2.

Alowaa, pizzaliefhebbers.
Bedankt voor alle leuke reacties ! Hier komt hoofdstuk twee :D
----------------------------------------

"Ciao!" Ik smijt de deur van Emiels auto dicht. Ik zie door de voorruit heen dat Emiel iets onverstaanbaars mompelt en de oprit afrijdt.

De arme jongen vindt het vast vreselijk dat ik hem verlaat.

Arme loner.

Ik maak een rondje en loop het tuinpad op naar de deur waar mijn moeder staat. Haar blonde haren staan alle kanten op en haar ogen zijn rood. Ze heeft een lichtblauw shirt aan en een zwarte broek, wat haar lichaam mooi slank laat uitkomen. Op de manier hoe ze uit haar ogen kijkt zegt me dat ze opzoek is naar ruzie..

"He mam!" Roep ik vrolijk, in de hoop dat ze haar woede vergeet. Ik sprijd mijn armen, na vijf weken niet thuis te zijn geweest heeft ze me vast gemist.

Maar in plaats van een dikke knuffel en warme welkomswoorden te scoren, krijg ik een woedende blik. "Aiden Alexandro Anderson!"

Ik kreun vermoeiend. Een welkom thuis was ook te mooi om waard te zijn.

"Waarom belde je me niet? Ik was ontzettend ongerust. En waarom heb je je jas niet dicht. Wil je soms eerder onder in de grond liggen?!" Haar blauwe ogen worden roder van de tranen. "Weet je wel hoe weinig slaap ik krijg. En dat allemaal door jou!" Ze draait zich om en loopt de gang op. Hars!

Dames en heren; mijn moeder.

Ik zucht, loop de gang in en schop mijn schoenen uit. "Mam?" Ik kijk naar de deur richting de kamer. Ze steekt haar hand op en schudt haar hoofd. Ze sluit de deur zachtjes achter zich en laat mij achter in de gang.

Ik sla mijn ogen neer en recht mijn rug. De jas laat ik op de grond vallen en ik loop de trap op. Vermoeid loop ik mijn slaapkamer in, sinds kort word ik al moe van traplopen. Ik was vroeger niet de sportiefste maar traplopen zat er wel in.

Met mijn hand linkerhand pak ik mijn mobiel uit mijn broekzak terwijl ik mijn andere hand mijn zwarte muts van mijn hoofd af trek. Ik gooi hem in de hoek van de kamer en richt mezelf of mijn mobieltje. Grijnsend kijk ik naar het berichtje van Emiel. De arme knakker mist mij nu al.

'vanavond half tien bij mij. Ik haal je op.'

Met mijn mobiel in mijn hand loop ik de trap af. Nu moet ik mijn moeder niks laten merken, anders flipt ze hem. Ze vindt maar niks dat ik in de avonds weg ga. Volgens de doktoren moet ik al mijn rust nemen, voldoende slaap, goed eten, niet teveel in openbare plekken zijn, blablablah.. Zijn woorden leken eerder op dit 'Aiden, je mag niks doen. Je gaat je dood saai tegemoet.' Precies, wat een gezwets.

Ik loop de woonkamer in en plof op de bank. "Waar is je muts?" Hoor ik vanuit de keuken. "Boven." antwoord ik rustig terug. Mijn moeder komt de kamer in en laat een zucht horen. Ze draait zich om en komt naast me zitten. Ik voel een hand op mijn schouder steunen. "Aiden, het is erg belangrijk dat je jezelf warm houdt. Ik wil niet dat je verkouden wordt. Dat is erg gevaarlijk." Ze kijkt me aan met doordringende ogen. Ze is duidelijk gekalmeerd, haar ogen zijn weer helder blauw. Ik knik eventjes "Ik haal hem zo op." Beloof ik haar. Het scheelt me al enorm dat ze niet meer tegen me schreeuwt.

"Goed." Ze streelt met haar hand over mijn hoofd heen.

"Ga je vanavond nog weg?" Vraag ik. Ik probeer zo nuchter mogelijk te blijven. Als mijn moeder weg gaat hoeft het niet zo moeilijk te zijn om uit huis te komen. "Nee." Zucht mijn moeder. Oke, Shit.

Ze kijkt me weer aan met doordringende ogen. "Je was toch niet van plan om weg te gaan, he?"

"Nou.." Probeer ik dan. "Aiden!" ze schudt gefrustreerd haar hoofd. "Straks krijg je weer een virus en begint het allemaal opnieuw, je hebt trouwens ook je rust nodig. Je blijft mooi thuis." Ze steekt haar vinger op en wijst naar me "Je hebt me gehoord." Met die woorden loopt ze naar de keuken toe.

Nou, gekke Gerrit heeft gesproken.

Ik schud mijn hoofd en sta op. "Jammer dan Emiel." Een zucht ontsnapt uit mijn lippen, ik heb geen zin om in discussie te gaan. Mijn moeder kan goed schreeuwen en zal me, als het moet, doofschreeuwen. Ik pak mijn mobiel erbij en sms Emiel.

'Ik kan niet komen, in verband met mijn lieftallige moeder.'

Al snel volgt er een berichtje terug van Emiel.

'Steven is er ook.'

Oké, Op naar plan B.

~(^-^)~ vier uur later ~(^-^)~

Het is twintig over acht. Ik voel me verrot en ben er niet zeker van om weg te gaan.

Mijn ogen doen zeer door alle licht wat in mijn kamer schijnt, terwijl ik alle pillen heb ingenomen en goed heb gegeten. Ik druk mijn twijfels weg bij de gedachten dat Steven er ook is vanavond. Die jongen wordt mijn nieuwe levensdoel en ik zal het halen ook.

Mijn ogen scannen de kamer af. Ik pak mijn zwarte muts en trek hem over mijn hoofd heen. Ik trek mijn dekens van het bed en maak er een grote prop van. Mijn kussen verdwijnen half onder de dekens. Dan merk ik een pop op, die in een hoekje licht. De pop, die enkel een hoofd heeft, heb ik gestolen van mijn buurmeisje. Ik pak de pop op en pak de schaar erbij. Ik knip het haar eraf, die ik onder mijn bed schuif. Als de pop half kaal is schuif ik een muts over het hoofd heen. De pop verdwijnt in mijn kussen, half onder de dekens.

Voila!

Dit is gewoon Aiden 2.0 alleen dan met een laag make-up en opgezwolle lippen.

Vast en zeker dat mijn moeder gaat denken dat ik hierin lig.

Ik druk het licht uit en grijns. Ze gaat dit nooit doorhebben. Ik ben een meester in wegsluipen. Ookal is dit mijn eerste keer..

Ach, wat kan er nou fout gaan?

Voorzichtig loop ik naar mijn raam toe, ik schuif het gordijn achter me dicht en open het raam. Zachtjes, om geen geluid te maken, klim ik door het raam. Ik hou me stevig beet aan het kozijn en grijp naar de waterpijp. Het enigste wat ik hoor is mijn snelle hartslag en gehijg. Om eerlijk te zijn is uit huis sluipen ook niet een van mijn hobbies.

Ik schuif het raam zachtjes dicht en haal diep adem. Mijn lichaam trilt terwijl het niet koud is buiten. Mijn ogen schieten naar beneden. "Shit.." Mompel ik zachtjes.

Het zweet loopt langs mijn hoofd terwijl ik nog meer begin te trillen. Sinds wanneer is het hier zo hoog? Mijn ademhaling begint onregelmatig te worden. "Rustig Aiden. Je gaat gewoon via de waterpijp naar beneden." fluister ik mezelf toe. Ik kijk opzij en facepalm mezelf dan. De waterpijp loopt via de zijkant naar de buren toe omhoog. Waar slaat dit nou weer op?!

Normale waterpijpen lopen naar beneden. Waarom hebben wij geen normale waterpijp?!

Mijn adem is nog snel en onregelmatig terwijl ik een uitweg probeer te verzinnen. Mijn rechterhand steunt nu op het raamkozijn terwijl mijn linkerhand vastgeklemt zit aan het dak.

Op naar plan C.

Trillend laat ik mijn rechterhand los. Ik grijp naar mijn broekzak en pak mijn mobiel eruit. Voorzichtig en behendigd zoek ik naar het nummer van Emiel. Ik wacht tot hij opneemt en neem mezelf voor om rustig en volwassen over tekomen.

"Aiden, Sta je al buiten? ik wacht op je, schiet op." Hoor ik Emiel snauwen aan de andere kant van de telefoon. Beste vriend ooit.

"EMIEL KOM ME REDDEN IK HANG BUITEN HET RAAM!" Zoals ik al zei; Rustig en volwassen.

"Waarom? Wil je soms.. Laat ook maar." Ik hoor dat hij ophangt en mijn mond zakt open. En dat noemt zich een vriend? Als hij de volgende keer buiten het raam hangt, laat ik hem daar ook lekker zitten.

Ik schrik me dood als iemand de deur opengooit van het hek. Mijn ogen schieten over ons achtertuin terwijl ik een zwarte vlek volg. Ik trek mijn ogen tot spleetjes en probeer te zien wie er binnenkomt. Het is mijn taak als man van het huis, om mijn moeder te beschermen. Ik strek mijn arm uit en gooi mijn mobiel in de richting van het geluid.

Ik hoor een zachte klap en kijk tevreden.

Vast en zeker raak. Ik mag misschien niet goed kunnen zien omdat het donker is, maar mijn oren laten me nooit in de steek.

"Sinds wanneer helpt het om een mobiel in de vijver gooien, om van het dak af te komen?"

Vergeet wat ik zei.

Als er geen antwoord van mij komt zucht Emiel even diep. "je zat me toch niet te bekogelen, of wel soms?' Anders laat ik je er mooi zitten."

Ik kreun even. "Emiel, stop met je flauwe grapjes en haal me hiervan af!"

"Je bent zo achtelijk.." Ik hoor wat geschuifel en gerommel. Uiteindelijk zie ik een ladder naast mij staan. "Held! Nou, kom me halen." commandeer ik.

"Aiden, je hebt benen. Kom. Ik heb hier geen tijd voor."

Ik zucht diep en probeer te staan. Mijn lichaam trilt en ik voel mezelf warm worden. Ik laat mijn handen op de ladder rusten terwijl ik mijn voeten voorzichtig op de treden plaats. Ik ga voorzichtig naar beneden en binnen een no-time sta ik voor Emiel zijn neus. Mijn lichaam voelt zwaar aan en ik zou het liefste terug in bed willen kruipen. Rotziekte ook.

Emiel slaat een arm om mijn schouder en neemt me mee naar zijn auto. Als ik in de passagiersstoel zak sluit ik even mijn ogen.

"Gaat het goed met je, je ziet er namelijk niet zo lekker uit op dit moment." Emiels stem klinkt onzeker.

Ik knik en doe mijn ogen open. Ik wrijf over mijn slaap heen en kijk hem dan aan. "Dat klonk niet als een compliment. Als je probeert om Steven in te pikken, dan kun je maar snel toegeven.." Ik grijns naar Emiel om hem te laten zien dat er niks aan de hand is. Emiel kijkt me aan en draait zijn ogen. Tot mijn opluchting rijdt hij naar zijn huis toe.

Steven, zet je maar schrap.

~(^-^)~ ~(^-^)~ ~(^-^)~ ~(^-^)~ ~(^-^)~
Dat was hoofdstuk twee alweer. Laat me weten wat jullie ervan vinden met een comment of een vote :D
Tot snell pizzapunten!

P.s schrijffoutjes? Meld het even :D

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top