Hoofdstuk 24 - Het afscheid

Ik beende heen en weer in de kamer van Travis. Het ergste was nog dat hij vanaf het bed geamuseerd toekeek terwijl hij een handvol chips in zijn mond strooide.

'Dus... Als je er zo mee zit,' begon hij. 'kan je best vertellen wat Tobias allemaal tegen je heeft gezegd.'

Ik schudde mijn hoofd. Ik was net bij Raven en Daisy langs geweest om een film te kijken en een bak vanille-ijs uit te lepelen, maar ik had zelfs niks tegen hen gezegd. Daisy had wanhopig geprobeerd me aan het praten te krijgen en keek tijdens de film met een schuin oog naar mij (vooral op de stukjes waar de man zijn liefde voor de vrouw verklaarde en waar hij vertelde dat hij fout zat, en dat deed hij zo'n vier keer), maar ik negeerde het.

Toen de film klaar was, was ik zo snel mogelijk weggelopen, maar Daisy had me bij de hand gepakt en laten wachten. Ze had gevraagd hoe het met me was. Ik vond het heel lief en zo, maar ik had geen behoefte om ook maar met iemand over het voorval te praten.

Dus schudde ik mijn hoofd. 'Ik wil geen meisjes-dingen met jóu bespreken.'

Hij lachte en schudde zijn hoofd. 'Meisjes zijn echt ingewikkeld.'

'Whatever.' Ik liet mezelf op het bed zakken en wreef in mijn ogen. 'Ik wil hier niet weg...'

Travis schudde zijn hoofd. 'Ik wil ook niet dat je weggaat. Maar je zal eindelijk je ouders weer zien. Je broertjes en zusjes.'

'Die heb ik niet. Broertjes en zusjes,' vulde ik mijn eerste zin aan. Maar wel ouders. En die miste ik zo enorm erg. Ik voelde al bijna mijn moeders arm om mij heen en hoorde haar troostende woorden.

Het verlangen en de wanhoop die ik voelde bij het idee dat ik weer thuis zou komen, hoopte zich in mijn maag op bij de andere ongecontroleerde emoties. Ik voelde me zo verward door Tobias, ik miste mijn ouders en wilden tegelijkertijd absoluut niet hier vandaan. Ik voelde enorme woede bruisend door mijn aderen trekken wanneer ik ook maar aan Lindsey dacht en vroeg me tegelijkertijd af wat ik nou precies voor Liam voelde.

Tranen welden in mijn ogen op en een voor een rolden ze over mijn wangen.

Travis legde zijn zak chips aan de kant, kwam naar me toe gelopen en nam me in zijn armen. Zachtjes wiegde hij me heen en weer terwijl hij met zijn hand over mijn haar streek en zachtjes 'Sst,' mompelde. Na een tijdje liet hij me los en liet me hem aankijken.

Hij veegde met zijn duim een traan van mijn wang af. 'Luister, Mary. Hoe graag ik ook wil dat je bij me blijft, ik wil ook mijn familie zien. Drie weken hebben ze jou moeten missen, maar mijn ouders hebben mij al vijf weken niet meer gezien. Dat is ruim een maand. Ik kan me hun verdriet niet voorstellen. En mijn kleine zusje dan...' Hij haalde diep adem. 'Ik zou er alles voor over hebben gehad om haar te mogen zien in de weken dat ik hier heb gezeten.'

Ik beet op mijn lip en leunde met mijn hoofd tegen Travis' borstkast. 'Je bent een goed mens, Travis. Of uhm, een goede vampier. Dat moet je onthouden, wat mensen ook tegen je zeggen. Je bent de liefste, zorgzaamste en aardigste vampier die ik ken. Jij bent góed,' zei ik met de nadruk op het woord "goed".

Ik voelde hoe Travis tegen mijn haar aan glimlachte en ik liet me verder opslokken door de stevige, gespierde armen van deze lieve jongen. Voor een tijdje bleven we in deze comfortabele houding zitten, maar al gauw duwde Travis me van zich af.

'Het is het beste voor je als je gewoon gaat slapen. Slaap alle verdriet eruit en wees morgen weer de vrolijke Mary die ik ken,' zei hij, en gaf me een kus op mijn kruin.

------

Met de auto werden we over een hobbelig zandpaadje door het bos richting het huis van Daisy gereden. Het lag ongeveer een uur rijden bij Redville vandaan, dus richting huis lopen - wat het plan inderdaad was - zou veel tijd van ons vergen.

Onze koffers waren gevuld met de meest mooie kleren die onze kledingkasten beschikten en de meest lekkere koekjes die ze hadden, verpakt in blik. Rolf, een vampier die met ons mee gereisd was, had de opdracht gekregen om onze auto die hier geparkeerd stond te dumpen. Drie kilometer voor de afslag van Greenville (een dorpje waar je doorheen moest als je naar het bos wilde) vanaf het huis van Daisy bevond zich een rivier. Hij zou hem eerst tegen een boom aanrijden en vervolgens het water in duwen, wat niet al te moeilijk zou moeten zijn voor iemand met bovennatuurlijke krachten.

Dus toen we Rolf afgezet hadden reden we naar de afslag de richting Redville en stopten ongeveer vijf kilometer daarvandaan. We werden meegenomen in het bos. Het idee was dat we een ongeluk hadden gehad. De koffers die we meegenomen hadden, waren in Daisy's auto gezet zodat het wat echter leek. Als we aan zouden komen met onze koffers die onbeschadigd waren, zouden ze al gauw iets vermoeden.

Nadat het ongeluk was gebeurd (waarin Evi was omgekomen) zijn we gaan lopen. Daisy was er van overtuigd dat we het snelst thuis zouden komen als we via het  bos zouden gaan. Maar al gauw raakten we verdwaald en zwierven we drie weken rond in het bos, tot we werden opgehaald door een auto toen we eindelijk de weg weer terug vonden.

Ik leunde met mijn rug tegen een boom aan. Het was een prachtige ochtend. De bladeren van de bomen leken groener dan ooit en aan de blauwe hemel stond geen enkele wolk.

'Ben je er klaar voor?'

Ik keek op en glimlachte toen ik Raven zag. 'Klaar om te gaan? Jazeker. Travis had gelijk. Ik wil dolgraag mijn ouders weer zien.'

Raven perste haar lippen op elkaar. Haar slanke vingers klemden zich rond mijn kin en dwongen me haar aan te kijken. 'Ik heb het je al verteld, en vervolgens gedwongen om het weer te vergeten, maar ik moet je dit alles laten vergeten.' Ze glimlachte treurig. 'Je zal je niks meer herinneren van ons. Je dilemma van jongens, The Big Bad Wolf, de poolparty. Alles zal vervangen worden door nieuwe herinneringen; je zal nooit beter weten dan dat je verdwaald bent geweest.'

Ik wilde protesteren maar mijn geheugen leek te vervagen. Dikke wolken dreven voor mijn herinneringen in de prachtige villa vol met vampiers, de gameroom, waar een aantal jongens op de dag dat ik Raven ontmoet had zo vervelend hadden gedaan over Travis, Tobias en ik die ons een weg door het bos heen baanden... Een voor een leken deze herinneringen op te lossen, waardoor losse, onsamenhangende vlagen door mijn hoofd heen spookten.
'Raven, doe dit nou niet. Ik zal mijn mond houden, echt waar. Ik wil jullie niet vergeten.'

Raven pakte mijn handen vast en glimlachte. 'Ik moet wel, Mar. We vertellen precies hetzelfde verhaal aan jou als aan Mick en Daisy. Jullie gevoelens zullen echt worden. De politie zal jullie geloven. Daarom doen we dit. Niet omdat we aan jullie twijfelen.' Ze haalde diep adem. 'Je hebt honger geleden, gerouwd om Evi. Gelukkig had Daisy haar handtas meegenomen want die had bij haar voeten gelegen. Daar hadden jullie koekjes en sandwiches inzitten. In Micks rugtas die hij heel de reis niet afgedaan had, had hij extra kleding, een zaklamp en een veldfles. Die deelden jullie. Het water in de rivier is zoet, dus jullie hadden genoeg te drinken.

Evi ging dood omdat haar gordel niet los ging toen ze het water inreed. Ze is verdronken. Jullie hebben dagenlang gehuild om haar en wilden haar niet in de steek laten, dus bleven jullie op de plek waar de auto het water in reed. Uiteindelijk begon de voorraad koekjes op te raken, dus jullie volgden Daisy's raad op en begonnen te lopen, door het bos. Jullie telefoons waren kapot door het water. Die hebben jullie gedumpt, net als alle andere dingen die jullie niet meer nodig hadden. Jullie hebben twee weken in het bos rondgelopen. Jullie aten besjes en dat soort dingen. Als jullie een weg tegen komen blijf je daar wachten tot er iemand langs komt om jullie mee te nemen. Begrepen?'

Ik voelde hoe ik knikte.

'En je miste je ouders. Heel erg. Dat is het belangrijkste. Elke nacht heb je aan ze gedacht en jezelf in slaap gehuild. Je vergeet onze gezichten zodra we weg zijn, oké?'

Er kwam een jongen aangelopen. Hij had dezelfde groene ogen en het zwarte haar als het meisjes dat tegen me stond te praten. 'Heb ik alles gezegd nu?'

De jongen knikte. Het meisje gaf me een lange knuffel. Daarna verdween ze. De jongen trok me kort tegen zich aan en drukte kort zijn lippen op de mijne. Een siddering gleed over mijn ruggengraat door het contact tussen onze lippen. Ik wilde hem vastgrijpen, tegen me aandrukken... In de kus voelde ik me zó veilig, terwijl ik wist niet eens wie deze jongen was...

Hij stapte naar achteren en keek me met een schuin hoofd aan. 'Je zult me vergeten,' mompelde hij. 'Maar ik jou niet.'

En toen was ook hij weg.

Jajaaaa de geheugens zijn gewist... ik wil jullie nog even bedanken voor het lezen van mijn boek <3 (dit is nog niet het einde)
We staan inmiddels alweer op 19 en jullie kunnen je niet voorstellen hoe blij ik met jullie ben. Dus dank jullie wel!! :)

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top