1
Tonight, I light it up like fireworks
Tear it down, then paint this town
Red, Red, Red, Red, RedLook into my eyes, see the fire in me
Burn it down, 'til all they're seeing now is
Red,Red, Red, Red, Red
- Red, Kylie Cantrall & Alex Boniello
Het was de avond van de initiatie en dat kon je onmogelijk vergeten. Het hele dorp was al de hele week geladen door een onzichtbare spanning. Hoewel "dorp" niet exact het woord was dat Robinn zou gebruiken om haar woonplaats te omschrijven. De termen vesting of legerkamp dekten de lading beter. Niet dat ze de koude en onpersoonlijke sfeer erg vond. Dat maakte dat er weinig ruimte was voor ongewenste gevoelens en daar had Robinn er wel wat van.
Ze schudde bruusk met haar hoofd. Genoeg over gevoelens. Ze moest zich focussen want vannacht was het haar nacht. Robinn zou vannacht koste wat het kost haar eigen rode mantel verdienen en haar plaats innemen in de jagerstroep net zoals haar vader, moeder en al haar voorouders voor haar gedaan hadden.
Al was familietraditie niet de hoofdreden waarom ze haar mantel wou. Natuurlijk zou het beschamend zijn dat net zij – als dochter van de hoofdman met zoveel succesvolle jagers als voorouders – zou falen, maar ze zag dit vooral als haar persoonlijke kans om een oud kwaad recht te zetten.
Robinn stak eerbiedig haar hand uit naar haar moeders bijlen die boven de brandende open haard hingen. Ze kneep haar ogen stijf dicht en probeerde met alle kracht die ze in zich had haar moeders omhelzing op te roepen. Dat warme, veilige gevoel dat haar zo dierbaar was. Het deed haar pijn dat ze moest toegeven dat al wat ze voelde de hitte van de haard en de verweerde handvaten van de bijlen waren.
Elke dag werd het een beetje moeilijker om zich haar moeder te herinneren. Het vergeten was begonnen met haar stem, dan haar lach, haar gezicht en nu haar omhelzing. Al die zaken verdwenen elke dag een beetje meer uit haar herinneringen. Ze kwam zelfs tot het treurige besef dat ze nu al langer leefde zonder haar moeder dan met haar.
'Sta daar niet zo te dromen.' Een krakende, bitsige stem deed Robinn opschrikken. 'Dromen zorgt voor onoplettendheid en onoplettendheid...'
'Wordt je dood,' vulde ze zuchtend aan.
Haar grootmoeder gaf haar een ferme tik met haar stok. 'Als je het zo goed weet, waarom pas je het dan niet toe? Voor je het weet eindig je nog zoals je moeder.'
Haar grootmoeder keek haar afkeurend aan en liep daarna naar het kookgedeelte van hun hut. Robinn trok een zuur gezicht terwijl ze met haar hand over de zere plek wreef waar haar grootmoeder haar geraakt had. Robinn was er heilig van overtuigd dat haar grootmoeders wandelstok puur voor de schijn was.
Robinns grootmoeder mompelde nog wat door. Hoewel het moeilijk te verstaan was, kon Robinn de woorden "mislukkeling" en "zwakkeling" horen in combinatie met haar moeders naam. Robinn besloot om haar grootmoeder te negeren. Dit soort mompelpartijen of scheldtirades waren helaas dagelijkse kost. Dat maakten ze uiteraard niet minder pijnlijk, maar Robinn had geaccepteerd dat dit gewoon een van de dingen was waar ze mee moest leren leven.
Het was geen geheim dat haar grootmoeder Freya, haar moeder, nooit goed genoeg gevonden had voor haar zoon, Robinns vader. Haar moeder was altijd een beetje een buitenstaander geweest in hun gemeenschap.
Begrijp dit niet verkeerd. Ze was de liefste moeder die een kind zich kon wensen, maar er zijn blikken en woorden die zelfs een kind niet ontgaan. Haar moeder was de schande van het kamp geweest toen ze op zestienjarige leeftijd de rode jagersmantel afwees. Ze was er altijd van overtuigd geweest dat je niet bij alles wat anders was direct je wapens moest trekken maar dat praten effectiever kon zijn dan bloed. Dat was niet echt een populaire opinie, zeker niet bij de rode jagers voor wie de jacht alles was.
Een aantal jaar na haar weigering, redde ze op een wandeling door het woud het leven van de jonge hoofdman van de jagers. Hij werd halsoverkop verliefd op haar en zij op hem. Hij zorgde ervoor dat ze voor haar eigen veiligheid toch haar rode mantel droeg maar zelfs met haar jagers mantel stevig om haar schouders en als vrouw van de hoofdman, koos ze er vaak voor om haar bijlen aan de haak te laten hangen. Ze kregen samen een dochtertje dat ze Robinn doopten, een verwijzing naar een of ander oud stamhoofd, maar haar moeder sprak haar altijd liefdevol aan met Ro.
Hoewel haar stem langzaamaan aan het verdwijnen was uit Robinns herinneringen kon ze zich nog wel goed haar woorden herinneren: 'Bloed is niet altijd het antwoord, Ro. Dat mag je nooit vergeten.'
Haar moeder was een goeie jager geweest, maar ze had er nooit haar hart en ziel in gelegd. Die had ze alleen voor haar vader bewaard. De liefde tussen hen was zo groot dat Robinns vader het zich niet aantrok of ze nu meeging op jacht of niet. Veel mensen waren tegen haar als leidster maar niemand durfde openlijk tegen de hoofdman in te gaan.
Hun liefde voor elkaar was enorm, maar hoe groter de liefde, des te zwaarder was de pijn van haar verlies. Zelfs na al die jaren was er nog steeds een gapend gat in haar vaders hart dat maar niet leek te helen.
Haar vader had zich na haar overlijden op zijn taken als hoofdman gestort. Veel jagers haalden toen opgelucht adem. Hoewel iedereen zich afvroeg wanneer hij een nieuwe echtgenote zou zoeken, was niemand dapper genoeg om dit idee ook echt aan hem voor te stellen.
Wel... iemand had het ooit geopperd... Laat ons zeggen dat die persoon nog steeds gebukt gaat onder zware spijt gevoelens.
Door dit voorval wierp hij zich nog meer op zijn taken dan ervoor en durfde hij wel eens te vergeten dat hij nog een dochter van zes had. Robinn, ook al was ze toen nog erg jong, begreep haar vaders gedrag ergens wel, maar begrip maakt je niet minder eenzaam. Het was alsof ze niet alleen haar moeder maar ook haar vader verloren was.
Hoewel de tijd langzaam alle herinneringen aan haar moeder uitwiste, was het gemis nog altijd even groot. Daarom wilde ze ook zo graag haar eigen rode mantel. Overvallen door een vlaag van woede, balde ze haar vuist. Het monster dat haar haar moeder had afgenomen zou de dag berouwen dat hij geboren was.
'Is hier dan echt niets om te eten?' foeterde haar grootmoeder terwijl ze luid met de potten rammelde en zo Robinns gedachten onderbrak. Robinn zuchtte en het gevoel van woede verliet voorlopig haar lichaam. Ze wist dat haar grootmoeder niet echt aan het zoeken was. Ze rammelde alleen maar wat met de potten om haar aandacht te trekken zodat ze haar het eten persoonlijk zou brengen.
Robinn en haar grootmoeder hadden een aparte band. Ze zou hem ongetwijfeld niet als liefdevol beschrijven maar haar grootmoeder was wel de enige persoon die voor haar gezorgd had na die noodlottige nacht. Ze had haar kleindochter meedogenloos getraind zodat ze op een dag klaar zou zijn om haar grootste vijanden te verslaan. Nu zou je kunnen zeggen dat het niet gezond is om zo'n klein meisje op te voeden met zoveel haat, maar de jagers staan nu eenmaal niet bekend om hun vriendelijkheid.
Robinn was misschien niet zo gespierd als haar leeftijdsgenoten maar ze was minstens even dodelijk. Dodelijker zou ze zelfs zeggen en dat had ze allemaal aan één persoon te danken.
Haar grootmoeder was zelf de beste jager van haar generatie geweest, dus van haar leren, was leren van een meester. Dus hoewel haar grootmoeder niet echt het knuffelige type was, tenzij het je wens is om neergestoken te worden, had zij wel altijd voor Robinn gezorgd en dat had ook zijn waarde.
'Hier grootmoeder, koekjes. Vanochtend nog gebakken.' Robinn bood haar de schaal aan die haar grootmoeder gretig uit haar handen trok. Ze liep met haar wandelstok onder haar arm geklemd naar de eetkamer waar ze weinig gracieus op een stoel neerplofte.
'Dank je Robinn, wat ben je toch een schat,' bedankte Robinn zichzelf al mompelend. Van haar grootmoeder een bedankje verwachten was hetzelfde als op regen wachten in de woestijn. De kans was nihil.
Buiten weerklonk het onheilspellende geluid van de bel. Het was zover. Eindelijk.
Nerveus en onder toeziend oog van haar grootmoeder trok ze haar laarzen aan en stopte haar dolk in de schede die in de binnenkant van haar laars zat. Ze gespte met trillende vingers haar armbeschermers vast. Toen ze haar boog over haar schouder hing was het trillen gestopt en bleef er alleen maar een kille vastberadenheid over.
Voor ze de deur achter zich dichtrok hoorde ze haar grootmoeder nog zeggen: 'Stel me niet teleur meisje. Het is de bloedmaan vannacht. Je weet hoe laat het dan is.'
Ja, tijd voor wraak.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top