Mary
Bang keek ze om zich heen. Waar was ze nu weer beland?
Terwijl ze de leraar volgde, keek ze rond. iedereen stond in verschillende groepes. Zo zag ze een groepje waarvan ze dacht dat de populaire waren, vanwege hun perfecte lijf en blonde haren . Een paar van hen zaten te jammeren. Het snot liep uit hun neus. Was hun mascara op of zo, dacht ze geamuseerd. Verder zag ze ook een paar jongens die ruzie maakte met de leraar. Ze kon hen horen roepen: 'Waarom hebben jullie dat gedaan?! Weet u niet hoeveel mensen er getraumatiseerd zijn?! Dit is verschrikkelijk! Waarom verdenkt u...!' Verbaast volgde ze het gesprek. Plots schrok ze op van een snerpende stem. 'Kom,' zei de vrouw geërgerd.
'Wat is er gebeurt,' vroeg ze stilletjes. 'Dat merk je zelf wel.' De vrouw vertrok weer dus volgde ze haar maar braafjes.
'Wat is je naam?' De secretaresse keek het meisje over haar bril aan.
Verlegen stapte ze naar voor en zei: 'Mijn naam is Mary Bloom, mevrouw.'
De secretaresse knikte en tipte vlug iets in op haar computer.
Ze stond recht. 'Hier heb je je lessen rooster.'
Ze kreeg een pakketje papieren aangeboden. Met grote ogen keek ze er naar.
'En wat is de rest dan?' Verveelt keek de vrouw op. Zuchtend zei ze: 'Dat moet je maar eens doorlezen. Sommige moet je ook invullen en dan mag je ze hier afgeven.'
Verbaast bleef Mary staan. De vrouw keek haar nu afwachtend aan. met een geergerde stem snerpte ze: 'De lessen gaan zo beginnen, moet jij je lokaal niet gaan zoeken of zoiets.' Mary trok een wenkbrauw op. Meende zij dat nu? De vrouw keek haar nog even aan en wuifde haar verveeld weg. Mary rolde met haar ogen. Wat voor rare school was dit?
Geërgerd keek ze rond. De gangen zagen er somber en vuil uit. Op sommige muren was zelfs graffiti gespoten. Behalve op de plekken waar de lokkers stonden, die waren verbazend genoeg nog mooi wit. Aan de andere kant van de gang, rechts, zag je om de zoveel meter een deur. Dat moesten de lokalen zijn. Ze nam haar lessenrooster en keek naar haar eerste les. Blijkbaar lessen, ze zat de hele voormiddag in het zelfde lokaal. Vandaag had ze alleen maar taal vakken.
Joepie.
Zoals ze wel had verwacht, kwam ze veel te laat aan in het lokaal. Het had eeuwen geduurd voor ze het juiste lokaal had gevonden. Toen ze op de deur had geklopt keek iedereen haar raar aan. Net zoals buiten stonden sommige gezichten heel somber of juist heel kwaad. De leerkracht wenkte haar ten teken dat ze naar hem toe moest gaan.
De blikken van de leerlingen bleven haar volgen.
'Stel je maar even voor.' Met een opgetrokken wenkbrauw bleef ze de leraar aankijken.
Zijn gezicht bleef neutraal.
'Oké, mijn na...'
'Voor de hele klas, jongedame. Ik ben hier niet alleen.' Traag richtte ze zich naar de klas. Vragend keek ze er naar. Een van de meisje knikte bemoedigend. Mary glimlachte en begon: 'Mijn naam is Mary Bloom. Ik ga vanaf vandaag naar deze school omdat mijn vader hier werk heeft gevonden, dus leek ons dat gemakkelijker.'
Plots stak iemand zijn hand op. Afwachtend keek Mary de leraar aan maar hij keek alleen maar naar zijn bureau.
'Eh, ja.' zei ze dan maar.
'Waar kom je vandaan, aangezien je accent lijkt het of je uit Engeland komt. Klopt dat?'
'Ja,' antwoordde ze met een klein stemmetje. Opeens was iedereen wakker.
'Hoe is het daar? Zijn er mooie jongens? Kun je er goed shoppen? Doen ze daar ook aan sport? Hebben ze....' Voor ze er ook maar één kon beantwoorden werd er luid geklapt.
'Zo is het genoeg,' brulde de stem van de leraar. 'Stel al die vragen maar tijdens de pauze.'
Nu keek hij haar aan.
'Ga jij daar maar zitten.' De man wees haar de laatste lege plek aan. Dat was helemaal achteraan. Naast een jongen. Die was haar nog niet opgevallen. Voorzichtig wandelde ze naar haar plek. Toen ze ging zitten schonken een aantal leerlingen haar een meelevende blik. Was er iets mis met hem of zo? Stiekem richte ze haar ogennaarhem. Hij keek uit het raam. Voor zover zij kon zien zag ze niets verkeerd. De jonge had leuke rosse krullen die zijn scherpe gezicht omlijste. Hij had dunne lippen en prachtige smaracht groene ogen. Je zou kunnen zeggen dat zijn enige minpuntje zijn grote oren waren. Die staken zelfs door zijn dikke krullen, maar dat was niet erg, het was zelfs lief. Ook had hij een vermoeide trek rond zijn lippen. Wat zou het mooi zijn als hij glimlachte. Wat zou er zo erg aan hem zijn?
Plots keerde de jonge zijn hooft om. De smaracht groene ogen keken nu recht in de hare. Verlegen glimlachte ze. Ze had niet door dat ze had liggen staren. De jongen kneep zijn ogen tot spleetjes en wende zijn blik af. Even later schoof hij zelfs zijn bank een klein stukje verder.
Bedroeft keek ze hem aan.
Plots glimlachte ze.
Wacht maar, dacht ze, jou krijg ik nog wel aan het lachen
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top