0 îsaz 3
Odar Moens, als dat überhaupt wel zijn echte naam was, was snel, maar de rune van ûruz stopte meer kracht in Livs benen. Ze schoot Espen voorbij die haar met diens brandende, trekkende rechteroog nakeek. Espen was niet in een al te slechte conditie, maar Odar liep duidelijk vaker hard dan die. Hij wist Liv nog een goed aantal straten voor te zijn voor ze al haar kracht in de achtervolging zette en hem met een stevige greep om de pols tot stilstand bracht.
Dit gaf Espen de tijd om naar ze toe te komen. Die duwde Odar een zijstraat in, weg van nieuwsgierige ogen en met de hulp van Liv drukte die meneer Moens tegen een muur aan. Met diens rechteroog dwong Espen hem niet meer te bewegen. Odar stond nu als bevroren met de bakstenen muur in zijn rug, maar Espen moest snel handelen voor hij uit die ijs staat los wist te komen. Odar had nu eenmal ook îsaz in het oog staan, de rune zou niet lang effect op hem blijven hebben.
Espen haalde een lege ogenkoker uit diens zak en drukte die tegen Odars oog, die de ijsrune droeg, aan. Met een plop schoot het linkeroog eruit en liet een gapend gat achter. Daarna pakte Espen een andere koker, een die een oog met de rune elhaz droeg, legde het tegen diens eigen oog aan en wisselde ijs voor bescherming.
Die voelde zich enigszins opgelucht niet meer dat irriterende oog in te hebben, maar het betekende ook dat de bevriezing van Odar ten einde kwam. Liv was er op voorbereid en gebruikte raidô om enige gedachten van Odar om om hulp te roepen te veranderen in een van stilte. Espen legde de twee kokers van de îsaz ogen tegen elkaar aan en liet het linkeroog eindelijk de rechter aanraken. Daarna nam die het visitekaartje van Odar terug en die keek naar het rechteroog van de man. Runeloos.
"Waar is je andere oog?" vroeg Espen dwingend.
"Gaat jou dat wat aan," spoog Odar. Liv drukte hem dieper de muur in.
"Waar is je andere runen oog?" vroeg zij met de macht van raidô waarmee ze zijn gedachten veranderde. Meneer Moens begon plots te huilen. Dikke tranen dropen zijn ogen uit. Iets wat er meer dan verkeerd uitzag bij zijn linker, lege oogkas, deels omdat bij die traan bloed mee kwam.
"Ze hebben hem gegeten!" bracht hij jammerend uit. Liv en Espen keken elkaar meteen aan. Ze wisten beiden wat dat betekende: ogeneters.
Ze gaven Odar een oog met de rune wunjô terug, het voelde namelijk verkeerd een runendrager met niks achter te laten. Maar Espen moest toegeven dat wujô in vergelijking met îsaz niks voorstelde. Het was een vreemd gevoel dat die bij bleef. Deels gaf die daarvan de schuld aan het îsaz oog waarvan de vervelende aanwezigheid een gapend gat had achtergelaten nu het weg was. Een ander deel van het gevoel was aan Odar te danken. Hij had volledig verslagen gekeken het moment dat hij vertelde waar hij zijn oog aan verloren had.
Zijn uitdrukking, zijn tranen, bleven allemaal in Espens gedachten steken en kwamen terug terwijl die die nacht probeerde te slapen. In diens carrière voorkwam die vaak dat ogeneters meer slachtoffers maakten, maar het was eens gebeurd dat Espen zo'n moster te werk zag gaan. De verschrikking ervan was iets wat Espen alleen diens grootste vijanden zou toewensen. Die herinnerde zich die dag nog levendig waardoor die moeilijk in slaap kwam.
Toch kwam die, ondanks diens diepe wallen, de volgende ochtend zonder al te veel problemen diens bed uit. Die had een vergadering staan en moest daarvoor het îsaz ogenpaar afleveren. Qua tijd was het krap, maar niet onmogelijk. Ontbijten kon die toch onderweg.
○👁️○
Het gebouw van Lindbörg was al van ver te zien. Het zonlicht werd alle kanten op weerkaats door de glazen muren van het imposante gebouw. Halverwege de lengte van het bouwwerk werd de glazen glittering onderbroken door een grote collectie bomen op het buitenterras. Dezelfde bomen die ook in het park aan de voet van het gebouw stonden.
Espen liep met grote passen door de zogeheten kantoortuin heen, het gebouw binnen, groette kort de dame achter de balie en liep naar de lift toe. Die was niet de eerste die er stond en toen de lift de begane grond bereikt had en zijn deuren opende, propte iedereen zich er zonder pardon in.
"Naar welke verdieping?" vroeg degene die bij de knopjes stond en meerdere nummers werden de lucht in geroepen. Espen riep naar de derde verdieping te moeten en die was blij daardoor een van de eerste te zijn die uit de krappe lift kon ontsnappen.
Nadat die uitgestapt bleef die even staan om wat adem te halen en diens overhemd en stropdas recht te trekken. Ook merkte die dat een kant van diens bretels losgeschoten was, waardoor die die eerst onder diens jas vandaan moest zien te halen om weer die weer goed te zetten. Nu die weer op orde was, liep die naar het kantoor van degenen die de ogencollectie onderhielden.
Door de glazen muren kon die al zien hoe velen druk bezig waren met kwaliteitscontroles. Ogen met runen mochten dan wel magisch zijn, maar dat betekende niet dat er geen variaties in de organen waren. Voor sommige ogen had je nog steeds een bril nodig en dat was iets wat genoteerd moest worden.
"Naam?" werd die gevraagd toen die bij het bureau stond van degene die alle ogen, die door werknemers gebruikt en gehaald werden, ontving.
"Espen Ødegard." Er werd wat geklikt en getypt op een computer.
"Ik zie dat je meerdere ogen op zak had," zei die en die gaf Espen een formulier aan. "Als je dit kan controleren, aan kan geven of er veranderingen zijn en de ogen die je nu mee hebt erbij zou kunnen leggen?" Espen knikte en kreeg na het papier ook een pen toegereikt. De ander tikte weer verder op de computer terwijl Espen alles opschreef en alle ogen tevoorschijn haalde.
"Oh, een paar," werd er opgemerkt. Espen knikte en er kwam een glimlach op diens gezicht.
"Ik hoop dat dit mij de promotie gaat brengen waar ik op hoop."
"Dat hoop ik dan ook voor je. Ik zal het in ieder geval voor je in het systeem noteren."
"Bedankt," zei Espen en verliet even later het kantoor. De lift was deze keer minder druk en zonder geplet te worden kwam die op de zeventiende verdieping terecht. Voor die naar de vergadering kon, werd die plots door iemand tegengehouden.
"We vergaderen in de blauwe zaal," zei Marika. Espen fronste wat verward.
"Niet de groene?" vroeg die.
"Nee, het is veranderd," was het antwoord. Espen knikte en keek op diens horloge. Die had net genoeg tijd om diens jas bij diens bureau achter te laten en de juiste aantekeningen voor de vergadering mee te nemen. Met een snelle pas vervolgde die diens weg.
De blauwe zaal was op de veertiende verdieping, een verdieping verder dan waar de groene zich bevond. Espen was net op tijd bij de zaal aangekomen, maar toen die voor de deur stond was er iets niet aan de haak...
De zaal was leeg.
Marika had tegen die gelogen.
In een ruk draaide Espen zich om en nam de trap in plaats van de lift. Met twee treden tegelijk schoot die naar boven en naar de groene zaal toe waar die buiten adem in aan kwam.
"Ah, Ødegard," zei Björn Hansson met een gluiperige stem. "Wat fijn dat je toch nog bent gekomen." Espen hoefde hem maar een seconde aan te kijken om te weten dat hij er voor had gezorgd dat die net bij de verkeerde zaal stond.
"Het spijt me," zei Espen en moest er alles aan doen om niet te laten blijken hoe een borrelende woede door diens lijf stroomde. "Ik was per ongeluk naar de verkeerde zaal gelopen."
"Het belangrijkste is dat je er bent," zei Ivor Lindbörg, hun baas. "Ga zitten, dan kunnen we verder met het bespreken van de agenda." Espen knikte en liep met een gebogen hoofd naar de enige lege stoel die er nog over was.
Dit was niet de eerste keer dat Björn zoiets uithaalde en Espen veronderstelde dat het ook niet de laatste keer zou zijn. Die wist niet hoe het precies gebeurd was dat die in een kantoorrivaliteit met hem beland was, maar had veel van diens fouten aan Hansson te danken.
Die elitaire lul ook. Hij wist dat hij alles kon maken, dus deed hij dat ook. Espen kon hem vanaf diens eerste dag al niet uitstaan en dat was over de jaren heen niet veranderd.
"Dan wil ik graag nog het rapport van afgelopen maand bespreken," zei meneer Lindbörg. "Meneer Hansson, als u het woord zou willen nemen." Björn trok met een gladde glimlach zijn jasje goed en tikte een paar keer met zijn aantekeningen op de tafel.
"De terugzet van de ogeneters heeft ons bijna niks gedaan," verkondigde hij. "Ons harde werk heeft ervoor gezorgd dat Lindbörg zonder problemen nieuwe klanten aan heeft kunnen nemen." Hierna liet hij alle zelfgemaakte, iets wat hij specifiek nog vermelden moest, grafiekjes zien. Ook benadrukte hij een scherpe stijging in de ogenvoorraad, omdat hij degene was die dat voor elkaar gekregen had. Maar Espen wist dat het eerder zijn naam was die dingen voor elkaar kreeg dan dat Björn er zelf echt moeite voor deed. En dat, dat was wat Espen mateloos frustreerde.
○👁️○
"Hij heeft het gewoon weer geflikt," tierde Espen in diens pauze aan de telefoon. "Marika Øen zat in het complot, het kon niet anders."
"Was Marika al in de vergaderruimte voor jij er was?" vroeg Liv die aan de andere kant van de lijn.
"Ja, natuurlijk was zij er, naast Björn om precies te zijn. Het is geen toeval, Liv. Dat is het nooit bij hem."
"Maar we hebben wel een îsaz ogenpaar binnengehaald," zei Liv rustig, ze probeerde duidelijk Espen te kalmeren en het erge was dat het lukte.
"Ja, dat gaat ten minste iets betekenen," zei Espen zowaar met een glimlach. "Ik ga kijken of ik vandaag een haglaz rune te pakken kan krijgen."
"Je bent ook altijd weer de moeilijkste taken aan het opzoeken," zei Liv met een lach. "Ik ben blij nu met ansuz op pad te zijn."
"Dat was van origine ook jouw rune, toch?"
"Ja, alleen die runen permanent in hebben is een hel, maar voor dit soort taken... Ik heb een talent om duidelijk te kunnen communiceren. Iets wat onder ansuz dragers kennelijk zeldzaam blijkt."
"Dan wens ik je nog veel succes, Liv. Ik ga haglaz ophalen."
Woordenaantal: 1 775
Totaal aantal woorden: 4 856
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top