▪︎ 4 ▪︎

Toen Jamie de winkel in kwam, gevolgd door Astrid en een schoorvoetende Rye, was prinses Gwendolyn rustig haar boek aan het doorbladeren. Ze streek met haar vingers over een tekening, voor ze haar hoofd draaide om richting het drietal te kijken.

Haar blik gleed eerst langs Jamie naar Astrid, haar mondhoeken krulden daarbij lichtjes omhoog, maar toen ze Rye er achteraan zag komen, gingen haar mondhoeken ook weer naar beneden.

Jamie snapte ergens ook wel dat ze liever niet wilde dat zomaar elke persoon bij een persoonlijk gesprek betrokken werd. Het koningshuis kende nog steeds veel geheimen, zelfs al was zo goed als heel het koninkrijk ervan op de hoogte dat hun kroonprinses op sterven lag.

De jonge heks deed niet meer de moeite nog een reverence te maken - ze had de prinses tenslotte al begroet -, maar Astrid zakte nog wel door haar knieën en ook Rye maakte zonder er problemen van te maken een buiging. Van die laatste had Jamie dat niet verwacht. Gwendolyn leek er meer dan tevreden mee te zijn, maar dat was ook geen verrassing.

'Dit is Rye Zilverspoor, Uwe Koninklijke Hoogheid. Als u het niet erg vindt blijft hij bij ons,' zei Astrid, terwijl ze naar de jongeman gebaarde.

'Maar ik kan ook wel weggaan hoor, als u dat liever heeft, Uwe Hoogheid,' voegde Rye er zonder aarzelen en met zijn charmantste glimlach aan toe.

Astrid wierp hem nog een waarschuwende blik toe, maar die kwam toch al te laat. De woorden waren eruit en ze stonden de prinses meer dan aan.

Gwen knikte met een kleine, tevreden glimlach. 'Dat zou ik fijn vinden.'

De zoon van de smid maakte nog een buiging en maakte vervolgens aanstalten om de winkel uit te lopen. Even leek het alsof Astrid hem nog zou tegenhouden, maar uiteindelijk knikte ze alleen ter afscheid.

Jamie wierp een frons op haar vroegere mentor. 'Wilde je niet met hem meegaan?' vroeg ze, toen hij de deur net uit was.

'Ja, eigenlijk wel, maar het maakt toch niet uit. Ik ken zijn vader goed en ik weet waar hij woont, dus hij komt er hoe dan ook niet onderuit.'

De verleiding was groot om te vragen wat de jongeman precies kwam stelen en waarom, maar na een kuchje van de prinses besefte de heks weer dat ze niet alleen in de winkel waren.

'Ken je zijn vader goed zoals je mijn vader goed kent?' vroeg Gwendolyn, met een blik die Jamie het gevoel gaf dat ze een hoop informatie miste.

Astrid trok een wenkbrauw op en keek de prinses enkele tellen aan. 'Ik weet niet waar u op doelt, Hoogheid.' Ze zei het niet per se op een koude toon, maar het was er in ieder geval één die Jamie nog niet vaak in haar leven gehoord had, één die voorbehouden was voor alles wat in Astrids verleden lag.

Dat ze nogal wild was geweest, was waarschijnlijk het enige wat Jamie wist over het leven dat haar vroegere mentor had gehad voor ze Jamie op vierjarige leeftijd in huis had genomen. Ze had er toen ze jonger was vaak genoeg naar gevraagd, maar dat Astrid er niet over wilde praten was nog een understatement.

'Je weet best waar ik op doel, heks.'

'Ik weet dat u mij liever aan uw kant heeft wanneer u eenmaal koningin bent.'

Gwen opende haar mond verontwaardigd, sloot hem weer en schudde vervolgens een paar keer stevig met haar hoofd. 'Ik word geen koningin. Daar gaan jullie voor zorgen.'

Jamie kon een zucht niet tegenhouden. Had ze het nu nog niet opgegeven?

Astrid gaf haar vroegere leerlinge een nauwelijks voelbaar stootje tegen haar schouder. 'Uwe Hoogheid, we hebben al gezegd dat we u niet kunnen helpen. Er is echt niets-'

'Nee.' De prinses wierp een standvastige blik op beide heksen. 'Ik begrijp dat jullie geen rechtstreekse magie mogen gebruiken om het gif uit haar lichaam te halen en ik begrijp dat jullie denken dat er geen middelen zijn om haar te genezen, maar ik heb een boek gevonden in de koninklijke bibliotheek waarin duidelijk staat dat het gif dat Soren bij Aline gebruikt heeft weldegelijk te genezen valt. Je moet er alleen de juiste ingrediënten voor hebben.' Gwen hief haar kin en rechtte haar toch al kaarsrechte rug nog iets meer. 'Het is misschien geen standaardprocedure of geen alledaagse mix, maar als het haar kan helpen moeten jullie het proberen.'

Jamies aandacht was voornamelijk bij Soren blijven hangen. Dit was de eerste keer dat iemand zijn naam in haar buurt had genoemd. Niet dat ze daarmee zoveel meer kon zeggen over wat voor persoon hij was geweest, maar nu hoefde ze tenminste niet meer naar hem te verwijzen als "de vreemdeling die het koninkrijk om zeep wilde helpen" of iets binnen die lijnen.

'Experimentele methoden zijn meer Jamies gebied,' Astrid wierp haar een blik toe, 'toch?'

Ze kon het moeilijk ontkennen wanneer haar huisgenoot haar aankeek alsof ze haar de straat op zou gooien als ze nu niet iets verzon om deze situatie op te lossen.

Langzaam liet ze haar blik van Astrid naar de prinses glijden. Gwens blauwe ogen - nog steeds intrigerend - keken haar strak aan. Dit keer kwam er geen commentaar of hooghartig gepuf, enkel een beheerst knikje richting het boek dat nog steeds open op de toonbank lag.

'Goed dan, ik zal eens kijken.' Haar mondhoek kroop een millimeter omhoog. 'Alles voor de prinsessen van Xandrië, niet waar?'

Het was niet de prinses zelf, maar Astrid die haar keel schraapte. 'Zo is het wel genoeg geweest,' mompelde ze amper verstaanbaar.

Jamie rolde pas met haar ogen toen ze met haar voorkant naar de toonbank gericht stond en ze er zeker van was dat de andere twee aanwezigen het niet konden zien.

Eerst ging ze met de toppen van haar drie middelste vingers langs het leer van de kaft. Ze tilde het wat op en boog naar voren zodat ze kon zien wat er op de voorkant van het boek stond. Honderdtweeëntwintig vergiften en tegengiften, de niet vanzelfsprekende editie samengesteld door Rita Jaegher. Jamie had al enorm veel boeken gelezen in haar tweeëntwintigjarige bestaan, maar van het deze had ze nog nooit gehoord.

'Waar zei u dat u het had gevonden?'

De kaft legde ze weer neer op de toonbank, zodat ze naar de pagina kon kijken waarop de prinses het boek had open gelegd.

'In de koninklijke bibliotheek. Ik had de diensters opgedragen me alle boeken te brengen die ze konden vinden over geneesmiddelen, kruiden, magische planten... je begrijpt wat ik bedoel. Ik weet niet waar ze dit boek precies gevonden hebben, maar het lag vast ergens verstopt aan de wansmakelijke staat te zien.'

Ondanks de wansmakelijke staat had Gwen het dan toch opengedaan. Dat lag niet geheel binnen de verwachtingen die Jamie van de prinses had.

Ze liet haar vingers langs de opengeslagen pagina's glijden. Het perkament was hobbelig, de inkt op sommige plaatsen uitgelopen. De auteur leek niet veel zorg en aandacht aan dit deel van haar werk te hebben besteed.

Slapend doodskruid noemde de plant die gebruikt was om prinses Aline te vergiftigen. Het was een langzaam vergif, las de jonge heks. Het duurde eerst een tijdje voor het zich gesetteld had in iemands lichaam. Zodra dat gebeurd was kon het ongemak beginnen. Eerst zou het zich vooral tonen als vermoeidheid, langzaamaan zou die opbouwen en opbouwen. Daarna kwam de hoofdpijn, als een hamer die eerst zacht klopte, maar na verloop van tijd steeds harder en harder werd. Vervolgens de spierpijn, gevolgd door de incapabiliteit om nog te bewegen. De keelpijn, gevolgd door de onbekwaamheid om te spreken. Uiteindelijk zou het lichaam zo moe zijn dat de organen het gingen begeven. Dat was het begin van het einde.

Jamie vond zichzelf niet meteen de meest meelevende persoon, maar toch kreeg ze het benauwd toen ze erbij stilstond dat dit was wat er aan het gebeuren was met de kroonprinses, met Gwendolyns zus. Ze zag het veel te levendig voor zich.

Ze tilde haar hoofd op om een blik op de prinses te werpen. Deze had inmiddels haar armen over elkaar geslagen en stond afwachtend naar haar te kijken.

'En?'

'Niets- ik ben nog niet klaar. Ik denk- ik vind het gewoon... erg. Voor je zus. Voor Aline.'

Prinses Gwendolyn leek niet te weten wat ze moest antwoorden en haalde haar schouders op. Ze wilde er onverschillig uitzien, hield haar lippen in een strakke lijn op elkaar, maar Jamie kon haar ogen zien blinken van de tranen. 'Het is Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Aline voor jou, heks.' Het klonk weinig overtuigend.

Jamie knikte enkel en richtte zich weer op het boek. Misschien stond er nog wel iets nuttig in. Misschien had de prinses wel echt de oplossing gevonden.

Het leek erop dat het kruid alleen groeide in bepaalde regenachtige gebieden, maar slechts een selecte groep van mensen wist waar dan precies. Aan de hoeveelheid vraagtekens te zien hoorde de auteur niet bij deze groep. Daar konden ze dus al geen tegengif van maken. Soren was tenslotte gestorven en iemand anders vinden die de locatie van het kruid kende was een behoorlijk onmogelijke taak.

De volgende pagina was volledig toegewijd aan middelen die het slapend doodskruid konden tegengaan... dat hoorde in ieder geval zo te zijn. In werkelijkheid was het een bijna lege pagina met een krullerig titeltje 'tegengiften' en een paar vage tekeningen van planten die Jamie nog nooit van haar leven had gezien. Geen tekst, geen hints of aanwijzingen. Dat noemde prinses Gwendolyn "duidelijk".

'Astrid,' zei de heks, terwijl ze met haar vingers langs de tekening van een paddenstoel in de kleuren van de zonsondergang gleed, 'herken jij misschien één van deze planten?'

De winkeleigenaresse liep naar haar toe en keek over haar schouder mee naar de tekeningen in het boek. Ze humde wat, voor ze Jamies blik ving met een schittering in haar ogen die niet goed te plaatsen viel.

Jamie had het akelige voorgevoel dat haar vroegere mentor een idee had dat haar niet aan zou staan.

'Volgens mij heb ik die paddenstoel eerder gezien in één van die boeken van je. Die die je laatst gelezen hebt, over die fungi.'

De jonge heks fronste en schudde meteen met haar hoofd. 'Nee, dat kan niet. Ik vergeet zelden iets. Laat staan een magische paddenstoel die lijkt op een culinair hoogstandje van op één van de Firvaanse markten.'

Jamie realiseerde zich haar fout pas toen het al te laat was.

'Dus je hebt het wel al gezien?' vroeg Gwendolyn. Haar toon was een mengeling van "ik wist het", hoop en vastberadenheid. Het leek er niet op dat ze nog een nee als antwoord zou accepteren.

'Dat zei ik helemaal niet. Ik zei dat het lijkt op-'

'Jamie,' Astrid legde een hand op haar schouder en kneep er zachtjes in, terwijl ze haar recht in de ogen keek, 'het kan toch geen kwaad om eens te gaan kijken? Misschien herinner je je het wel echt.'

Astrid en die doordringende blik van haar...

Jamies ogen spuwden vuur. Ze balde haar handen tot vuisten en forceerde zichzelf om rustig te blijven ademen. Toen ze min of meer gekalmeerd was, lachte ze zo vriendelijk mogelijk naar de prinses. Ze vreesde dat het haar ogen niet bereikte, maar niemand zei er wat over.

'Oké dan. We kunnen wel gaan kijken.'

Op het gezicht van prinses Gwendolyn was een brede glimlach verschenen. 'Geweldig! We vertrekken morgen! Ik regel het wel bij de koning, kom morgen naar het kasteel, naar de stallen, ik denk dat we best met paarden gaan.'

'Klinkt perfect, Uwe Koninklijke Hoogheid,' stemde Astrid toe voor Jamie er nog enige vorm van commentaar op kon leveren. 'Als u het niet erg vindt kom ik nog even met u mee naar het kasteel. Het is al even geleden dat ik nog met uw vader heb gesproken en ik wil hem ervan verzekeren dat u in goede handen zal zijn bij Jamie.'

Dat viel nog te betwijfelen, maar de jonge heks hield wijselijk haar mond. Lachend als een boer met kiespijn sloot ze het dikke boek weer en overhandigde ze het aan de prinses. 'Tot morgen dan, Uwe Hoogheid.'

Gwendolyns ogen twinkelden vrolijk. 'Tot morgen, heks.'

Jamie nam aan dat het haar eigen schuld was. Had ze maar niet zo moeten wensen om wat meer spanning en avontuur.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top