65. Knokken
"Politie! Strek je handen omhoog!" werd er geschreeuwd. Joe draaide zich langzaam om en besefte dat zijn spel over was. Een heel peleton politieagenten stond op zijn oprit en hielden hun dienstwapen op hem gericht, een stuk of zeven. Langzaam deed hij zijn armen in de lucht, zijn pistool nog altijd in zijn hand.
Erik en Esther stonden als versteend. Konden ze al weg? Joe kón nog schieten.
Berendsen, de laffaard, kroop achteruit en verschool zich achter een van de vaten. Stukje bij beetje kroop hij naar achteren.
"Leg je wapen langzaam voor je neer!" schreeuwde Wouter weer, zijn pistool nog altijd strak op Joe gericht.
Langzaam liet Joe zijn arm zakken en legde het wapen rustig voor zich op de grond. Een van de agenten schoof langzaam en behoedzaam dichterbij er nam het wapen voorzichtig weg. "Liggen! Plat op de grond!" sommeerde Wouter.
Esther keek eens voorzichtig achterom. Hadden ze Berendsen soms niet gezien? Ze zag Berendsen nog net achter een van de vaten zitten. "Berendsen is hier ook!" riep Esther.
Op dat moment stoof Roderick Berendsen op en trok in een halve tel de deur open die naar binnen leide en flitste door de opening. "Hij ontsnapt!"
Drie agenten doken er in sneltreinvaart achteraan en verdwenen door de open deur, achter Berendsen aan, terwijl Wouter en zijn maat zich op Joe stortten en hem genadeloos in de boeien sloegen.
De twee laatste agenten snelden op Esther en Erik af en begeleiden hen in rap tempo naar buiten, waar ze veilig waren. Erik had nog steeds zijn armen om Esthers schouders geslagen. Door alle emotie en stress kroop ze in Eriks armen en verstopte haar hoofd op zijn borst. Daar begon ze een potje onbedaarlijk te janken. Beschermend sloeg hij zijn armen om haar heen en aaide haar even over rug. "Het is voorbij Es, het is voorbij."
"Maar Berendsen is ontsnapt!" snikte Esther uit.
Erik drukte haar nog wat steviger tegen zich aan. "Hij zal niet ver komen, geloof me."
Esther keek met haar rode gezicht en haar betraande ogen omhoog, liefjes begon hij haar tranen weg te vegen. "Esther, ik ben zo blij om te weer te zien, ik ben zo bang geweest Es, ik dacht..."
Esthers ogen flitsten naar een punt achter Erik. "Manon!" riep ze uit, om vervolgens los te laten en zich naar haar vriendin te haasten die haar tegemoet snelde. Opgelucht storten ze zich in een stevige omhelzing.
"Esther, je leeft! Ik was zo bang... ik hou van je." Manon drukte Esther stevig tegen zich aan.
Daar kwam Joe voorbij gelopen, geboeid en geescorteerd door twee agenten. In een flits draaide Manon zich om naar Joe en spuugde in zijn gezicht. "Hier! Hufter! Die is van mij." Geirriteerd veegde hij zijn gezicht af aan zijn schouder en keek haar vuil aan. "Jullie zijn nog niet van mij af," bitste hij ze toe.
"Nou, zeker wel," kaatste Manon terug, "jij gaat voor minimaal dertig jaar de bak in voor alles wat je hebt gedaan, haha, ga je frustraties maar lekker uitleven op de knijpers die je moet gaan maken, zielepoot!" De agenten begeleiden hem naar hun auto en duwde zijn hoofd naar beneden om in te stappen. Met een smak ging de deur dicht. Joe keek nors voor zich uit.
Nog geen tel later zagen ze hoe ook Berendsen werd afgevoerd. Ze hadden de hufter te pakken, godzijdank. Manon liet Esther los en liep snel achter de sluwe vos aan en schopte hem keihard met haar punthakken tegen zijn kuiten. "En die is van Esther. Dat zal je leren, stuk ellende!"
Een kleine glimlach trok om Esthers lippen bij die aanblik en ze veegde haar tranen af en snoof haar neus op.
Berendsen keek achterom, zijn kaken op elkaar geklemd om de pijn te verbergen. Hij gaf een korte ruk met zijn ellebogen waardoor de agenten aan zijn beide kanten voor een tel stil stonden en keek Esther indringend aan.
"Jij," siste hij. Zijn stem klonk zo vals en koud dat Esther er de rillingen van kreeg. "Jij hebt mijn leven veruineerd. Mijn bedrijf, mijn positie, maar nu is het mijn beurt," hij lachte vals, "ik zal jou kapot maken. Alles wat je lief is zal ik van je afnemen, ook die mooie oogjes van je, lelijke sloerie."
Als uit het niets kreeg Berendsen een enorme dreun tegen zijn tanden, Erik was boven op hem gesprongen en had hem een tand uit zijn mond geslagen. De twee agenten trokken Erik van hem af, maar hij was amper in bedwang te houden.
"Jij laat haar met rust, hoor je me," schreeuwde hij, zijn gezicht was rood en zijn ogen spuwden vuur, "als je nog één keer aan haar zit, één keer over haar praat, nee zelfs als je nog één keer aan haar denkt dan vermoord ik je!"
Met een bloedende mond werd Berendsen afgevoerd en in de auto naast Joe gepleurt. Erik veegde met zijn platte hand over zijn voorhoofd en keek naar Esther. Ze keek terug met een blik die hij niet goed kon plaatsen, misschien vond ze dat hij te ver was gegaan.
Daar kwam Wouter aangelopen. "Esther, Erik, Manon, jullie komen nog eventjes mee naar het bureau om een verklaring af te leggen en daarna kunnen jullie lekker naar huis hoor."
Gewillig stapten ze bij Wouter in de auto en zagen hoe de andere dienstwagen er vandoor ging met Joe en Berendsen. "Die gaan de bak in, geloof me," zei Wouter, "voor een hele, hele lange tijd."
"Opgeruimd staat netjes," verklaarde Manon. Wouter startte de wagen en ze reden weg.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top