2 dagaz 0
"Espen," zei Björn. Hij was meteen naast die verschenen toen Liv die even had verlaten om naar de wc te gaan. "Een klein vogeltje vertelde mij dat jouw eihwaz oog gevonden is." Natuurlijk had Björn dat gehoord. Espen ademde diep in voor die hem aankeek.
"Echt? Dat was mij nog niet verteld," loog die zonder moeite. "Wie was dit vogeltje dan? Ik zou het niet erg vinden mijn oog weer te hebben."
"Had Christensen het niet gevonden?" vroeg Björn. Hoe kon het ook anders dan dat hij Espen niet geloofde.
"Ze heeft mij niks verteld," zei Espen en vond het net iets te fijn geen waarheid aan hem kwijt te schenden. "Waar is het oog dan? Ik denk dat onze baas het een goed idee zou vinden als ik het dragen zou." Björn liet het niet op zijn gezicht zien, maar Espen had duidelijk de overhand in het gesprek.
"Dat is inderdaad geen slecht idee," zei hij, maar gaf zich daarmee nog niet gewonnen. Zoals altijd wilde hij de macht over het roer hebben. "Maar niet voor ik het zelf zal gebruiken." Espen keek hem voor een moment aan. Die was kalm, te kalm bijna.
"Ik denk niet dat dat kan Björn," zei die en toverde daarmee een frons op het gezicht van de ander. Het voelde iets te goed dat te zien, iets te goed om Hansson eens een stapje voor te zijn. "Ik heb het oog namelijk al."
Espen stopte de transformatie van diens rechteroog en keek Björn uitdagend aan. Zijn gezicht was om in te lijsten, maar toch brak zijn overrompeling en werd zijn beduusde uitdrukking ingenomen door een lach.
"Espen Ødegard," zei hij. "Je blijft me toch altijd weer verbazen. Wacht maar, het zal niet lang jouw oog meer zijn."
"Wat wil je doen dan?"
"Ik denk dat je dat wel weet," zei Björn. Espen ademde diep door diens neus in. Die had plots spijt van het onthullen van de ware aard van diens rechteroog. De spijt was echter niet lang toen die zich het gevoel daarvoor herinnerde. Het was het meer dan waard geweest.
"Dan zal ik je deze keer voor zijn om het aan onze baas te vertellen," zei die en wilde een stap richting Ivor Lindbörg zetten, maar Björn hield die tegen.
"Dan heb ik een voorstel," zei hij en blokkeerde Espens zichtlijn naar hun baas toe door pontificaal voor die te staan. Espen keek hem aan.
"Ik luister."
"Er is ook een ander eihwaz oog gevonden," zei Björn.
"En?"
"We weten beide dat je een paar zou willen."
"Dus?"
"Noem het een tijdelijke wissel," zei Björn, maar Espen wist dat die voorzichtig moest zijn. "Ik geef jou jouw tweede oog en ik geef je de toestemming het paar altijd, wanneer je maar wil, op te vragen en te ruilen."
"Maar?" vroeg Espen.
"Ik ben de enige waarmee je ze ruilt." Het was een slecht aanbod, een heel slecht aanbod. Dat wist Espen. Die had genoeg ervaring met Björn om dat te weten. "En anders zal je hier niet lang meer werken."
"Dus je geeft me geen keuze," zei Espen terwijl er een bekende woede in diens lijf aanwezig was. Wat die ervoor zou doen om Björn alleen te vinden en hem neer te kunnen schieten.
"Zeg dat niet, Espen. Ik geef je er twee. Waarvan één duidelijk de betere is."
"Wanneer denk je dat oog te hebben?" vroeg Espen, wetende dat er niks was wat die kon doen. Die haalde rust uit dagaz die in diens linkeroog zat en nog steeds onbekend voor Björn was.
"Snel," was het antwoord. "Heel snel."
○👁️○
Gebeld worden door Björn was niet iets wat Espen graag had, maar toch nam die ondanks alles op.
"Ik heb jouw oog, Ødegard," zei hij. "Ik wil je over een uur in de kathedraal van Aeshterjørt hebben." Espen kreeg niet de kans hem tegen te spreken en stond met gespannen kaken op. Natuurlijk moest hij ervoor zorgen dat die ongeplande overuren ging maken.
Die wist niet waarom Björn in de kathedraal was, maar iets zei die dat het niet verkeerd was om diens wapen mee te nemen in het geval dat die een ogeneter tegen zou komen. Daarnaast had die nog altijd een mes op zak dat ook van pas zou komen, mocht het zijn dat de kogels opraakten. Een stemmetje achter in diens hoofd had echter andere, slechte, redenen om gewapend naar de ontmoetingsplek te gaan.
Buiten lag de schemering al in de lucht met rode en paarse kleuren, maar de zon was al verscholen achter de gebouwen van de stad. Ze was helemaal weg toen Espen voor de deuren van de kerk stond. Het imposante gebouw stak met haar spitse torens strak de avondlucht in alsof ze Espen zeiden nog een keer goed naar de sterren te kijken voor die Gods huis in zou stappen.
De kathedraal leek op het eerste gezicht leeg te zijn. Aan het plafond hingen kroonluchters die een oranje licht afgaven, aan de zijkanten stonden kaarsenbakken die meer kaarsvet hadden dan lichtjes vasthielden. Bij de ingang lagen nog wat folders op een tafel die er wat verloren bij stond.
Wat Espen opviel, was dat er geen banken in het schip stonden zoals vaak wel het geval was in kerken. Na een paar echoënde stappen in de richting van het koor kwam Espen erachter dat ze in het zijschip gezet waren. Die bleef even staan, eerder om te luisteren naar eventuele geluiden die niet van die kwamen dan oprecht naar de houten, veel te harde zitplekken te willen kijken. Het was opmerkelijk stil.
Waar was Björn?
Een diepe frons begon zich tussen Espens wenkbrauwen te vormen en zonder al te veel geluid haalde die diens pistool tevoorschijn. Die zorgde dat diens adem rustig was, terwijl die controleerde of de eerste kogel al in de loper zat. Het geluid dat daarmee gepaard ging, echode oorverdovend door de kerk heen.
Espen wachtte tot het geluid weg was gestorven voor die contact maakte met dagaz. Het voelde iets te goed weer de rune te kunnen gebruiken. Hierdoor verdween de lichte spanning uit diens lichaam, terwijl die de omgeving in alle rust observeerde. Niks ving diens oog.
Waar was Hansson? Had hij die hierheen gehaald alleen om het lege interieur van de kerk te bekijken? Espen versmalde diens ogen en begon weer te lopen. Wie weet zat de eikel wel om de hoek van het dwarsschip. Al zou het Espen ook niet verbazen hem op de wc te vinden.
Diens voetstappen echoden verder, maar stopte toen die in de viering stond. Aan diens rechterkant, in het dwarsschip...
Een lichaam.
Espen verstevigde diens greep op diens wapen. De plas bloed die eromheen lag weerspiegelde het kaarslicht van de kaarsenbak die bij de transeptsluiting neergezet was. Espens frons werd dieper. Wat was hier gebeurd?
Een geluid achter die liet die omdraaien. Die was al half de rechterkruisarm ingelopen, maar het bleek dat diens aandacht aan de andere kant van het transept moest zijn. Die zette voorzichtig een stap naar het geluid toe.
Het was weer oorverdovend stil.
Espens hart klopte onrustig in diens borst.
Alles voelde verkeerd.
Plots werd Espen van achteren vastgegrepen. Alle adem ontsnapte Espens lijf. Die probeerde diens belager met diens ellebogen van die af te halen, maar het mocht niet baten. Een ogenkoker werd ruw op diens rechteroog gedrukt en er daarna hardhandig afgetrokken. Diens belager gaf die een duw in de rug waardoor Espen naar voren struikelde, maar de grond niet raakte.
Met een ruk draaide die zich om, wapen in de houding. Espen zag hoe Nivish achter een pilaar verdween en dat het lichaam weg was. Voor die het wist had die geschoten. Het schot galmde door de grote hallen heen en de kogel wurmde zich een pilaar in.
Een beweging aan de andere kant van het schip liet Espen omdraaien en opnieuw schieten. Die wist niet waar Nivish heen was gegaan en die wist ook niet wie er nog meer in de kathedraal aanwezig waren. Wat die wel wist, was dat die ze niet zomaar met diens oog ervandoor liet gaan.
Woordenaantal: 1 347
Woorden totaal: 30 195
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top