0 laguz 9

Odar Moens weer tegenkomen was niet iets wat Espen op diens verlanglijstje had staan, maar om bij de condoleance aan de familie door Alvar aan hem voorgesteld te worden was van de gekke.

"Odar, dit is Espen, mijn- euhm- het oudste kind van onze ouders? We zijn familie," bracht Alvar wat ongemakkelijk uit. Odar keek Espen met dezelfde blik aan die hij had toen die Espen had gespot op de begraafplaats. Het was geen oogcontact dat beschouwd kon worden als iets positiefs. Toch stak hij zijn hand uit en Espen nam die zonder twijfel aan.

"We hebben elkaar al eens eerder ontmoet," zei Odar giftig en Alvar keek ze even verbaasd aan.

"In wat ongelukkige omstandigheden," zei Espen en noteerde dat Odars handdruk stevig was geweest.

"Ik zie dat îsaz niet meer in je ogen staat?" zei hij iets dat duidelijk meer verwarring bij Espens broertje op liet bloeien.

"Nee, ôdhalan is gepaster voor deze dag," antwoordde Espen. "Heb jij toevallig jouw broer meegenomen waar je het destijds over had? Dan zal ik mijn excuus nog aanbieden over hoe we zijn oog hebben behandeld." Odar klemde merkbaar zijn tanden op elkaar, iets dat Espen een gevoel van overwinning gaf. Diens blik ging naar diens broertje die er wat verloren bij stond.

"Wanneer zal ik de ogen mee mogen nemen?"

"Wil je nu al weg?" vroeg Alvar. Espen keek hem voor een moment aan alsof het niet duidelijk was dat het antwoord voor de hand moest liggen.

"Ik heb ook andere taken vandaag. Ik heb niet de luxe de hele dag vrij te kunnen nemen," lichtte die toe. Zeker sinds de streek die Björn uitgehaald heeft, dacht die er verbitterd achteraan, maar zou dat Alvar niet zeggen. Die zou dan aan de rest van de familie doorgeven dat die aan het falen was. Dat diens moeder die negeerde was alles wat Espen op dit moment kon hebben. Die hoefde haar scherpe woorden niet te horen.

"Maar wil je dan niet met pap en mam praten? Ze zijn er ook."

"Nee," zei Espen en Alvar keek met een lichte frons weg.

"Ze vragen wel naar je, dat je het weet," zei hij. Espen kon niet laten een lach te laten horen.

"Hoe?" vroeg Espen wat Alvar duidelijk verwarde. Odar leek het ook niet te begrijpen, maar was slim genoeg zich niet in het gesprek te mengen.

"Hoe bedoel je?" vroeg Alvar.

"Hoe verwijzen ze naar me?" lichtte die toe. De realisatie was al snel in Alvars ogen af te lezen.

"Ik kan proberen om-" begon hij. Espen snoof en liet daarna een nieuwe lach horen.

"Ik denk dat het beter is de ogen op te halen zodat ik daarna terug naar mijn werk kan." Er was woede bij diens broertje te zien, tranen van frustratie en van alle emoties van de dag. Het deed Espen niks. Alvar moest eens weten wat Espen doorstaan had de afgelopen jaren. Een verbetering in verwijzingen naar Espen ging jaren aan fouten niet meteen goedmaken.

"Het is ook alleen maar jouw werk dat belangrijk is," zei Alvar uiteindelijk toen hij alle opwellingen naar beneden leek te hebben gedrukt. Espen rolde diens ogen.

"Laat het vallen, Alvar," zei die streng en nam daarmee plots de rol van het oudste kind weer op zich. Die voelde zich ouder, verantwoordelijker, degene die ervoor moest zorgen dat Alvar niet over de rooie ging en hun ouders boos zou laten worden.

"We gaan hier nog een keer over praten of je het wil of niet," siste Alvar en verbaasde Espen daar ergens mee. Ergens had die gemist dat diens broertje niet meer de tienjarige was die alles bij elkaar schreeuwde. "Ik breng je zo naar de ogen toe. Dus drink wat en heb geduld." Espen knikte.

"Laat me niet te lang wachten," zei die. "Ik heb een baas waarbij ik niet te laat kan komen." Espen condoleerde even later Alvars partner en de familie daar weer van, maar merkte al snel dat rustig op diens broertje wachten er niet bij zat. Odar was die op de voet gevolgd en stond nu naast die in een zaal waar hij genoeg mensen had om ook mee te praten.

"Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik nu weet dat je familie van Alvar bent," zei hij wat duister.

"Wat ben je van plan te doen? Hem om proberen te kopen?" vroeg Espen. "Het was makkelijker voor je geweest als je niet met al die ogen weggerend was. Dan had ik iets voor je kunnen regelen bij Lindbörg."

"Ik wil niks met ze te maken hebben."

"Was dat de reden waarom je ze stal?"

"Een van de," zei hij. "Maar ik denk niet dat je het zal begrijpen."

"Omdat ik voor ze werk."

"Precies," zei Odar enigszins zelfingenomen. "Je hebt een obsessie met nemen wat niet van jou is."

"Ik vind het opmerkelijk dat jij dat zegt wegens ik niet degene was die er met een ogenkoker vandoor ging." Dit raakte duidelijk de verkeerde snaar bij de ander, maar Espen speelde ook al een tijdje de verkeerde melodie. Odar deed zijn mond open om iets naar Espen toe te gooien, maar Elina, Alvars vrouw stond plots bij ze en hij liet zijn mond weer dichtvallen.

"Espen," zei ze met een zachte stem. Er lagen donkere wallen onder haar ogen en een minuscule glimlach op haar gezicht. "Zou je mee kunnen komen? Dan kunnen we de ogen aan je overhandigen." Espen knikte en was maar al te blij om bij Odar weg te kunnen. 

Elina leidde die naar buiten en naar een kamertje in de buurt van de rouwkamer. Espen zag dat naast de ogenkoker de formulieren van overdracht lagen. Die nam even te tijd om alles te controleren en vertelde diens schoonzus dat alles in orde was. 

Het voelde als een opluchting eindelijk de begrafenis te kunnen verlaten met de ogen die lagus droegen. Ze waren niet in de beste staat, maar dat was te verwachten met ogen van ouderen. De zon scheen warm op diens gezicht en Espen voelde zich rustig. Geen Odar meer, geen familie meer. Wat een rust. Een rust die werd weggetrokken toen die bij diens bureau kwam.

"Hé, Ødegrad." Marika Øen stond naast die met haar armen over elkaar gevouwen. Espen gaf haar een zijwaartse blik. Sinds ze die naar de verkeerde vergaderruimte had gestuurd, vertrouwde die haar niet.

"Wat is er?"

"Je zit nu in Hanssons team." Espen draaide nu diens volledige gezicht naar haar toe en keek haar gespannen aan.

"Sorry?" zei die.

"Je hoorde me," zei ze. "Ik heb het liever ook niet, we hebben al genoeg werk nu jij geen teamleider meer bent, maar opdracht van de baas." Espen wilde op dat moment kunnen verdwijnen.

"Je meent het," kreunde die onbewust, maar rechtte diens rug. Als ze het zo gingen spelen, dan speelde die maar mee. "Wanneer was dit besloten?"

"Vanochtend."

"Toen ik er niet was." Het was even stil.

"Je moet blij zijn dat Björn voor je op kwam." Espens spieren leken te verkrampen.

"Hoe bedoel je?"

"Hij was de eerste om voor te stellen dat je bij hem in het team zou mogen komen." Elke ademhaling leek voor Espen te branden.

"En onze baas vond dat goed?" vroeg die. Marika lachte.

"Je had hem moeten zien," zei ze. "Maar dat terzijde, er zijn wat taken te doen en Hansson zei dat jij daar perfect voor zou zijn, omdat je nu eenmaal teamleider bent geweest en zo."

Wrijf het er maar lekker in, dacht Espen zuur, maar knikte.

"Wat is het?" vroeg die.

"Een simpele opdracht," antwoordde ze en Espen had moeten weten dat dat niet het geval zou zijn.

Woordenaantal: 1 273

Woorden totaal: 14 021







Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top