijkt wel te smeken? Iets van angst? Dat was nieuw voor hem, Mees had dat nog nooit gehoord.
Mees blijft de hele tijd achter de bank zitten, trillend van schrik, tranen lopen langzaam over zijn wangen terwijl hij maar zit en geluiden van gebonk, alsof iemand geslagen wordt, door het huis heen klinken, met natuurlijk het geschreeuw erbij.
Als het eindelijk voorbij is en de drie mannen het huis hebben verlaten kan Mees nog steeds niet opstaan. Hij zit nog te veel in de stress over hetgeen wat net is gebeurt.
Na ongeveer tien minuten staat hij met moeite op. Hij loopt om de bank heen kijkt naar zijn vader die daar ligt, bewusteloos, compleet kapotgeslagen kan je wel zeggen. Hij blijft er een tijdje naar kijken en gaat op zoek naar zijn telefoon. Na een tijdje heeft hij die gevonden in zijn schooltas. Hij toetst zijn code in, gaat naar het bel icoontje en klikt erop. 1 1 2. De toon gaat een paar keer over en dan hoort hij een stem zeggen: "Wil je politie, brandweer of ambulance spreken?". Mees zegt met trillende stem dat hij ambulance wil spreken. Hij legt de persoon uit dat hij belt omdat zijn vader buiten bewustzijn is en helemaal onder het bloed en wondjes zit.
Na ongeveer zeven minuten of minder wordt er aangebeld. Mees kijkt naar de deur en ziet nu dat die dicht zit. Hij loopt ernaartoe en ontvangt de mensen van de ambulance.
Mees zijn telefoon gaat over. Hij heeft al een week niks van zijn vader gehoord, deels ook omdat hij niks wilde horen en dokters blijkbaar naar je luisteren. Hij zit bij René op zijn kamer en blijft een tijdje naar zijn telefoon staren. "Ga je die nog opnemen?" vraag René met een halve grijns op zijn gezicht. Mees blijft er gedachteloos naar staren en voordat hij een antwoord heeft bedacht pakt de René de telefoon op.
"Hallo?... Ja het spijt me, u spreekt met René... Ja natuurlijk... Ja hij zit naast me... Zal ik hem geven?... Ja ja natuurlijk... Hier is hij." Mees knikt en pakt de telefoon aan. "Hallo met wie spreek ik?... Oh... Ja... Ja inderdaad... Ja... Oké... Oh... Nee ja ik zou graag nog... Ja snap ik... Ja dank u wel... Dank u." René kijkt met een vragend gezicht de kant op van Mees, die met een verraste maar toch een beetje verdrietige blik in zijn ogen vooruit kijkt.
"Hij is er niet meer." zegt hij dan.
"Hij is er niet meer?" vraagt René met dezelfde gezichtsuitdrukking als net.
"Mijn vader... Hij is..."
"Hij is wat?"
"Dood." zegt Mees, terwijl er een traan over zijn gezicht heen gaat. René legt een hand op zijn rug en wrijft met zijn hand eroverheen. "Waarom komt het eigenlijk zo hard aan? Ik dacht dat je geen goede relatie met hem had?" zegt hij met een vragende ondertoon in zijn stem. "Nee maar ik had niet gewild dat het zo zou eindigen" zegt Mees terwijl hij uit het raam kijkt.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top