5
I've been runnin' through the jungle
I've been runnin' with the wolves
To get to you, to get to you
- Wolves, Selena Gomez & Marshmello
Voor dag en dauw trok Robinn haar laarzen aan en nam ze haar boog van de haak. Haar glimmende nieuwe mantel hing nu naast haar vaders en grootmoeders afgedragen mantels. Verward liet ze haar hand over de stof glijden. Ze had als kind altijd gedacht dat wanneer ze haar mantel had, ze hem nooit meer zou willen uitdoen, dat ze er zelfs in zou slapen, maar ze voelde niets van dat alles. Ze wilde hem het liefst van alles gewoon daar laten hangen. Haar grootmoeder zou haar zonder te twijfel een mep geven voor zulke gedachtes.
Ze had haar mantel verdiend. Het was een teken van haar kracht als jager en het bewijs dat ze een sterke leider zou zijn. Ze sloeg de mantel dus om haar schouders en het leek onmiddellijk alsof er een last op haar schouders drukte.
Robinn schudde haar hoofd om die bespottelijke gedachten uit haar hoofd te jagen. Ze stelde zich aan.
Ze verliet hun huis en liep door het dorp. Een aantal jagers haalden de uitgemergelde vampier van de schandpaal en plaatsen een berenjongen in zijn plaats. De harige, sterke jongen huilde en zijn ogen schoten angstig in het rond.
Hij zag er helemaal niet gevaarlijk uit.
Ze liep snel door. Op weg naar de poorten groette de ene na de andere jager haar eerbiedig. Het was een vreemde gewaarwording. Dit waren dezelfde jagers die haar een week geleden nog een complete mislukking noemden, in haar gezicht.
Toen ze eindelijk de rand van het woud bereikte, zette Robinn het op een lopen. Haar adem ging gejaagd. Uiteindelijk liet ze zich neervallen op de natte bosgrond en staarde ze naar de hemel. Een krakende tak deed Robinn opschrikken. Ze ging onmiddellijk op haar knieën zitten en spande haar boog in de richting van het geluid.
Een jongen was uit het struikgewas verschenen en hield in overgave zijn handen omhoog die hij al snel liet zakken toen hij zag met wie hij te maken had. 'Euhg een jager.' De walging droop onmiskenbaar van zijn woorden.
'En wat bedoel je daar exact mee?' Robinn stak haar pijl weer in de koker en hing haar boog weer over haar schouder.
'Ik denk dat vrij duidelijk is, niet dan? Je mantel heeft in ieder geval al de kleur van het spul dat aan je handen hangt.' Hij spuugde voor haar voeten op de grond en liep Robinn gewoon voorbij. Robinn keek van haar mantel naar haar handen en snapte toen zijn steek. De jagers waren altijd heel trots geweest op hun rol in deze wereld en wanneer we naar de grotere nederzettingen reisden of naar andere jagersnederzettingen, dan waren de mensen die we tegenkwamen altijd heel dankbaar. Deze jongen was de eerste die het de jagers verweet dat er zoveel bloed aan hun handen hing en Robinn wilde zich trots voelen op wat zij en haar voorouders altijd gedaan hadden, maar door deze jongen schaamde ze zich opeens voor haar erfgoed.
Zonder na te denken volgde ze hem. 'Hé, wacht eens even!'
Ze kon zijn gezicht niet zien maar ze wist dat de jongen met zijn ogen rolde. Ze wilde gillen van frustratie, maar hield zich in en haastte zich achter hem aan. Het was pas toen ze achter hem liep dat ze het stevige verband om zijn oor opmerkte. 'Wat is er met je oor gebeurd?' vroeg Robinn terwijl ze haar hand naar hem uitstak.
Geïrriteerd draaide hij zich om en sloeg hij haar hand weg. 'Afgehakt door een monster.'
Robinns blik schoot onmiddellijk schichtig heen en weer alsof het monster waar de jongen over sprak uit het struikgewas ging springen.
De jongen keek Robinn vol afkeer aan. 'Jij en ik hebben duidelijk niet dezelfde definitie van monster.'
'Ik denk dat jij het niet helemaal snapt,' antwoordde Robinn, 'er loopt hier een monster rond dat je pijn gedaan heeft. Als je me er wat meer over vertelt, dan kunnen de jagers er achteraangaan en het uitschakelen. Je weet wel, voorkomen dat nog meer mensen gewond raken.'
Boos draaide hij zich naar Robinn om. 'Jullie jagers kunnen dingen ook maar op één manier oplossen hè. Wel hier heb ik iets schokkend voor je: Bloed is niet altijd het antwoord.'
En met die laatste woorden verdween de vreemde jongen in het struikgewas. Robinn bleef verward achter. Toen ze thuiskwam zei ze geen woord. Haar vader volgde haar met een bezorgde blik en zag hoe Robinn de hele avond naar haar moeders bijlen boven de haard bleef staren. De woorden van de jongen bleven door haar hoofd echoën. Bloed is niet altijd het antwoord.
---
De volgende zag haar grootmoeder opnieuw hoe Robinn vlak na zonsopkomst het huis uit schoot. Ze had haar kleindochter willen tegenhouden, maar zelfs als Robinn haar gehoord had, was ze waarschijnlijk toch niet blijven staan.
Er scheen een herkenbaar licht in haar kleindochters ogen. Een licht dat haar grootmoeder maar een keer eerder zag bij Freya, haar schoondochter. Freya was een knuffelaar en vredesstichter geweest. Een bedreiging voor alles waar de jagers al jaren voor stonden. Freya wilde een andere weg inslaan. Ze wilde laten zien dat er met deze "monsters" ook te praten viel en dat we samen sterker konden zijn. Een opinie die ze niet met Freya deelde en vaak uitmondde in ruzie.
In het begin leek het niet meer dan een meningsverschil tussen een schoondochter en haar schoonmoeder, maar Freya's manier van denken werd pas echt een probleem na de geboorte van Robinn toen ook haar zoon een betere, veiligere wereld voor zijn dochtertje wou.
Robinn had geluk dat ze al weg was. Haar grootmoeders ogen bleven nukkig op haar schoondochters bijlen hangen. Iets had Robinn herinnerd aan haar moeder. Ze kon alleen maar hopen dat die herinneringen niet de jonge jager die ze al die jaren zo zorgvuldig gekneed had, kapot zouden maken. Ze had offers gebracht om hun manier van leven in stand te houden. Ze zou het niet toelaten dat het meisje dat allemaal zou weggooien voor een beetje sentiment.
---
'Oorjongen,' riep Robinn terwijl ze door het woud struinde. Haar zoektocht was hopeloos. Gewoon een tweede toevallige ontmoeting met jongen die ze daarvoor nog nooit eerder gezien had, vroeg ze echt zo veel?
'Dit is hopeloos,' zuchtte ze.
'Het is Finn. Mocht je dat willen weten.' Robinn draaide zich geschrokken om met haar mes in haar hand. Verbaasd keek ze in het rond. Hoe had hij haar zo kunnen besluipen?
Als het hem al opviel dat Robinn uit evenwicht was door zijn plotselinge verschijning, trok hij zich er niets van aan. 'Stemmen zeggen dat je opzoek was naar mij.'
'Wie-,' wilde Robinn vragen maar Finn liep haar gewoon voorbij en verdween achter een boom.
'Hé wacht eens even.' Robinn zette onmiddellijk de achtervolging in en knalde keihard tegen hem op. Ze weigerde koppig om enig geluid te maken dat hem liet weten dat ze zich pijn had gedaan.
'Helemaal vergeten, wat wou je eigenlijk vragen?'
Robinn blies gefrustreerd een paar losgekomen plukjes witblond haar uit haar ogen. 'Waar heb je dat zinnetje vandaan dat je gisteren zei?'
Finn draaide zich geïrriteerd naar haar om. Het viel Robinn op dat het verband dat rond zijn oor zat weg was en dat onthulde een schokkend tafereel. Een groot deel van zijn oorlel was gewoon weg alsof iemand het in een rechte lijn had afgesneden. Finn sloeg zijn armen over elkaar alsof hij met zijn houding wou zeggen: "valt er iets te zien?". In plaats van dat te zeggen zei hij: 'Het zal je misschien verbazen maar ik formuleer meerdere volzinnen per dag hoor.'
'Bloed is niet altijd het antwoord,' friste Robinn geërgerd zijn geheugen op.
'Ah dat. Een vriendin zei het altijd en het is blijven hangen,' zei hij schouderophalend. 'Ze had gelijk natuurlijk. Ze was er voor mij, voor ons allemaal eigenlijk. De enige jager die ooit voor ons opkwam. Ze was geweldig. Ze stuurde de jagers de verkeerde kant op, waarschuwde ons met een gemist schot en ze kwam af en toe langs met medicijnen.'
Zijn schouders hingen naar beneden en uit zijn houding kon Robinn een enorm verlies afleiden. Een verlies dat gelijkend was aan het hare.
'Dat was ook de reden dat ik naar je toe kwam in het woud. Ik zag je en je deed me aan haar denken. Qua gezicht lijk je wel op haar, maar voor de rest ben je vanbinnen even rot als je jagersvrienden.'
'Ze heette Freya,' onderbrak Robinn hem, 'en ze was mijn moeder.'
Die woorden waren een soort toverspreuk. De vijandigheid die Finn eerder voor haar leek te voelen smolt weg als sneeuw voor de zon en Robinn had voor het eerst iemand met wie ze over haar moeder kon praten.
Toen Robinn laat die avond huiswaarts keerde, was de glimlach moeilijk van haar gezicht te halen. Ze dacht de hele weg aan haar moeder en hoe die bij leven altijd een vredesstichter geweest was. De persoon die altijd de meest vreedzame weg kon vinden, hoe moeilijk dat ook was. Het was fijn om te weten dat zelfs na haar dood haar herinneringen en naam nog steeds dat effect hadden.
Het was bijna alsof ze er nog steeds was.
Terwijl Robinn haar vader een goeie nachtelijk jacht wenste, merkte ze haar grootmoeders argwanende blik niet op. Robinn was niet de enige die de aanwezigheid van Freya's geest opmerkte. Alleen waren andere mensen in tegenstelling tot Robinn daar niet zo blij mee.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top