▪︎ 19 ▪︎
Het kostte het reisgezelschap drie dagen om terug in de hoofdstad te geraken. Er werden weinig woorden meer gewisseld. De aankomende dood van de kroonprinses en de aanval op Gwendolyns leven lagen over hen heen als een bedrukkend deken.
Zee was de enige die de sfeer er nog een beetje in probeerde te houden. Hij gaf commentaar op alles wat Jamie deed, in de hoop een reactie uit te lokken, en gaf Gwen zoveel complimentjes als hij maar kon bedenken.
Rye en Jamie oefenden elke ochtend met hun zwaarden. Ze hadden allebei frustraties die ze eruit moesten werken.
Het enige wat de heks nog zei tegen de prinses was dat ze Zee beloofd had dat hij geld zou krijgen van de koning en de reden waarom. Dat begreep Gwen en zou haar vader ook begrijpen. Jamie vroeg zich af of de prinses het haar kwalijk nam, alles.
In de hoofdstad aangekomen, namen ze afscheid bij de stallen van het kasteel. Zee wachtte op het binnenplein op Gwendolyn, zodat ze met hem naar de koning kon gaan. Jamie en Rye brachten hun paarden naar de staljongens en haalden hun spullen uit de zadeltassen.
'Misschien tot nog eens, Uwe Koninklijke Hoogheid,' zei Rye met een overdreven beleefde buiging.
Gwen knikte naar hem, haar mondhoeken lichtjes omhoog gekruld. 'Je bent welkom hier, Rye.'
De zoon van de smid trok nog wat aan zijn ijzeren hand, terwijl hij knikte. Met nog een laatste halve buiging liep hij terug naar het binnenplein, waar hij nog even zou wachten op Jamie.
De heks wist niet wat ze moest zeggen of doen.
Ze keek de prinses aan. Naar de hel met het protocol, dacht ze. Gwendolyn verbrak het oogcontact niet. Ze bleven tegenover elkaar staan, allebei met hun mond een stukje open en hun ogen half klaar om te gaan huilen, half geïrriteerd.
Uiteindelijk wendde Jamie haar blik toch af. Ze keek naar de grond, maakte een reverence - dieper dan ze al ooit eerder had gedaan - en zei met onstabiele stem: 'Uwe Koninklijke Hoogheid.'
Ze draaide zich om. Haar zak met spullen lag zwaar op haar schouder. Ze aarzelde, maar liep toch weg.
'Jamie,' klonk het, voor ze vijf stappen gezet had. 'Het spijt me.'
Haar mondhoeken krulden weemoedig wat omhoog, terwijl ze over haar schouder naar de prinses keek. 'Het spijt mij ook.'
Daarna liep ze zonder nog om te kijken naar Rye toe.
Ze zou niet gaan huilen. Ze had het geweten, al voor ze gekust hadden. Ze had het niet willen toegeven aan zichzelf, maar er was altijd een stem geweest in haar hoofd die haar zei dat haar gevoelens niet rationeel waren.
Ze salueerde naar Zee. 'Fee.'
'Heks.'
Dat was het laatste wat ze tegen elkaar zeiden. Hij zou haar wel weten te vinden wanneer hij wist wat hij van haar wilde, daar was ze zeker van.
Jamie ging niet meer mee met Rye naar de smidse. Halverwege hun weg moesten ze allebei een andere kant op. De heks kon niet van nog iemand afscheid nemen. Het deed te veel pijn.
'Ik zie je morgenvroeg, voor training,' zei ze, achterwaarts verderwandelend zodat ze hem kon blijven aankijken.
Rye glimlachte. 'Morgenvroeg. Bij zonsopkomst.'
'Op het marktplein!'
'Afgesproken!'
De rest van de weg naar Astrids winkel probeerde ze te beslissen wat ze wel en niet tegen haar vroegere mentor zou zeggen. Ze kneedde het labeltje in haar mantel met haar vingers. Waarschijnlijk kon ze het het beste bij de belangrijke dingen houden. De details deden er niet toe. Gwen deed er niet toe, alleen de prinses - haar hart kneep minder samen als ze haar als twee personen zag, de één bereikbaar, de ander mijlenver weg.
Met de deurknop in haar handen, bleef ze nog even staan. Ze kon Astrid niet zien binnen. Misschien was ze boven of achterin. Misschien was ze niet eens hier. Ze draaide de knop om, bleef nog een paar tellen in de deuropening staan en liep vervolgens naar binnen.
Ze was thuis. Eindelijk.
Het belletje dat nog na tingelde bij de deur klonk als muziek in haar oren.
Jamie legde haar spullen op de toonbank, zowel de zak als het zwaard en de bijhorende schede.
Ze was aan het kiezen welk boek ze zou verstoppen achter de weckpotten, toen ze het vertrouwde kraken van Astrids voeten op de trap hoorde.
'Je leeft nog,' merkte de oudere heks op met een klein lachje.
Jamie legde haar boeken op elkaar en haar andere spullen er bovenop, voor ze opkeek en knikte. 'Wat vind je van mijn haar?'
'Kort. Mooi. Heb je het zelf gedaan?'
Ze knikte. 'Ik heb een zwaard gekregen van Rye's broer.' Ze tilde het op.
'Handig.'
'Ik heb met Rye afgesproken dat we gaan oefenen morgenvroeg. We hebben ook geoefend op reis.'
'Vrienden dus?'
Jamie knikte nog een keer.
'En de paddenstoel?'
'Die bestaat niet.'
'En Gwendolyn?'
'Wordt koningin.' Jamie veegde met haar hand langs haar ogen en haalde hem vervolgens door haar haar. 'Je wist toch al dat het een hopeloze tocht was voor ik vertrokken was.'
Astrid fronste, maar zei voor een tijdje niets meer. Ze liep wat dichter naar Jamie toe en nam haar goed in zich op.
'Nieuwe mantel?'
De jonge heks had het gevoel dat ze de hele tijd maar aan het knikken was.
'Je moeder had er ook zo één.'
Jamie wist niet wat ze daarmee moest doen. Ze nam haar spullen bij elkaar en zei dat ze ze ging wegleggen. Ze trok haar mantel uit in haar kamer en gooide hem ergens in een hoekje, waar ze hem kon vergeten.
Ze kwam niet meer naar beneden tot het avondmaal op tafel stond.
Met haar vork prikte ze wat in de gekookte wortels op haar bord, zonder dat ze er meer dan een klein beetje van in haar mond stopte.
'Is alles wel goed voor de rest?' vroeg Astrid, terwijl ze haar beker met wijn naar haar mond bracht.
'Tuurlijk. Gewoon moe.'
Astrid trok een wenkbrauw op, maar zei er niets meer over. Jamie zat nog maar in de helft van haar bord toen haar mentor al klaar was met eten.
De oudere heks schraapte haar keel. 'Ik moet je nog iets zeggen.' Ze legde haar handen op tafel, dan weer in haar schoot, dan weer rond haar beker. 'Ik wilde er eigenlijk nog mee wachten tot het echt niet anders kon, maar dan zou je waarschijnlijk nog bozer worden dan je nu gaat zijn, dus...'
Jamie legde haar vork op tafel en schoof haar bord van zich weg. 'Als je zo al begint, wil ik het niet weten.'
'Ik ga naar de opperheksen.'
De jonge heks opende haar mond, sloot hem weer en fronste. 'Waarom zou ik daar boos om worden? We moeten toch allebei wel eens gaan.'
Astrid zuchtte, masseerde haar slaap kort en dronk nog een slokje wijn. 'Ik bedoel het niet zo, Jamie. Margriet is oud. Ze denken niet dat ze nog lang gaat blijven leven.'
Margriet was de opperheks van het helen. Die vrouw was al oud voor Jamie geboren was.
'O.' Jamie tikte met haar vingers op tafel. 'Dus ze hebben gevraagd of jij haar wil vervangen?'
De oudere heks knikte. 'Al een tijdje terug, maar ik had nog niet besloten.'
'En nu wel?'
'De koning en ik hebben samen beslist dat jij de hofheks wordt wanneer ik weg ben. Zie het als een beloning omdat je Gwendolyn heelhuids hebt teruggebracht.'
Jamie schoof haar stoel naar achter en stond op. 'Ik ben voor twee tellen thuis en ik wou nu al dat ik nog in het Grenz-gebied was.'
'Jamie...'
'Je kan niet zomaar grote beslissingen nemen zonder het te bespreken! Je kan niet zomaar beslissen dat je weggaat en dat ik maar gewoon moet blijven doen wat ik altijd doe en dat- en dat ik op het kasteel moet gaan werken! Je kan niet zomaar voor mij beslissen wat ik met mijn leven wil doen. Je kan niet weggaan. Iedereen gaat altijd weg. Iedereen heeft altijd betere dingen te doen, een groter doel, een toekomst voor hen uitgestippeld.'
Jamie wist niet of ze het nu over Astrid had of over Gwendolyn en dat kon haar ook helemaal niet schelen.
'Jamie, denk even na, alsjeblieft. Er komen verantwoordelijkheden bij mijn titel. Dat weet je. Wie weet wanneer de volgende kans is als ik nu weiger.'
'Wat denkt de smid ervan? Rye's vader. Wat heb je tegen hem gezegd?'
'Nog niks. Hij heeft er niets over te zeggen.' Astrids blik verhardde toen ze Jamie aankeek. 'Het is mijn beslissing. Als je geen hofheks wil worden moet je het maar tegen de koning gaan zeggen.'
'En wat denkt de koning ervan dat je weggaat?'
Astrid stond op, met haar vingertoppen nog drukkend op het tafelblad. Het bleef tergend lang stil.
'Wat wil je dat ik zeg, Jamie? Ik zou ook wel in een ideale wereld willen leven, waarin ik alles kon doen wat ik wilde, hier blijven en een opperheks zijn, houden van wie ik hou...' Haar stem stierf weg en ze zuchtte, terwijl ze zich weer op haar stoel liet zakken. 'Het spijt me dat ik jou er geen keus in heb gegeven, maar ik moet dit doen, oké? Zoals jij moet reizen- en niet gaan zeggen dat je het prima vindt om hier je hele leven te spenderen, want ik ken je wel beter dan dat.'
'Waarom wil je dan dat ik hofheks word?' Jamies stem trilde. Ze wist niet wanneer de tranen waren begonnen, maar nu veegde ze ze weg.
'Omdat je wel een houvast nodig hebt. Je hebt iets nodig om naar terug te komen, dat weet de koning ook.'
'Praat je tegen de koning over mij?' Een half gesnotterde lach verliet haar mond.
'Ik praat tegen de koning over alles.' Astrid glimlachte alsof ze haar grootste geheim verklapt had, maar toen ze dat leek te beseffen verdween die glimlach ook weer.
Jamie begreep het eindelijk. Gwens insinuaties toen ze voor het eerst naar de winkel kwam. Waarom de koning het zo goed als altijd eens was met Astrids ideeën, waarom hij zijn dochter aan Jamie toevertrouwd had. Waarom Rye's vader niet meer was dan een pleziertje.
'Je houdt van hem.'
'Hij is mijn beste vriend.'
'Maar hij is meer dan dat.'
Astrid dronk haar beker leeg. 'Ooit was hij meer dan dat.'
'Nu niet meer?'
'Soms worden prinsen koningen en daar kunnen heksen niets aan veranderen.'
Soms worden prinsessen koninginnen en daar kunnen heksen ook niets aan veranderen. De tranen begonnen opnieuw.
'Ik denk dat ik meer op je lijk dan je zou verwachten,' lachte ze door haar tranen heen.
Astrid bekeek Jamie met een bezorgde blik, voor ze opstond en naar haar toeliep met opengesperde armen. Ze trok haar leerlinge in een omhelzing.
'Waarom kunnen we Aline niet gewoon helpen,' snikte laatstgenoemde tegen haar schouder aan.
Astrid wreef over haar rug en fluisterde: 'Ik weet het, ik weet het.'
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top