Hoofdstuk 7

'Avélie, wakker worden,' hoor ik een stem achter me.

Eén voor één open ik mijn ogen. Iemand raakt mijn schouder aan, waarna ik op mijn rug wordt gedraaid. Het gezicht van Erik kijkt me aan. Mijn gezicht zegt al genoeg.

'Ik zal je helpen om voor goed van je oude herinneringen af te komen,' zegt Erik. Ik staar hem alleen maar ongelovig aan.

'Hoor je wel wat je zegt?', vraag ik aan hem.

'Ja, ik hoor wat ik zeg,' reageert hij.

'Ik geloof niet dat je dat van me af kan nemen,' zeg ik tegen hem.

'En toch zal je me moeten geloven,' zegt hij en pakt mijn hoofd met beide handen beet. 'Sluit je ogen.'

Ik doe maar wat hij zegt en sluit mijn ogen. Met een zachte stem praat hij tegen me, maar dat vervaagd al meteen als ik weer de oude beelden voor me zie. De beelden van mijn ouders die hard spraken en me pijn deden door de zachte dingen hard te doen bij mij, zie ik weer voor me. Van schrik begin ik te gillen en probeer van paniek uit de greep van Erik te komen. Hij houdt me hoofd vast en sust wat woorden tegen me, maar de woorden dringen niet bij me binnen.

Ik zit in het rijtuig van mijn ouders en zit achterin, naast mijn moeder. Mijn vader staat voor mijn neus en staat heel boos tegen me te roepen.

'Nee, doe niet!' roep ik angstig en tranen rollen over mijn wangen.

'Hoezo niet? Mag ik je niet aanraken om je de straf te geven die je verdiend?', vraagt mijn eigen vader.

'Nee,' zeg ik kleintjes.

'Prima,' zegt hij en werpt een blik naar zijn vrouw.

Zonder woorden begrijpen ze elkaar en knikken. Mijn moeder schuift wat dichter naar me toe en slaat een arm hard om me heen. Ik knijp mijn ogen stijf dicht. Een kleine traan ontsnapt uit mijn ooghoek, die langzaam naar beneden rolt.

'Waarom doen jullie dit?', vraag ik hun.

Ze zeggen niks en ik denk na over mijn toekomst. Een toekomst die er nooit uit gaat zien, als het zo door blijft gaan. Ik kijk naar buiten en zie dat we in de buurt komen van het Operagebouw.

Mijn ouders zeggen niks meer en ik durf het niet nog een keer te vragen. Ze hebben me nooit een naam gegeven, dus ik zal iemand blijven zonder naam.

'Waarom we dit doen? Snap je niet wat je ons aan doet?', vraagt mijn moeder plotseling boos.

'N- nee.'

'Misschien is dat maar goed ook,' zegt mijn vader botweg. Het rijtuig stopt en mijn vader grijpt mij bij mijn haar arm vast, waarna hij me overeind trekt. Daarna laat hij mijn arm los en duwt me hardhandig het rijtuig uit.

Ik belandt hopeloos op het trottoir van het Operagebouw. Het rijtuig achter me komt weer in beweging en rijdt met een snellere vaart achter me weg, waarna die verdwijnt in de nacht. Ik blijf roerloos op de grond liggen. Alleen achtergelaten door mijn eigen ouders, ga ik overeind zitten en begin te huilen. Zittend op het trottoir van het Operagebouw vult mijn gehuil de vrolijke nacht van muziek. Het is koud buiten en ik bibber van de koude wind, die er staat. Op mijn blote armen en benen ontstaat er kippenvel. Ik begin heftig te hoesten. Met een grote hap lucht neem ik adem, waardoor ik het hoesten alleen maar erger maak en nog erger moet hoesten. De tranen stromen over mijn wangen, door het onophoudelijk gehoest.

'Avélie, hoor je me? Avélie!' hoor ik Erik roepen.

Ik voel hoe ik heen en weer word geschud. Erik blijft mijn naam alleen maar roepen, maar weet mijn aandacht niet te krijgen. Hij zwaait wanhopig met zijn hand voor mijn ogen. Mijn omgeving die wordt wazig, maar ik kom langzaam weer bij het heden.

'Avélie, rustig!' zegt Erik en ik voel nu hoe ik boos me los probeer te wringen. Mijn gezicht voelt nattig aan, waardoor ik me realiseer dat wat ik net allemaal voor me zag niet echt was. Het was een flashback van een paar maanden geleden.

'Avélie, hoor je me?', vraagt hij voorzichtig aan me.

Ik knik met mijn hoofd als teken dat ik hem inderdaad hoor. Mijn ademhaling gaat gejaagd en ik probeer zo kwaad als ik kan mijn ademhaling weer tot rust te brengen.

'Adem in, adem uit,' zegt Erik en doet het voor me na.

Ik volg zijn voorbeeld en voel me rustig worden. Zodra ik rustig ben laat ik me in zijn armen vallen. Huilend knuffel ik hem. Ik voel zijn armen om mij heen slaan en hij drukt me stevig tegen zich aan. Hij maakt er geen woorden aan vuil en zo staan we wel eventjes.

'Gaat het weer een beetje?', vraagt Erik aan me.

Ik trek mijn hoofd van hem af en kijk hem aan in zijn bruine ogen. Hij heeft prachtige bruine ogen. Eén oogkleur lijkt zelfs groenig. 'Ja, het gaat weer beter,' antwoord ik dan. 'Bedankt.'

Hij wilt iets zeggen, maar ik laat mijn hoofd weer tegen hem leunen. Weer opnieuw drukt hij me stevig tegen zich aan. 'Geen dank lieverd.'

Ik voel hoe hij een kus op mijn haarkruin drukt. Er ontstaat een glimlach op mijn mond en ik sluit mijn ogen.

'Als het goed is, kan je je dat nu niet meer herinneren lieve Avélie,' zegt Erik tegen me.

'Die flashback?', vraag ik verbaasd.

'Ja, ik denk dat dat een enorme grote herinnering was die ik van je af moest nemen,' zegt hij goedkeurend.

'Hoe bedoel je?'

'Ik heb die herinnering van je weggenomen. Probeer er eens aan terug te denken?', vraagt Erik.

'Oké.' Ik probeer me weer in die situatie te verplaatsen, maar krijg het niet meer zo helder zoals net.

'En?'

'Nee, niks. Hoe- hoe heb je dat klaargespeeld?', vraag ik verrast aan hem.

Hij pakt me bij mijn schouders beet en kijkt me recht in mijn ogen aan. 'Dat is mijn kracht lieve Avélie,' zegt hij tegen me. 'Ik kan nare beelden of herinneringen uit iemands hoofd halen.'

'Knap dat je dat kan Erik,' zeg ik tegen hem. 'Nogmaals, bedankt!'

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top