Hoofdstuk 14
'Noor? Kom je nu eens wat eten?!' Mijn mama zat al een paar uur te roepen op me, maar ik gaf geen antwoord. Ik was te moe en lag al half te slapen wanneer ze klopte op mijn slaapkamerdeur.
'Je moet echt wat eten schat.' Ik hoopte dat ze weg ging gaan maar ze bleef aan mijn deur staan. 'Ik heb geen honger.' Antwoordde ik. 'Je denkt toch niet dat je te dik bent?' Ik rolde met mijn ogen: 'och, ga gewoon weg.' Een paar seconden was het stil. 'Ik ben er als je me nodig hebt.' Haar stem klonk verdrietig en ergens voelde ik me wel schuldig.
Snel werd ik weer naar de realiteit gebracht. Ik dacht terug aan de mannen in het bos, ik kreeg rillingen over heel mijn lijf en besloot om even op mijn gsm te kijken. Ik opende Snapchat en antwoordde op een paar berichten. Dan keek ik op de snapchatkaart om te kijken waar iedereen zat.
Niets speciaal, een paar mensen zaten in de stad, de meesten thuis. Alhoewel? Ik zoomde wat in op het bos waar ik daarstraks was, meteen kreeg ik weer kippenvel. Ik tikte op het mannetje: 'Max (; 1 uur geleden gezien' kwam op het scherm. Ik staarde en staarde en staarde maar.
Mijn hart begon sneller de kloppen en ik kreeg stress, zo veel stress. Ik sloot Snapchat, ging naar mijn contacten en zocht Max. Snel tikte ik op 'bellen'. Voicemail. Ik probeerde het nog eens maar weer geen reactie. En nog eens. En nog eens. Pas na de vijfde keer nam hij op.
'Hey Noor! Hoe gaat het?' Zijn stem klonk heel vrolijk. 'Waar ben je?' Ik zei het zo snel dat ik mezelf niet eens verstond, laat staan hij. 'Wat zij je?' 'Waar ben je?' Vroeg ik nog eens. Het bleef even stil. 'Thuis, waarom?' Hij was verward en ik ook. 'Ik geloof je niet.' Ik werd boos en als ik me niet had ingehouden had ik de telefoon gewoon kapot geknepen.
'Noor wat is er mis?' Zijn stem trilde. Die van mij ook. 'Ik geloof je niet.' Zei ik nog eens. 'Waarom niet? Ik zal mijn vader eens doorgeven.' Ik was verward, waarom deed hij dat nou? 'Hallo, hier zijn vader.' Ik antwoordde niet, en weeral geloofde ik hem niet, zijn vader klonk helemaal niet zo.
'Geloof je me nu?' Vroeg hij. 'Noor?' Ik werd bozer en bozer. 'Je vader klinkt helemaal niet zo! Zeg me gewoon waar je bent!' Tranen kwamen in mijn ogen, mijn boosheid veranderde in verdriet. 'Zeg me gewoon waar je bent...' Het laatste van mijn zin kon hij gewoon niet verstaan hebben, dat was onmogelijk.
Oepsie, het is al veel te lang geleden dat ik nog geplaatst heb, sorry hiervoor ); Ik ga proberen om terug wat meer te plaatsen, & ik hoop dat het me gaat lukken haha (:
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top