▪︎ 6 ▪︎

De hele voormiddag reden de heks, de prinses en de dief langs velden, door bossen en over open vlaktes. Met Jamie, tot Gwendolyns grote spijt, op kop.

Af en toe kwamen ze een eenzame reiziger tegen, een groepje landbouwers of marktkramers die onderweg waren naar grotere steden met hun kwaliteitsvolle waren, maar niemand leek al te veel aandacht aan het drietal te besteedden.

Er werden maar weinig woorden gewisseld. Jamie gaf hier en daar instructies over de route, Rye liet om de zoveel tijd een reeks gemompelde scheldwoorden zijn mond verlaten en Gwen kon het niet laten af en toe een vrolijk reisliedje te neuriën.

Toen ze tegen de middag bij een beekje aanbeland waren, hield de heks haar paard in en deelde ze mee dat ze hier even zouden rusten.

Het was een rustig plaatsje tussen de bomen. Onder de afgevallen bladeren was het pad al niet meer te zien en door de al bijna lege takken hadden ze prima zicht op de hemel. Inmiddels was die al eerder grijs dan blauw geworden. De zon leek verdwenen te zijn achter de steeds meer samentrekkende wolken.

'Dat duurde lang genoeg,' zei Gwendolyn, terwijl ze van haar zadel klom en haar witte merrie een aai over zijn manen gaf. 'Ik wist niet dat er zoveel spieren in mijn lichaam zaten,' ze strekte haar armen boven haar hoofd, 'en ik ben het gewend om op een paard te zitten.'

Jamie kon zich zonder problemen voorstellen dat de prinses in haar vrije tijd ritjes door de bossen achter het kasteel maakte. Die plezierritten zouden wanneer het aankwam op afstand nooit in de buurt komen van de ritten die ze tijdens deze reis zouden maken.

Voor Rye zou het ook niet makkelijk worden. Het had er vaker uitgezien alsof hij van zijn paard zou vallen, dan dat hij stevig in het zadel zat. Hij had van hun drie waarschijnlijk het minste ervaring.

'We zijn net langs de ruïnes van het kasteel van je voorouders gereden, dus we zijn bijna halverwege,' zei Jamie, terwijl ze Gwens voorbeeld volgde en afsteeg.

Terwijl ze haar paard naar de beek leidde, zodat het kon drinken, kon ze Gwendolyns ogen op haar achterhoofd voelen prikken.

Met een vermoeide zucht, draaide de heks zich naar de prinses om. Ze had zelf ook last van haar spieren en dat maakte haar humeur er niet beter op.

'Ja, ik zei "je", ik weet het, het is "uw" en "Uwe Koninklijke Hoogheid" en niet Gwendolyn en al zeker niet Gwen, maar weet je wat,' ze duwde haar mondhoeken liefjes omhoog, 'we zijn hier niet meer in de hoofdstad en het gaat meer aandacht trekken als je je gedraagt als een verwende prinses, dus je moet er maar aan wennen dat je het grootste deel van deze reis niet op je wenken bediend zal worden.'

De prinses opende in - waarschijnlijk terechte - schok haar mond, sloot hem weer en leek er daarna pas over na te denken.

'Het zou inderdaad wat opvallend zijn,' besloot ze uiteindelijk. 'Maar we zijn hier niet in de buurt van andere mensen, dus, Jamie, hier hoef je de regels nog niet aan je laars te lappen.'

Jamie rolde met haar ogen en maakte een overdreven reverence. 'Alles wat u wil, Uwe Koninklijke Hoogheid.'

Gwens ogen twinkelden - het deed het grijs erin beter uitkomen - en ze wierp de heks een kleine grijns toe. 'Ik hou ervan als je onderdanig bent.'

Jamie voelde haar wangen warm worden door de toon die de prinses aansloeg, maar ze schonk haar toch nog een uitdagende blik, voor ze zich weer naar haar paard draaide.

Ze had een grijze merrie toegewezen gekregen. Het was de kleinste van de drie paarden in het gezelschap, maar ze was er zeker van dat dat dan wel moest betekenen dat het het meeste karakter had. Een paard naar haar hart.

Toen het dier volledig voldaan was, gaf ze het nog een aai over zijn nek, voor ze het naar een boom leidde waaraan ze het kon vastmaken.

Jamie bekeek haar reisgenoten even, terwijl ze haar haar losmaakte uit haar dot om er een vlecht van te maken. Rye was inmiddels al ergens tegen een half vergane omgevallen stam gaan zitten en Gwendolyn was een stukje verder nog staand een appel aan het eten. De zoon van de smid en de prinses hadden elkaar nog niet veel blikken waardig gekeurd sinds ze die ochtend vertrokken waren.

Toen Gwens appel op was, gooide ze het klokhuis de grond op en liep ze wat dichter naar haar reisgenoten toe. Blaadjes bleven aan haar bruine leren laarzen plakken, maar tot Jamies verbazing trok ze zich dat niet aan. 'Jamie, je ging nog uitleggen wat het plan is na de herberg in het Grenz-gebied.'

'Het plan, juist...' De heks keek naar Rye om te zien of die luisterde. 'Misschien is het ook interessant voor jou.'

De jongeman keek haar loom aan en haalde zijn schouders op. 'Ik ben hier toch alleen maar voor een beetje bescherming.'

Jamie klemde haar kaken op elkaar en telde tot vijf. Hij was het niet waard en bovendien niet haar verantwoordelijkheid. Als er iets met hem gebeurde onderweg was het zijn eigen schuld.

Ze verplaatste haar blik weer naar de prinses. 'Goed. Dus... we moeten zo'n Firvaanse markt zien te vinden en het onhandige is dat die rondreizen zonder een vaste route. Ze gaan overal heen waar ze op dat moment heen willen en alleen de mensen die rechtstreeks contact hebben met een marktkramer worden op de hoogte gebracht van hun volgende staanplaats.'

'Dat is raar. Hoe verwachten ze dan mensen aan te trekken?'

'Het verrassingselement en de vaste klanten weten het altijd wel, die reizen soms zelfs mee met de groep. Het speciale aan de Firvaanse markten is dan ook dat ze maar maximum één keer per jaar op dezelfde plaats komen en op iedere plaats proberen ze de speciaalste dingen te vinden om dan op een andere plaats weer door te verkopen.'

'Zoals die paddenstoel die Aline kan redden.'

Jamie moest haar best doen om haar gezicht in de plooi te houden, terwijl ze knikte. 'Ja, zoals die paddenstoel.'

'En hoe gaan we die markt vinden als we er geen contacten hebben?' vroeg Rye met spottende ondertoon.

De heks keek hem niet onder de indruk aan. 'Ik dacht dat het je niet kon schelen.'

Hij haalde zijn schouders op. 'Ik wilde je alleen wijzen op dit belangrijke detail.'

Jamie balde haar hand tot een vuist en ademde diep in. Hij is het niet waard, hij is het niet waard, hij is het niet waard.

'We gaan naar het Grenz-gebied omdat dat het gebied is waar de meeste marktkramers van de Xandrische Firvaanse markt gaan wonen wanneer ze ermee stoppen. Als we daar de dorpjes en steden wat rondgaan, zullen we uiteindelijk wel iemand vinden die ons misschien meer kan vertellen over de huidige locatie van de markt.'

'Klinkt als een plan,' knikte Gwendolyn.

'Het is een plan.'

'En hoe lang gaat het duren, denk je?'

'Er kan veel gezegd worden over heksen, maar we hebben geen glazen bol.' Jamie keek even omhoog. 'Oké, jawel, we hebben wel een glazen bol, maar die gebruiken we niet om in de toekomst te kijken, dat kunnen we gewoon niet en zelfs als we het wel konden zouden we het nog steeds niet mogen, want-'

'De toekomst is in handen van de goden, zoals ook de dood en het leven in handen zijn van de goden.' De prinses liet een koninklijke zucht ontsnappen.

Jamie keek haar voor enkele tellen met grote ogen aan. 'Juist. Dat heb je goed onthouden.'

Een korte lach verliet Gwendolyns lippen. 'Ik weet meer over jullie heksenorde dan je denkt, Jamie.' Ze richtte haar aandacht vervolgens op Rye, die nog steeds lui tegen de omgevallen boomstam zat. 'Sta eens op, lompe jongen, dan kunnen we weer vertrekken. Aline heeft niet zoveel tijd meer, dus moeten we ook geen tijd verspillen met hier liggen niksen.'

De zoon van de smid mopperde wat en bleef koppig zitten.

'Dan gaan we wel gewoon zonder hem,' knikte Jamie naar Gwen, terwijl ze in het zadel klom. Ze gaf een klopje op het heft van haar gloednieuwe zwaard. 'Ik kan je prima in mijn eentje beschermen en Rye denkt blijkbaar toch dat hij zonder hulp de weg terug zal vinden, dus... laten we gaan.'

De prinses schonk haar een glimlach die wel eens oprecht kon zijn. Het deed haar ogen schitteren op een manier die de heks nog niet eerder had gezien. Gwen zag er zo nog vijf keer zo mooi uit als dat ze er anders al uitzag, als je het Jamie vroeg dan toch - niet dat ze erover na zat te denken.

Gwendolyn was net als die ochtend de eerste die weer op haar paard zat.

Jamie wierp nog een blik op Rye, die inmiddels toch was opgestaan, voor ook zij opnieuw in het zadel klom. Ze besloot dat ze hem vanaf nu geen aandacht meer zou gunnen. Hij moest eerst maar eens haar respect en vertrouwen zien te winnen, anders zou ze het zich niet aantrekken als ze hem ergens per ongeluk zouden vergeten.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top