†10†
Siron werd wakker met een enorme koppijn die door zijn schouders veroorzaakt werd. Zijn grasbed lag duidelijk minder lekker dan het matras dat hij gewend was en dat liet zijn hele lichaam aan hem merken toen hij rechtop ging zitten, alles was verkrampt. Hij rekte zich met wat moeite uit en haalde opgelucht adem toe hij zag dat Ailith nog levend naast hem lag. Ze waren niet in hun slaap vermoord, behalve als dit het dodenrijk was, al was dat dan wel erg teleurstellend. Maar de zonsopkomst was niet teleurstellend en kleurde de lucht zacht oranje. Siron rekte zich nog een keer uit en gaapte zonder geluid te maken. Hij glimlachte terwijl de zon zijn gezicht raakte en zonder moeite verwarmde. Nog een keer keek hij opzij, de zon viel nu ook op Ailiths gezicht. Op dat moment kwam hij er ook achter dat ze wel erg onscherp was en zijn handen zochten naar zijn bril. Niet veel later had alles weer diepte en voelde hij zich uitgerust. Het was best knap dat ze in een dag al zo ver gekomen waren, zelfs zonder auto. Tevreden ging hij op zijn rug liggen terwijl de zonnestralen hem langzaam opwarmden.
'Goede morgen,' zei Siron op gedempte toon en glimlachte voorzichtig toen Ailith zich slaperig omdraaide. Ze opende haar amberbruine ogen die vol slaaptranen zaten. Ze wreef erin en keek hem even verward aan, maar kwam er al snel achter waar ze was.
'Goede morgen,' zei ze langzaam met een ongebruikte stem en knipperde slaperig een paar keer met haar ogen. 'In welk tijdperk zitten we?'
'Ik gok rond het achtste, maar ik weet het niet zeker.' Ailith knikte en kwam langzaam overeind.
'Hoe heb jij geslapen?' vroeg ze en trok tegelijkertijd haar tas naar haar toe, opzoek naar ontbijt.
'Redelijk, alleen een beetje hoofdpijn...' Ailith keek naar hem op en er was een bezorgdheid in haar blik te zien.
'Gaat het? Wil je wat water?' vroeg ze en gaf hem haar waterfles aan die bijna leeg was.
'Ik heb zelf ook,' zei hij en sloeg met een glimlach haar aanbod aan. 'Ik wil niet al jouw water opdrinken.' Ailith knikte en trok haar hand weer terug. Maar ze zat er duidelijk mee en bleef hem steeds bezorgde blikken sturen.
'Hoe ver nog?' vroeg ze uiteindelijk.
'Naar de bergen?' vroeg Siron terug en Ailith knikte. 'Niet meer dan een halve dag lopen.'
'Zullen we dan zo gaan?' vroeg ze en keek hem schuin aan. 'Ten minste, als dat lukt met je hoofdpijn?' Siron glimlachte en knikte.
'Lijkt me een goed plan,' ze hij en haalde een hand door zijn haar dat helemaal in de war was geraakt. Hij voelde zich daardoor een beetje kwetsbaar, maar tegelijkertijd had hij er ook geen problemen mee. 'En maak je maar geen zorgen over mij.' Ailith knikte en ze aten een klein ontbijt. Daarna pakten ze hun spullen op. Niks dat erop wees dat anderen hen gevonden hadden toen ze rustig lagen te slapen.
________
De zon had zijn hoogste punt bereikt toen ze de koude wind uit de bergen voelden. Het pad dat ze volgenden nam nu een weg schuin omhoog aan waardoor hun uithoudingsvermogen op de proef werd gesteld. Toen ze een klein beekje vonden stopten ze en maakten ze hun gezichten schoon. Ailith besloot dat het handig was om even te rusten en ze vulde aan de rand van het water hun waterflessen.
'Wat doe jij nou?' vroeg Ailith lachend toen Siron plots zijn schoenen uittrok.
'Verkoeling zoeken,' zei hij en stopte zijn voeten in het water. Zijn gezicht verraadde hoe koud het water was, maar ontspande daarna vrijwel meteen. Ailith observeerde hem even, maar trok daarna ook haar schoenen uit om haar voeten in het water te kunnen stoppen. Het was inderdaad koud en van schrik trok ze haar voeten terug.
'Ah! Koud!' zei ze met een piep en liet Siron lachen.
'Het word beter na een paar seconden,' zei hij en keek haar met een twinkeling in zijn ogen aan. Ailith trok haar wenkbrauw op alsof ze hem niet geloofde, maar haar glimlach verraadde dat ze alleen maar met hem speelde. Voorzichtiger deze keer stopte ze haar voeten in het water en een zucht ontsnapte haar.
'Koude voeten zijn wel een stuk beter dan warme,' zei ze en bewoog haar voeten door het water heen. Ze keek naar de lucht en liet de zon haar verwarmen. Beide wilden ze er langer blijven zitten, maar beide wisten ze dat ze verder moesten. Met een zucht maakten ze hun voeten droog en trokken ze hun schoenen weer aan. Maar het beekje had hen wel nieuwe energie gegeven en ze liepen in een gestaagd tempo verder. Door het verhoogde tempo kwamen ze ook steeds dichterbij het centrum van het gebergte.
'Zie ik daar nou sneeuw?' vroeg Ailith plots en hield haar hand boven haar ogen.
'Het zou met niks verbazen met zo'n koude wind die er vandaan komt,' zei Siron en stopte. Ailith stopte ook en keek toe hoe hij een vest uit zijn tas haalde.
'Dat is best wel een slim idee,' zei ze en had even later ook een extra laagje aangetrokken. 'Maar toch best raar dat het in de warme maanden toch nog koud kan zijn.'
'Er word ook gezegd dat krimin die in de buurt van het Tiras gebergte geboren worden een grotere kans hebben op een koude Egma,' zei Siron als willekeurig weetje en trok zijn vest iets strakker om zich heen om de wind tegen te kunnen houden.
'Een koude Egma?' vroeg Ailith die de basis over krimin wist, maar niet alles. 'Is het heel erg als ik het niet helemaal snap...?' Siron lachte.
'Nee, dat is niet erg.' Ailith haalde opgelucht adem en keek hem verwachtingsvol aan, wachtend op een uitleg. Siron glimlachte door de plotselinge aandacht en dacht kort na voordat hij met zijn uitleg begon. 'Egrima hebben magie, krimin hebben een Egma. Magie kan in verschillende vormen gebruikt worden, Egma's staan vast in een bepaalde vorm.' Siron legde zijn hand op zijn kin, nadenkend wat hij nog meer wist. 'Egrima zijn geen bron van magie, maar halen magie uit hun omgeving en kunnen die naar hun hand zetten. Krimin bezitten een magiebron, de Egma, en kunnen die met training onder controle houden, maar zonder dat worden ze gestuurd door de Egma.'
'Wow,' zei Ailith vol bewondering. 'Dus jij bent een bron van magie?'
'Zo kan je het zeggen,' zei Siron met een lach. 'Al kan ik gelukkig niet bestuurd worden door een Egrimu.'
'Anders zouden ze ons waarschijnlijk al gepakt hebben,' zei Ailith daarop, lachend als een boer met kiespijn. 'Maar je word gestuurd door je Egma...?' Siron knikte.
'Vroeger nieste ik door mijn Egma oncontroleerbaar als ik in de buurt van het kleinste beetje magie kwam,' zei hij. 'Het heeft dus altijd effect op je, je kan het niet stoppen, alleen doormiddel van oefenen kan je het beheersen.'
'Heftig... En die koude Egma? Niezen die mensen dan continu als het koud is of hoe zit dat?' vroeg Ailith door. Siron lachte weer en vond het grappig dat ze zo nieuwsgierig was.
'Ik had een vriend op de voorschool die een koude Egma had. Hij kon daardoor heel goed tegen kou. Maar Egma's verschillen in manieren waarop ze zich uiten,' antwoordde hij en keek haar aan als controle of ze het had begrepen.
'Ik denk dat ik het snap,' zei Ailith met een zelfverzekerde glimlach.
'Je weet me te vinden als je meer wilt weten,' zei Siron daarop met een lach.
'Maar ik zou het ook niet aan iemand anders gaan vragen.' Siron fronste en keek haar verward aan.
'Hoezo?' vroeg hij.
'Je legt goed uit,' zei Ailith, 'dus dan weet ik zeker dat ik het snap.' Siron voelde het bloed naar zijn wangen toe stromen door het onverwachte compliment.
'Oh... B-bedankt,' zei hij en wist niet helemaal hoe hij moest reageren terwijl zijn wangen zowat van zijn gezicht afbrandde.
'Ik snap wel dat ze je op de academie wilden houden,' zei Ailith, niet doorhebbend dat Siron duidelijk met zijn gevoelens in de knoop zat. Ze keek hem aan. 'Maar ik snap ook dat je weg wilde.' Siron keek weg, hij kon haar blik even niet meer aan. Alles in zijn lichaam brandde en hij wilde uit frustratie bijna zijn vest weer uittrekken en rennen naar een plek waar het koud was. Zichzelf in de sneeuw laten vallen. Maar hij hield zich -met veel moeite- in en probeerde alles weer onder controle te krijgen. Waarom gebeurde dit? Hij haalde diep adem en voelde hoe hij langzaam kalmeerde.
'Maar hoezo leg ik goed uit?' vroeg Siron uit nieuwsgierigheid en uit het feit dat hij liever niet wilde dat het stil viel. Ailith dacht na en keek naar de lucht.
'Je neemt je tijd, je praat langzaam, maar niet te en je gebruikt een bepaalde toon die prettig is om naar te luisteren,' zei ze en keek hem met twinkelende ogen aan. Siron glimlachte en liet het bloed weer naar zijn hoofd stromen. Het maakte hem niet meer uit, hij zou er toch niks aan kunnen doen.
'Ik doe mijn best,' zei hij en voelde dat zijn glimlach niet snel zou vervagen.
'En daarnaast,' zei Ailith en keek naar hem op. 'Ik heb niet het gevoel alsof je op me neerkijkt.' Siron keek haar diep in haar ogen aan en wendde daarna zijn blik meteen af door de tinteling die zijn hele lijf doortrok.
'Ik... Euhm, ja...' Hij had geen woorden en gaf het vormen van een zin op.
'Zijn we nu eigenlijk officieel in de bergen?' Siron knikte. Aan de ene kant blij dat ze het onderwerp veranderde, aan de andere kant een beetje teleurgesteld.
'Ik heb nu eigenlijk geen idee waar we nu heen moeten...' zei hij en keek rond.
'Zo ver doorlopen als maar kan zou ik zeggen?' zei Ailith daarop en liep half huppelend door. Toen ze merkte dat Siron nog stil stond draaide ze zich om en keek hem aan. 'Kom je nog?' Siron knikte en volgde. Daarnaast gaf hij aan zichzelf toe dat hij het fijn vond om steeds naast haar te kunnen lopen en glimlachte terwijl ze verder liepen.
________
Toen de avond weer viel waren ze in een totaal ander gebied dan de vorige nacht. De bergen hadden duidelijk last van een veel kouder klimaat waardoor er meer dan twintig centimeter aan sneeuw lag. Ailith en Siron waren beide blij met de dikke truien die ze niet lang geleden klappertandend over hun hoofd aangetrokken hadden.
'Het begint laat te worden...' zei Ailith met een zucht en voelde een raar gevoel van verdriet in haar buik ontstaan en wist dat ze thuis miste. Siron knikte en zag de plotselinge verandering op haar gezicht.
'Is er iets?' vroeg hij en keek haar aan terwijl ze stilstonden.
'Ik mis thuis gewoon een beetje,' zei ze en keek om zich heen. 'En het ziet er niet uit alsof we ergens anders dan in de sneeuw kunnen slapen...'
'Dat wordt een iglo bouwen dan,' zei Siron en Ailith lachte waardoor ze het verdrietige gevoel bijna meteen kwijt raakte.
'Dan moeten we wel nu beginnen!' zei ze enthousiast en ze zetten hun rugzakken neer, maar een iglo werd het niet. Een bescherming tegen de wind wel.
Het gras dat onder de sneeuw had gelegen was nu voor hen zichtbaar en Ailith zette haar kooksetje tussen hen in. Niet veel later zaten ze met een kom soep tussen hun handen geklemd en keken naar de sterren. Ze zaten daar in stilte en Ailith zuchtte diep terwijl ze de deken dichter om haar heen sloeg. Haar ogen bleven naar de hemel gericht en ze voelde dat haar oogleden steeds verder naar beneden zakten.
'Tijd om te slapen?' vroeg Siron voorzichtig die stilletjes een paar seconden naar haar had gekeken.
'Maar de lucht is zo mooi hier...' zei Ailith zacht en haalde haar ogen heel even van de hemellichamen af of naar hem te kijken. Hij glimlachte in het weinige licht dat ze hadden en ze voelde zich warmer worden door het aardige gebaar. Ze glimlachte terug. 'Maar je hebt gelijk, ik ben ook wel moe...' Ze pakte een andere deken en gebruikte die als kussen en matras. Doordat ze zich klaar begon te maken voor bed merkte ze ook dat ze wel erg dicht bij Siron lag. Ze stopte even met wat ze aan het doen was, maar realiseerde zich al snel dat betekende dat ze minder snel kou zou lijden. Nog een laatste keer keek ze naar de sterrenhemel en sloot daarna haar ogen.
Siron keek toe hoe Ailith zich comfortabel maakte en keek daarna naar de lucht om diep te zuchten. Na de soep helemaal op te hebben, besloot hij dat hij misschien ook maar beter kon gaan slapen. Hij legde net als Ailith een deken op de grond en trok daarna een tweede over zich heen. Daarna keek hij naar Ailith die duidelijk al in slaap was gevallen. Ze zag er vredig uit zo met haar ogen dicht en een deken stevig om haar lichaam heen gevouwen, dat hij een steek in zijn hart voelde. En toen op dat moment realiseerde hij zich iets... Iets wat hij al een tijdje had weten te ontkennen en waar hij eigenlijk niet aan toe wilde geven. Hij wendde zijn blik af en keek naar de sterren. De lucht was helder en de maan stond er kalmpjes met de sterren in. Er was geen wolk te bekennen.
Wat als ik geen krimin was geweest? vroeg hij zich plots af en keek kort opzij. Dan zou dit nooit zijn gebeurt. Dan zouden we hier nooit zijn... Dan was ze veilig geweest, realiseerde hij zich en merkte dat hij zijn bril nog ophad. Hij deed hem af en borg hem veilig op, hopend dat hij hem morgenochtend weer zou kunnen vinden.

Omgomgomg ik heb zoooo veeeeeel zin in volgend hoofdstuk 😃😃😃😃😃😃😃😃😃😃😃😃😃
Ja.
Dat was het fijne dag verder!
(・∀・)/
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top