▪︎ 8 ▪︎
Jamie was meteen in bed gekropen nadat ze Rye had achtergelaten in de gelagkamer.
Ze had niets meer gezegd tegen de prinses, maar had wel uit alle respect al haar kleren aangehouden. Ze was bovenop de lakens gaan liggen, om Gwen nog alle comfort te geven die ze haar kon geven, maar laatstgenoemde had haar gezegd dat ze wel gewoon naast haar onder de lakens mocht kruipen. Iets wat de heks dan ook zonder protesteren had gedaan. Het bed was eigenlijk te klein om elkaar veel ruimte te kunnen geven.
Ze sliep slecht die nacht, ondanks Gwendolyns warme rug, die op één of andere manier tegen de hare was beland, en ondanks de vermoeidheid die diep tot in haar botten was doorgedrongen.
Haar dromen brachten haar naar een plaats in een bos waar ze met een man, die haar ogen had en haar neus, in een vijvertje aan het spelen was. Een vrouw, met dezelfde donkerbruine haarkleur en dezelfde bronzen huid, zat naast hen met een boek in haar handen.
Jamie spetterde water in het rond, volledig opgaand in de kinderlijke rol die ze speelde. Toen het water het gezicht van haar vader raakte, verdween hij. Ze beet op haar tong, stak haar armen nog naar hem uit, alsof ze hem terug in het nu kon trekken. Haar wangen waren nat geworden van de tranen.
Ze kroop op de schoot van haar moeder, wilde haar omhelzen, zodat zij tenminste zou blijven. Ze had de vrouw nog maar net aangeraakt toen ook zij verdween.
Om haar heen was het bos leeg. De vijver was stil, er waren geen vogels die floten en geen eekhoorns die noten kwamen zoeken. Toen de tranen weer begonnen te stromen, veranderden de bomen naar een klein bed.
Ze was goed ingestopt, in warme lakens, met zeker drie van de zachtste kussens onder haar hoofd. Astrid boog zich over haar heen en drukte een kus op haar voorhoofd, tekende er daarna met haar duim een cirkeltje op. 'Niet huilen, oké? Ik laat je niet achter.' En toch, toen Jamie haar armen onder de dekens uitgewurmd had en ze ze naar haar uitstak, verdween ook Astrid in het niets.
Jamie opende haar ogen en staarde recht naar de houten balken onder het dak van de herberg. Het duurde even voor ze besefte waar ze was, hoe oud ze was en waarover ze net precies gedroomd had.
Ze was klaarwakker. Haar ademhaling was snel, haar lichaam tintelde en haar hart voelde aan alsof het net vertrappeld was door honderd paarden. Ze likte langs haar lippen. Haar mond was droog.
Voorzichtig, om de prinses niet wakker te maken, schoof ze wat naar de rand van het bed toe, zodat ze rechtop kon gaan zitten en bij haar spullen kon. Er moest nog ergens een waterzak in zitten.
Nadat ze een slokje genomen had, legde ze haar ellebogen op haar bovenbenen en haar hoofd in haar handen. Buiten was de nacht nog lang niet gedaan, maar haar lichaam was er nu al klaar mee.
Het kwam door wat Rye had gezegd. Ze trok het zich meer aan dan ze zou willen. De tijd van actief verzinnen wie haar ouders waren geweest en hoe ze eruitgezien hadden, had ze immers al jaren achter zich gelaten. Ze had er vrede mee om Astrids familie te zijn. Ze wás Astrids familie, wat die irritante zoon van die... die smid dan ook mocht zeggen.
Tot de zon opkwam, lag Jamie op haar rug op de lakens, afwisselend van het plafond naar prinses Gwendolyn kijkend. Laatstgenoemde sliep als een roosje, ondanks dat de kwaliteit van het bed ongetwijfeld niet kon tippen aan de bedden in het kasteel.
Gwen had iets vredigs en liefs over zich terwijl ze sliep. Het bazige en verwende leek er volledig af te zijn. Jamie vond het wel schattig hoe de prinses haar mond een stukje openhield en met haar handen stevig het laken omklemde.
Toen het zonlicht eenmaal de kamer binnen begon te stromen, duwde de heks zich weer recht en gaf ze Gwendolyn een stootje met haar hand. 'Tijd om wakker te worden, Uwe Koninklijke Slaapkop.'
De prinses mompelde wat, opende haar ogen voor minder dan een tel en draaide zich vervolgens op haar andere zij.
Jamie rolde met haar ogen. 'Komop, we zijn hier voor jou, dan mag je ook wel op tijd opstaan.'
'Nog heel even,' gaapte de prinses. 'Alsjeblieft. Ik zal extra lief zijn vandaag.' Het kwam er meer uit als gebrabbel, maar met enige moeite wist Jamie het toch te ontrafelen.
De heks grinnikte zacht. 'Meen je het?'
Ze kon een vaag knikje onderscheiden toen ze naar Gwens hoofd keek. De lakens bewogen een klein beetje mee.
Jamie vond het maar moeilijk te geloven, maar ze bracht er niets tegenin. Misschien meende de prinses het wel. De avond ervoor was ze ook niet onaangenaam geweest, dus waarom zou dat vandaag niet opnieuw kunnen?
De jonge heks rekte haar bovenlichaam uit, kamde met haar vingers door haar haren en stond vervolgens op, om dan ook nog even haar benen uit te rekken. Ze had nog steeds wat last van haar spieren na de lange rit van gisteren en de slechte matras had er niet goed aan gedaan.
Ze waste haar gezicht met het water dat in een emmer in de hoek stond. Er lag zelfs een kleine spiegel bij, waar ze met alle plezier gebruik van maakte. Alhoewel. Met alle plezier was misschien te veel gezegd. Onder haar ogen zaten lichte wallen en er lag een doffe glans over haar bruine irissen. Ze wreef nog wat met haar handen over haar gezicht, maar dat haalde niets uit.
Ze tilde haar haar wat op tot het nog maar voor een klein stukje onder haar kin kwam. Ze zou er wel mee staan als het wat korter was dan de schouderbladlengte die ze nu had. Hoe moeilijk zou het zijn om het af te snijden met haar zwaard? Misschien wanneer ze iets meer energie had...
'Jezelf aan het bewonderen?'
Ze liet haar haren weer los en keek via de spiegel Gwens richting uit. Laatstgenoemde was rechtop gaan zitten in bed, met haar knieën tegen haar borst getrokken en haar armen eromheen geslagen.
'Ik vind het mooier kort.'
Jamie grijnsde. 'Dan laat ik het speciaal voor u lang.'
De prinses wierp een blik op het plafond, voor ze zich het bed uit liet glijden en ze naar het hoekje toeliep. 'Je moet doen wat jij leuk vindt.' Ze gebaarde naar de emmer met water. 'Mag ik even, alsjeblieft?'
De heks zette een stap naar achter, zodat ze weer op het bed kon gaan zitten en Gwendolyn plaats had om zich even op te frissen. Eerstgenoemde vlocht haar haar snel in twee ingevlochten vlechten en pakte vervolgens de paar andere spulletjes die ze meegebracht had bij elkaar - het ging om wat briefpapier, een houten pen en wat inkt om mee te schrijven, evenals de waterzak waaruit ze die nacht gedronken had.
'Was je van plan om daar nog iets mee te doen?' vroeg de prinses, knikkend richting het stapeltje met briefmateriaal. Ze vlocht haar lichtbruine haren vandaag niet in een kroon, maar liet haar haren loshangen - ze kwamen bijna tot aan haar staartbeentje - en maakte er hier en daar een paar kleine vlechtjes in.
De jonge heks haalde haar schouders op. 'Ik... ging nog een brief schrijven naar Astrid, maar ik weet niet wat ik moet zeggen.'
'Heb je haar niet gisteren nog gezien? Nu al heimwee?'
Jamie had eerder verwacht dat zij zelf degene zou zijn die dat aan de prinses vroeg en niet omgekeerd. Het irriteerde haar een beetje.
'Ik heb geen afscheid genomen. Ik ben gewoon direct vertrokken gisterenochtend. Het is geen heimwee. Het is gewoon...'
'Je had afscheid moeten nemen.' Er lag iets zachts in Gwens stem, alsof het een wolk was die Jamie op zou vangen moest ze vallen.
'Ik had afscheid moeten nemen. Je weet nooit wat voor enge ziektes of vage dingen er kunnen gebeuren.' En ze vond het niet fijn dat hun laatste conversatie een halve ruzie was geweest.
'Dat hoef je mij niet te vertellen.'
Juist, prinses Aline, daar had ze niet meer over nagedacht. Natuurlijk speelde het nog wel in haar achterhoofd dat deze missie ging om het leven van de kroonprinses, maar er echt bij stilstaan had ze niet meer gedaan.
'Sorry, ik dacht er niet bij na.' Jamie probeerde een verontschuldigend lachje.
Gwendolyns mondhoeken krulden lichtjes omhoog. 'Je ziet eruit als een idioot als je zo lacht.'
'Maar wel een knappe idioot.' Ze keek met uitdagend twinkelende ogen Gwens richting uit.
De prinses rolde met haar ogen, maar er kon wel een klein lachje vanaf. 'Een héél knappe idioot.' Ze keek Jamie over haar schouder aan. 'Maar niet zo knap als ik uiteraard.'
De heks was er niet zeker van welke stukken gemeend waren en welke maar een grapje, dus besloot ze het maar bij een korte lach te houden, daar kon ze niets verkeerd mee doen.
Het was raar hoe de sfeer opeens zo luchtig was geworden, maar ze had er niets op tegen. Integendeel. Ze voelde zich vreemd comfortabel in Gwendolyns buurt, een beetje té comfortabel naar haar eigen mening. Misschien had ze er dan toch iets op tegen.
Toen de prinses klaar was, liepen ze samen de gang in.
Jamie klopte op de deur van Rye's kamer en verhief haar stem om hem te zeggen dat hij op moest staan en ze gingen ontbijten. Er kwam geen reactie.
'Als hij niet opstaat, gaan we zonder hem weg,' besloot de heks, toen Gwen haar hand al uitstak naar de deurknop om binnen te gaan. Jamie klopte nog een keer hard op de deur, maar toen er geen reactie kwam liep ze gewoon verder de gang door en de trap af naar de gelagkamer.
Daar zat Rye, alleen aan een tafel met nog drie lege stoelen. Voor hem stond een bord met roerei en een beker met zwarte koffie. Hij leek meer bezig te zijn met prullen aan zijn ijzeren hand dan met het eten dat voor zijn neus stond.
Jamie had geen zin om bij hem te gaan zitten. Alles aan haar schreeuwde dat hij een onbeschofte, respectloze aansteller was die niets in haar buurt te zoeken had en daar wilde ze het liefst gewoon naar luisteren.
Prinses Gwendolyn pakte uit het niets haar hand vast en kneep er zachtjes in. Haar spieren spanden zich nog wat meer op, tot ze besefte dat dit precies was wat ze gisteren zelf bij de prinses gedaan had. Ze ademde zo rustig mogelijk in en uit en gaf een kneepje terug, vooraleer ze Gwens hand weer losliet en ze op Rye's tafel af stapte.
Ze begroette hem niet.
'Goedemorgen, Rye,' zei de prinses daarom met een éxtra beleefde toon.
Kijk eens naar mij, ik ben een prinses, ik heb manieren, dacht Jamie, maar ze hield haar lippen stijf op elkaar.
De rest van de maaltijd gebeurde in uiterste stilte. Rye leek bijzonder veel moeite te hebben met het opscheppen van zijn ei en gebruikte vaker zijn hand dan zijn vork - wat meerdere kuchjes van Gwendolyn opleverde. Jamie dronk drie bekers hete thee in dezelfde tijd waarin Gwen een beker koffie had gedronken.
De gelagkamer was bijna leeg. Er zat nog een enkeling die ook aan het ontbijten was en iemand was al aan de alcohol begonnen, maar verder was er totaal niets meer te zien van de sfeer van de vorige avond. Wat ook wel te begrijpen viel. Iedereen werd uiteindelijk weggestuurd - hetzij vrijwillig, hetzij harthandig. Zo ging het overal.
Toen ze klaar waren met eten, betaalden ze de herbergier nog een muntstuk extra om hun paarden nog wat langer op stal te laten staan en vertrokken ze het dorp in, zwijgend, op zoek naar een marktkramer die waarschijnlijk niet gevonden wilde worden.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top