35 (poging 2)

@monkeyelke

Manon kwam strompelend de trap af en deed open.
"Mensenkinderen, wat zie jij eruit," riep Esther uit. Haar vriendin was inderdaad erg witjes en haar anders zo netjes gekamde bruine haren zaten helemaal in de war. En de combinatie rode pyamabroek met een oranje slobber t-shirt was er een waar de tranen je van in de ogen sprongen.
"Kom binnen," piepte haar vriendin.
Manon sjokte de trap weer op en ging liggen op haar wit-leren bank waar nu een hele stapel kussens en dekens op lagen. Met een zucht trok ze haar dekens over zich heen. Het verbaasde Esther nogal, want het was een heerlijke, aangenaam warme lente dag.

"Ik heb wat voor je meegenomen Manon, een hele bak vitamientjes." Esther haalde een mandje vol fruit uit haar plastic tas. "Appels, peren, bananen, hier nog een kleine honing meloen en druiven." Zorgvuldig zette ze de schaal op de salontafel en begon het plastic er af te peuteren.
"Hoe kom je nou zo ziek, joh?"
Manon hoeste in haar zakdoekje. "Es, ik voel me echt zo hondsberoerd joh. Hoofdpijn, buikpijn, ik heb een abonnement op de wc en ik heb de hele nacht liggen overgeven. Ik denk dat het dat broodje vis geweest moet zijn."
"Broodje vis," herhaalde Esther. "Zo ziek van een broodje vis, dan zal die wel bedorven zijn geweest."
"Praat niet over vis, dan word ik weer misselijk," piepte Manon. "Ik was naar die Broodjeszaak geweest, samen met een collega. Daar was het al zo goor Esther. In de koelkast stonden dingen die al weken over de datum waren, en achter het gasfornuis zat een hele familie kakkerlak. Er lag een zak bolletjes onder de werktafel, die was waarschijnlijk een keer gevallen en lag er al weken, minimaal. De schimmel zat op de vloer en tegen de plinten aan. Het was zo vies."
Esthers gezicht vertoonde een grote afschuw."Jakkes Nonnie, daar heb ik een paar weken geleden nog een broodje zitten eten. Iew!"
"Ja en toen we klaar waren hebben we daar bij die viskraam naast de Remmervaart nog een brooodje vis gegeten."
"Maar dat was dus geen slim idee," maakte Esther de zin af.
"Nee niet echt. Het was verse vis, een lokale specialiteit. Maar ik zal je een ding vertellen, als ik weer beter ben dan is dat de eerste kraam waar ik een bezoekje aan ga brengen. Ik wil wel eens weten waar ze die vis vandaan hebben en wat er voor troep er allemaal in dat broodje zat."

Esther stond op en begon in de fruitmand te graven. "Hier Manon, neem een banaan, daar komt je maag van tot rust."
Manon trok een vies gezicht. "Jakkes nee Esther, banaan. Ik lust echt helemaal GEEN banaan."
"Geen banaan? Nou dan snijd ik toch wat meloen voor je." Esther liep naar de keuken met de goudgele meloen, waste hem en kwam terug met een bordje en een mesje. Behendig sneed ze de meloen in parten. "Hier, meloen dan."
Manon pakte het bordje aan. "Dank je wel Esther, je bent echt lief."

Terwijl Manon voorzichtig aan de stukjes meloen knabbelde begon Esther aan haar verhaal.
"Ik ben bij die man van Saroma geweest gisteren." Nu keek Manon op en keek haar met grote ogen aan.
"Die Erik toch? En heb je wat informatie uit hem los kunnen peuteren?"
"Nog niet. Ik heb vanmiddag met hem afgesproken in het Remmerpark, dan gaan we zijn hondje Boef uitlaten."
Manon keek haar niet begrijpend aan. "Hond uitlaten?"
"Ja, dat stelde hij zelf voor, dus ik heb er maar mee ingestemd. Het kan toch wel? Misschien vertelt hij me wel wat meer als hij me eenmaal goed vertrouwd." Zelf stopte Esther een druifje in haar mond.
"Als je maar uit kijkt Esther. Laat hem niets doorschemeren over je ware motieven anders heb je straks een groot probleem. Ik wil je niet kwijt Essie."
"Maak je over mij maar geen zorgen en zorg jij er nou maar voor dat je gauw weer beter wordt."

Ze liet haar vriendin achter op de bank onder de dekens en haaste zich op haar rode fiets naar het park. Ze had afgesproken bij de eendenvijver dus zette ze haar fiets vast aan een paaltje en liep het park in. Het was een mooie dag en er waren meer mensen op het idee gekomen om vandaag lekker hun hondje uit te gaan laten. Een groep jongeren die zich vermaakten op een van de grasveldjes en ook in het speeltuintje was flink druk vandaag. Ze moest toegeven dat ze eigenlijk best zenuwachtig was en probeerde zich te vermannen door eens diep in te ademen en flink te zuchen.
Daar was de eendenvijver al, maar waar was die Erik? Misschien was hij het vergeten, misschien kwam hij niet.
De eendjes in de vijver kwamen in groepjes aanzwemmen, die dachten natuurlijk dat ze brood bij zich had. Jammer dat ze daar nou niet aan had gedacht, want eendjes voeren vond ze eigenlijk best leuk. Er kwam ook nog een gans aanzwemmen, oei, daar was ze niet zo blij mee. Als hij maar uit haar buurt bleef want die krengen konden gemeen pikken met hun snavel en waren nog groot ook.

Plotseling stoven alle eenden verschrikt op en zommen of vlogen scheren over het water de vijver weer in. Een klein wit, langharig hondje was aan komen rennen, hield halt vlak voor de oever en stond driftig te springen en te blaffen. Esther keek achterom en daar kwam Erik aangelopen met een grote lach om zijn mond.
"Ik zie dat je al kennis hebt mogen maken met een van Boefs specialiteiten: de eendjes de stuipen op het lijf jagen," zei Erik lachend.
Esther glimlachte naar hem. Hij zag er heel anders uit vandaag. Geen zwart pak met een donkerpaarse stropdas, maar casual gekleed in een mooie witte broek en een lichtblauw t-shirt. Het stond hem goed en ze kon zien dat hij waarschijnlijk wel eens trainde in de sportschool, want hij was licht gespierd. Hij gaf Esther drie kussen op de wang en riep zijn hondje. "Boef! Hierrrrr."

Terwijl het grappige hondje terug rende naar Erik en hij hem over zijn koppie kroelde, stond Esther er een beetje verbouwereerd bij. Haar wangen gloeiden, ze wist niet zo goed waarom, maar ze kreeg het warm van hem.
"Fijn dat je er bent Erik," zei Esther, "ik was al bang dat je niet meer kwam."
Hij keek haar aan en hield zijn hoofd scheef. "Je denkt toch niet dat ik een afspraak met zo'n mooie dame zou vergeten? Kom, laten we een stukje wandelen."

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top