†3†
'Ailith!' Brynna stormde de kamer in, gevolgd door Raïza, Dekado, Scot en zelfs Cy. Voordat Ailith het wist, werd ze door al haar vrienden, min Scot, overvallen. Siron nam verward wat afstand, maar lachte wel bij de hulpkreten die Ailith uitbracht terwijl ze onder haar vrienden bedolven lag. Brynna was de eerste die verbaasd haar ogen over Siron liet gaan.
'Meneer Verurs,' zei ze even van haar stuk gebracht, maar glimlachte daarna breed naar Ailith. 'Altijd weer de goede leerling spelen hè?' Ailith rolde lachend haar ogen terwijl ze langzaam uit de omhelzingen van haar vrienden kwam.
'In theorie zijn we geen leerlingen meer van hem,' zei ze daar op.
'In theorie,' zei Brynna en herhaalde de twee woorden nog eens. 'Maar vertel? Hoe ben je in Harere's naam in coma geraakt?' Raïza keek Ailith nu bezorgd aan en Ailith zag jammer genoeg dat Cy nog steeds niet Raïza's vriendin was geworden. Ailith zuchtte.
'Heb je even?'
'Natuurlijk hebben we even,' zei Raïza daarop en Ailith keek Siron even aan. Ze wist dat hij haar niet kon zien, maar hoopte dat hij aanvoelde dat ze het niet erg vond als hij hier en daar in zou vallen.
Zo vertelde ze dat Siron bij haar aan had geklopt en waarom ze mee ging. Ze vertelde over de ontplofte auto en hoe ze de krimin ontmoetten. Daarna legde ze uit dat Senford haar te pakken had gekregen en dat alle spreuken haar de coma in hadden gesleept. Ze liet de nachten achterwege waarin ze naast Siron had gelegen, de momenten dat ze genoot van hun samen zijn, de paniek die ze voelde toen ze uit elkaar getrokken waren, maar dacht er wel aan.
'Ik ben blij dat alles toch nog goed is gekomen,' zei Cy uiteindelijk en het viel Ailith op dat ze er vermoeid uit zag, meer dan normaal in ieder geval. 'En het betekend ook dat ik niet voor niks mijn carrière op het spel heb gezet.'
'Ja, maar als je het niet gedaan had dan was meneer- ik bedoel Ver- Euhm Siron,' zei Raïza en struikelde over haar woorden. 'Dan was hij hier nu niet meer geweest.' Cy lachte en keek op naar Raïza. Het was een eerlijke lach en Raïza's wangen werden licht paars waardoor ze wegkeek.
'Maar goed,' zei Brynna. 'Het belangrijkste is dat Ailith het heeft overleefd!' In Ailiths ooghoeken zag ze dat Siron lachend zijn hoofd schudde, maar er niks van zei.
'Inderdaad!' zei Dekado die altijd de neiging had Brynna's enthousiasme over te nemen. 'Dus wanneer ben je uit het ziekenhuis zodat we een feest kunnen geven?' Ailith lachte.
'Dat weet Scot,' zei ze en alle ogen gingen naar de gevleugelde.
'Scot,' zei Cy overdreven. 'Verlicht ons met je wijsheden zoals Hequa dat altijd doet.' Scot lachte en zijn vleugels bewogen mee op zijn rug.
'Ze zit hier sowieso nog een paar dagen en daarna ligt het eraan hoe ze hersteld,' zei hij en de rest dacht na over de woorden om daarna te knikken.
De tijdperken die daarna volgden zaten vol met gepraat over de afgelopen weken. Waar iedereen op vakantie was en hoe het met de draken ging. Uiteindelijk werd er gezegd dat het bezoekers uur voorbij was en iedereen werd de kamer uit gestuurd. Ailith moest weer terug naar haar eigen kamer en liet zichzelf van het bed afglijden.
'Ik kom morgen weer langs,' zei ze tegen Siron, hij knikte. Ailith zuchtte en wilde liever bij hem blijven dan weer onderzocht te moeten worden.
'Ailith?' Ailiths nekharen gingen overeind staan en ze voelde hoe haar lichaam tintelde bij het horen van haar naam. Ze draaide zich om naar Siron, hij schudde zijn hoofd.
'Nee, laat maar,' zei hij. 'Komt morgen wel.'
'Tot morgen,' zei Ailith met een glimlach. 'En slaap lekker.' Siron keek verbaasd, maar lachte.
'Ja, slaap lekker,' zei hij ook al was het nog minimaal twee tijdperken nog licht.
______
De volgende dag merkte Ailith dat ze meer energie had, zo veel dat ze Scots hulp niet meer nodig had bij het lopen. Hij liep wel naast haar natuurlijk. Gisteravond waren haar vaders op bezoek geweest en hadden haar huilend omhelst. Ze vertelde hen hetzelfde verhaal als ze haar vrienden had verteld. Alleen waren haar vaders iets minder te spreken over Siron.
'Hij heeft me wel gered,' had ze toen gezegd.
'Ja, want anders hadden we achter hem aan gezeten,' had Tero daarop gezegd en Ailith had gelachen.
Ailith stopte nu voor Sirons kamer en hoorde stemmen van de andere kant van de deur komen waardoor ze aanklopte. De stemmen vielen weg en voorzichtig duwde ze de deur open. Als eerst zag ze Siron die er slechter uit zag dan gister. Daarna zag ze Caldre die zonder mantel naast Sirons bed zat. Zijn haar lag gevlochten over zijn schouder en zijn gezicht straalde rust uit.
'Goede morgen, Ailith,' zei Caldre en glimlachte vriendelijk naar haar.
'Goede morgen,' zei Ailith terug en zorgde dat ze ook kon gaan zitten. 'Ik heb jullie toch niet in een heel belangrijk gesprek gestoord?' Siron lachte.
'Tuurlijk niet, ik ben blij dat je er bent,' zei hij. 'Wil je zitten?'
'Ik zit al,' zei Ailith daarop met een lach. 'Maar bedankt voor het aanbod.' Siron lachte ook.
'Ja, ik kan het niet zien weet je,' zei hij.
'Je meent het,' zei Ailith sarcastisch en schudde lachend haar hoofd. Daarna keek ze Caldre kort aan. 'Jij word niet achtervolgd of zo?' Caldre schudde het hoofd.
'Ik heb het geluk gehad dat ik Aiko heb geholpen en die heeft goed achter gehouden dat ik bij een geheime krimin organisatie zit...' zei hij. 'Dus ik kan hier zonder zorgen zitten... Al niet helemaal natuurlijk... Heb jij nog iets van Gewn gehoord?' Ailith schudde haar hoofd, ze had haar vaders er ook naar gevraagd, maar die hadden nee geschud waardoor Ailith heel bang was dat ze het niet levend uit de grot had gemaakt.
'Helemaal niks...' zei ze en voelde een naar gevoel door haar lichaam stromen wat haar niet aanstond. 'Ik hoop dat alles nog goed met haar gaat, met alle krimin om eerlijk te zijn...' Caldre knikte instemmend.
'Je bent niet de enige,' zei hij en keek naar de grond. 'Voor mij waren ze als familie. Ik zou niet weten wat ik zonder ze zou moeten... ' Ailith legde meelevend een hand op zijn schouder, maar haalde die weg toen de deur plots open werd gedaan.
'Mag ik... binnen komen?' vroeg er iemand. 'Het is bezoekers uur, toch?' Ailith knikte.
'Natuurlijk mag je binnen komen,' zei Siron voordat Ailith iets tegen de man in de deuropening kon zeggen. Hij kwam haar bekend voor met dat oranje zwarte haar en die brandende ogen.
'Akkay, was het toch?' De jonge man knikte bij het horen van zijn naam, maar leek geen aandacht te besteden aan Ailith of Siron. Zijn ogen waren volledig op Caldre gericht die hem bijna even intens aankeek.
'Wij hebben elkaar nog niet ontmoet denk ik?' zei Akkay en liep met een uitgestrekte hand naar Caldre toe. De krimin stond op zijn beurt op en schudde de hand.
'Caldre,' zei hij. 'Sirons vriend van voorschool.' Akkay knikte en bleef iets langer dan nodig was Caldre's hand schudden.
'Akkay, Akkay Hemmin,' zei hij en Caldre fronste. 'Degene die Siron van zijn dood heeft gered.' Caldre lachte.
'Daar ben je niet de enige in,' zei hij en keek naar Siron die een brede glimlach op zijn gezicht had.
'Wat zit jij te grijnzen?' vroeg Akkay en liep naar Siron toe om daar zijn hand op Sirons schouder te leggen.
'Niks,' zei Siron die duidelijk geen aanraking had verwacht en iets omhoog schoot van schrik. 'Ben alleen blij dat mijn twee beste vrienden het met elkaar kunnen vinden.' Akkay grijnsde nu ook.
'Je bent me er een,' zei hij en pakte een uitklap stoel waar hij verkeerd om op ging zitten. 'Maar Siron nu ik hier toch ben...' Siron zuchtte en sloot zijn oogleden even.
'Hoeveel dagen geleden is het geweest?' vroeg hij en Akkays grijns werd groter.
'Vijf sinds het voorstel, drie sinds de laatste keer dat ik je kwam lastig vallen,' zei die en Ailith kreeg het idee dat Akkay indruk probeerde te maken op... Caldre? dacht Ailith en snapte nu eindelijk de grijns op Sirons gezicht van een paar seconden geleden. Die kende die twee natuurlijk langer dan vandaag.
'Voorstel?' vroeg Caldre en Akkay was zeker blij met die aandacht merkten Siron en Ailith beide.
'Ja,' zei Akkay en keek Caldre aan, uitleg geven was zeker zijn smoes om de krimin beter te kunnen bekijken. 'Over zijn ogen.' Caldre's blik ging naar Siron.
'Over je ogen?' vroeg hij en keek weer terug naar Akkay. 'Mag ik een uitleg?'
'Natuurlijk,' zei Akkay en haalde, Ailith wilde het bijna verleidelijk noemen, zijn hand door zijn haar. 'Ik heb Siron vijf dagen geleden een voorstel gedaan om zijn ogen te herstellen.'
'Oh,' zei Ailith verbaasd, die had ze niet verwacht en ze keek Sirons kant op die dat op een of andere manier door leek te hebben. 'Wat heb je daarop gezegd?' Siron tikte met zijn vingers tegen elkaar en zuchtte.
'Ik zei: liever niet...' zei hij en Ailith keek hem schuin aan, maar snapte het wel.
'Door je Egma zeker?' vroeg ze en voelde hoe ze verbaasd, maar vooral verrast door Caldre en Akkay werd aangekeken.
'Inderdaad,' zei Siron met een kleine lach. 'Ik ben gewoon bang dat ik dan nog meer kwijt raak in plaats van dat ik iets terug krijg...'
'Je hebt wel een slimme meid aan de haak geslagen,' zei Akkay na enige tijd. Sirons wangen werden licht rood en Ailith vond de grond plots wel heel interessant terwijl ze hun kus van gisteren herinnerde. 'Maar, ja of nee?'
'Waarom wil je zo graag antwoord?' vroeg Caldre die zag dat Siron het maar moeilijk met de keuze had. Akkay zuchtte.
'Het kost heel veel voorbereidingstijd...' zei Akkay. 'En stel dat hij toch zijn ogen wil helen, dan kan dat nog redelijk snel geregeld worden tussen nu en een maand.'
'En hoezo kan het later dan niet?' vroeg Ailith, Akkay zuchtte weer.
'Nu staat alles nog voor hem klaar,' antwoordde hij. 'Het ziekenhuis wilde hem de behandeling geven wanneer hij wakker zou worden, maar de Egma maakte het een stuk moeilijker waardoor ze het tijdelijk lieten liggen.'
'Oké, klinkt logisch genoeg...' zei Ailith. 'Maar-' Akkay lachte, 'is het niet gevaarlijk dan?'
'Ja, maar ik zal bij de behandeling zijn.'
'En dat moet ons gerust stellen?' vroeg Caldre en Akkay schudde lachend het hoofd.
'Ik ben een Egrimu, voor als je dat nog niet wist,' zei hij.
'Ik verwachtte al zo iets door je achternaam...' zei Caldre.
'Precies,' zei Akkay. 'En dan weet je waarschijnlijk ook dat mijn vader best wel heel goed is in het onderdrukken van de aanwezigheid van magie.'
'Voor mij is dat nieuw...' zei Ailith die alleen Sirons verhaal over het rare schilderij had gehoord tijdens de tijdperken dat ze samen naar en door de bergen liepen.
'Dus kan de invloed van de magie zo goed als weggehaald worden waardoor Siron hier,' zei Akkay en keek naar de blinde. 'Weer iets kan zien.' Siron zuchtte.
'Ik weet het echt niet...' zei hij.
'Wil je Ailith dan niet meer zien?' vroeg Akkay als weerwoord en Sirons wangen werden weer rood.
'Dat bedoelde ik niet,' zei hij en zag er hopeloos uit. Akkay schudde het hoofd. 'Ik bedoelde-'
'Ik snap wat je bedoelde, maar ik heb niet heel veel tijd meer voor jou om na te denken...' zei hij en keek Siron van top tot teen aan. Daarna zuchtte hij en stond op van zijn stoel. 'Ik ben er morgen weer. Slaap er een nachtje over zou ik zeggen.' Siron knikte en Akkay lachte, daarna keek hij Ailith aan. 'Zorg goed voor hem,' zei hij, 'en ik zie je waarschijnlijk nog wel een keer.' Hij knipoogde naar haar en Ailith keek lachend weg. Daarna liep Akkay naar Caldre die van zijn stoel opstond om Akkay een hand te geven.
'Het was een genoegen kennis te maken,' zei Caldre speels en glimlachte. Akkay glimlachte terug.
'Het was mij ook een genoegen,' zei hij en liet Caldre's hand los, maar bedacht zich iets toen hij naar de deur liep en draaide zich om. 'Zin om een keer iets te drinken?' Caldre keek de Egrimu verbaasd aan.
'Euhm, ja? Lijkt me leuk,' zei hij. 'Dan kom ik er misschien nog eens achter wat deze gozer,' hij wees naar Siron, 'allemaal na de voorschool heeft uitgespookt.' Akkay lachte.
'Je wil niet weten,' zei hij en wisselde daarna zijn gegevens met Caldre uit. Na iedereen nog een keer gedag te hebben gezegd verliet hij de kamer en liet een stilte achter.

Ik was vergeten dat ik zo veel van Akkay hield en hem enorm shipte met Caldre voordat ze elkaar überhaupt ontmoet hadden 😆
#stroyofmylife bij letterlijk elk personage in dit verhaal 😆
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top