▪︎ 9 ▪︎

Het gezelschap was snel klaar in het eerste dorp.

Ze passeerden langs alle nutsvoorzieningen, van de slager tot de bloemist, en kwamen zelfs de grootste roddeltante van het dorp tegen, maar geen van hen hadden ooit gehoord van de Firvaanse markten en wisten bijgevolg ook niet waar ze die zouden kunnen vinden.

Jamie was degene die het meest aan het woord was. Bij iedere persoon die haar zei dat ze geen idee hadden waar ze het over had, zakten haar mondhoeken een beetje meer naar beneden.

Gwen liet aan iedereen die ze tegenkwamen ijverig de afbeelding van de paddenstoel zien, maar allemaal wierpen ze er enkel een frons op, voor ze met hun hoofd schudden en verder gingen met hun dagelijkse bezigheden. In tegenstelling tot de heks, leek niets het humeur van de prinses om zeep te kunnen helpen. Zelfs als ze af en toe even gepikeerd naar de grond had gekeken, was haar glimlach alweer terug wanneer ze weer opkeek.

Rye hield zich een stukje achter de anderen. 'Om alles goed in het oog te kunnen houden,' zei hij.

Jamie had hem enkel een lome blik gegund, waar Gwendolyn hem net bedankt had voor zijn oplettendheid. Ze miste haar bewakers wel, zei ze, want Rye was toch maar een ukkie in vergelijking met de goed getrainde wachters, maar hij was beter dan niets. Jamie had daar wijselijk niet op geantwoord en slechts onbewust met haar vingers over de punt van haar schede gestreken.

Het was nog geen middag toen ze hun paarden weer uit de stal van de herberg haalden en ze hun tocht verderzetten.

Ze waren alweer een tijdje onderweg, toen Rye van zijn positie achteraan in de groep naar Jamie vooraan in de groep reed. Het gebeurde met het nodige gestuntel waarzonder Rye niet op een paard kon zitten.

Er hing nog steeds een onaangename spanning tussen hen in. Jamie gunde hem geen blik, zelfs niet toen hij naast haar bleef rijden en hij duidelijk haar kant opkeek. Ze liet haar paard wat sneller gaan, zodat ze weer een stukje voor hem uit reed.

Hij haalde haar daarna niet meer in en ze kon hem vanuit haar ooghoek ook niet meer zien.

'Ik kwam een spreukenboek stelen voor mijn hand,' zei hij.

Ze reageerde niet.

'Wat dacht je daarmee te doen dan?' klonk het van Gwendolyns kant. 'Je bent toch geen heks.'

'Ik dacht dat ik het wel kon leren. Er bestaan toch hobbyheksen. Ik dacht dat er misschien wel een spreuk of een middeltje ofzoiets was dat me mijn hand kon teruggeven.'

Jamie snoof. 'Alsof het zo gemakkelijk is.'

'Weet ik veel.'

'Hobbyheksen zijn nog niet eens half zo sterk als volleerde, ingewijde heksen. Een beetje zoals feeën, maar dan met meer regels.' Ze hield onbewust haar pas in, zodat ze Rye nu toch makkelijker aan kon kijken. 'En je bent gek als je denkt dat Astrid boeken in huis heeft over het aangroeien van handen of dergelijke onhekselijke praktijken.'

Rye haalde zijn schouders op. 'Ik kon er gewoon niet mee leven als ik het niet zou proberen.'

Jamie snoof nog een keer. 'Als we je hand hadden kunnen redden dan hadden we dat wel gedaan. Net zoals we Aline wel miraculeus hadden genezen als we dat konden.'

Het bleef even stil. Alleen het hoefgetrappel op de aarde en korte opstootjes van de wind zorgden voor wat geluid in de omgeving.

'Jullie kunnen het wel. Jullie mogen het alleen niet.' Gwendolyn keek Jamie aan met uiterste ernst in haar ogen. Er was nog weinig te zien van de huilende, hopeloze prinses die de jonge heks had gezien die eerste nacht in de winkel.

'Hoe kunnen we weten dat we het kunnen als we het nooit hebben gedaan?' wierp Jamie tegen.

'Omdat jullie het moeten doen met planten en dieren voor jullie je diploma krijgen.'

Schaamteloos keek de heks Gwen met open mond aan.

'Jullie moeten van alle verschillende handelingen laten zien dat jullie het kunnen en dat jullie magie sterk genoeg is. Als een soort inwijdingsritueel, toch?' De prinses wierp haar een kleine, uitdagende grijns toe. 'Zoals ik al zei, Jamie, ik weet meer over jullie heksenorde dan je denkt.'

Jamie sloot haar mond en klemde haar kaken voor enkele tellen op elkaar.

'Maar als jullie het niet mogen, wat heeft het dan voor nut dat jullie het kunnen?' Rye keek met een diepe frons tussen de twee vrouwen heen en weer.

'Dat is geheim,' zei de heks kortaf.

'Omdat alleen de opperheksen de regels mogen schenden en alleen in uiterste nood, maar in principe zou elke heks ooit een opperheks kunnen worden, dus moeten ze het allemaal kunnen.'

Jamie liet haar paard abrupt halt houden en omkeren, zodat de twee anderen ook wel moesten stoppen. Haar handen omklemden de teugels zo hard dat ze haar nagels in haar handpalm voelde prikken. Haar kaken deden inmiddels onophoudelijk pijn van het vele klemmen.

'Uwe Koninklijke Hoogheid, met alle respect, hou uw koninklijke mond dicht over mijn heksenorde. In Nissa's naam, echt waar. U mag denken dat u alles weet, maar u mag niet vergeten dat u het niet beter weet en als ik zeg dat iets geheim is dan is het dat ook.'

Niet dat wat Gwendolyn had gezegd per se fout was, maar het was allemaal zoveel complexer, zoveel eervoller dan haar woorden deden uitschijnen.

'Maar-'

'Nee, niet "maar", als u een kans wil hebben om die paddenstoel voor Hare Koninklijke Hoogheid prinses Aline te vinden, dan moet u mij niet tegenwerken.' Ze schonk de prinses net zo'n kleine, uitdagende grijns als laatstgenoemde haar eerder had toegeworpen. 'Zullen we dan maar weer?'

Gwens ogen schoten nog net geen vuur. Haar neusvleugels wiebelden wat op en neer en ze had haar ogen tot spleetjes geknepen, haar lippen op elkaar geperst. 'Ik mag zeggen wat ik wil, wanneer ik het wil en waar ik het wil en als jij deze reis bewust tegenwerkt dan zeg ik het tegen mijn vader.'

Jamie lachte. 'En dan wat? Dan gaat je vader me verbannen omdat jij weigerde te luisteren?'

Ze wachtte niet meer op antwoord en liet haar paard weer omkeren, zodat ze verder kon rijden. De zon stond al hoog, de vroege middag was al begonnen. Het zou niet zo lang meer mogen duren voor ze het volgende dorp zouden bereiken.

Ze hoorde niets meer van Gwendolyn en Rye en de volgende keer dat ze over haar schouder keek zag ze dat ze een heel stuk achter haar waren gaan rijden. Niet zover dat de heks hen niet meer goed kon zien, maar in ieder geval ver genoeg dat ze hen niet meer kon horen.
Het was beter zo.

Tegen de tijd dat Jamie de herkenbare gekleurde vlaggen in de verte kon ontwaren, hadden Gwen en Rye haar weer ingehaald.

De zoon van de smid bleef achter haar rijden, terwijl de prinses dichterbij kwam. 'Sorry,' mompelde laatstgenoemde nauwelijks hoorbaar.

Jamie keek niet opzij, maar knikte wel, eveneens nauwelijks merkbaar.

Verder bleef het stil, tot ze afstegen aan de rand van het dorp, waar de bomen in huizen begonnen over te vloeien. Het was warmer dan de dag voordien, met een blauwere lucht en aanzienlijk minder wolken. Het dorp waarbij ze aan waren beland leek groter te zijn dan het vorige.

'Misschien moeten we opsplitsen,' zei Rye, terwijl hij richting de huizen keek. 'Ik kan de prinses wel beschermen en jij jezelf, dus prima deal.'

Jamie trok haar wenkbrauwen op. 'Volgens mij kan jij niemand beschermen behalve jezelf en je hebt me nog niet geleerd hoe ik met een zwaard moet vechten.'

De jongeman grijnsde scheef. 'Gewoon zwaaien en hakken. Wij doen de linkerkant, jij de rechter en dan zien we elkaar straks weer hier.' Hij stak zijn hand uit naar Gwendolyn, die deze afsloeg, maar hem toch volgde toen hij richting het dorp begon te wandelen.

De heks beet op haar tong om haar kaken wat te sparen en slikte met moeite alle beledigingen in die al op haar tongpunt rustten.

Ze deed dingen graag alleen en op haar eigen manier, maar het irriteerde haar meer dan ze wilde toegeven dat Gwen er geen probleem van maakte dat Rye haar rondcommandeerde. Hij hoorde er niet eens bij te zijn, dit was hun missie, niet die van hem en toch liet de prinses hem doen.

Terwijl ze het dorp inliep - rechts, zoals die vervelende dief gezegd had -, schoof ze haar zwaard een paar keer uit en in de schede, om het wat beter aan te leren voelen. Gewoon zwaaien en hakken. Zo moeilijk kon het toch niet zijn. Bovendien moest ze maar hopen dat ze het niet nodig zou hebben.

De eerste openbare plaats die ze tegenkwam was een kleermaker.

Ze opende de deur met wat moeite - hij klemde door de regen van die nacht - en werd meteen overvallen door stapels aan kleurrijke stoffen, linten en prulletjes die moesten doorgaan voor tierlantijntjes. Misschien was vandaag wel haar geluksdag. Die stoffen leken niet van hier in de buurt te komen.

Ze liet haar vingers langs het rode satijn en het blauwe suède glijden. Ze kende er misschien niet veel van, maar het was kwaliteit - zeker geschikt voor de koninklijke familie.

'Kan ik u helpen?'

Jamie verschoot, zette een stap naar achter en botste in het proces tegen een kast met knopen waartegen ze haar hoofd stootte.

Met haar hand tegen de pijnlijke plek op haar achterhoofd, draaide ze zich om naar de al wat oudere man die achteraan de kleine ruimte was verschenen. Hij was klein en blokkig van gestalte. Zijn witte haren lagen plat op zijn hoofd en aan de uiteinden, onder zijn kin, gingen ze twee kanten op.

'Hebt u assistentie nodig?' vroeg de man nog een keer.

Ze glimlachte zo lief mogelijk en gebaarde naar de stoffen. 'Waar haalt u uw materialen vandaan, als ik vragen mag?'

De man begon bijna te stralen toen hij haar vraag hoorde en liep dichter naar haar toe. Hij trippelde met zijn vingers langs het rode satijn en tilde de rol vervolgens op om het als een pronkstuk uit te spreiden over zijn tafel.

Er was weinig plaats om te staan en te lopen in de kleine ruimte, maar de man leek zelfs zonder goed te kijken te weten waar hij precies door kon en waar niet. Hij struikelde niet één keer over een doos met fantasieën en bewoog behendig langs de stapels stof, zelf al werd zijn zicht belemmerd door de grote rol satijn.

'Het is heel buitengewoon, nauwelijks te vinden hier in de buurt. Je moet ervoor naar het zuiden.' De man trippelde weer over het satijn met zijn vingers, terwijl zijn andere hand al naar zijn schaar greep. 'Ik heb ze van een Firvaanse markt, die hebben zoveel mooie stoffen die ze hier in het Grenz-gebied anders nooit zouden zien.'

Jamie knikte instemmend. 'De Firvaanse markten hebben zoveel dat we anders op sommige plaatsen in Xandrië nooit zouden zien.'

Haar mondhoeken krulden wat omhoog toen ze terugdacht aan de kleren die ze zelf gekocht had de laatste keer dat ze een Firvaanse markt was tegengekomen. Het was een tuniek geweest met oosterse invloeden, gemaakt van mooie donkeroranje zijde met bronzen accenten. Het was lager uitgesneden geweest dan alle andere kleren die ze had en de mouwen waren wijd en zo lang dat ze tot de helft van haar handen kwamen. Het hing nog steeds in haar kleerkast thuis, wachtend tot ze ooit eens een gelegenheid had om het te dragen.

'U hebt er al ooit één gezien?' vroeg de man, zichtbaar verheugd.

Ze knikte. 'Een paar jaar geleden. Dat is eigenlijk ook waarom ik hier ben... mijn gezelschap is op zoek naar de Xandrische Firvaanse markt, maar zoals u ook wel weet is het niet zo gemakkelijk om de locatie te vinden.'

'Dus u vraagt zich af of ik u kan zeggen waar hij is op dit moment?'

Ze knikte nog een keer.

De man schudde met zijn hoofd. 'Het spijt me heel erg, maar ik heb geen idee. Ik krijg maar twee keer per jaar een bericht binnen over de locatie en dat is helaas niet nu.'

Jamies mondhoeken zakten meteen weer naar beneden. Ze was zó dichtbij geweest. Toch duwde ze haar mondhoeken weer een beetje omhoog. 'Toch bedankt en u hebt echt heel mooie stoffen. Ik hoop dat u er nog heel veel goede kleren van kan maken.'

De man knikte dankbaar en nam haar even in zich op. Vervolgens stak hij zijn hand op, als om haar tegen te houden, en verdween hij achterin ergens de hoek om. 'Wacht even, wacht even!' hoorde de heks hem nog roepen, gevolgd door een hoop gerommel.

Niet veel later kwam de kleermaker de winkel weer in met een dikke donkergroene mantel in zijn armen. Hij stak hem naar haar uit en hield hem voor haar open.

Pas van dichtbij kon ze de details zien. Op het grootste deel van de mantel waren met een nog donkerder groene draad bloemen geborduurd, bij de randen waren deze bloemen van zilverdraad gemaakt. De binnenkant was bekleed met warme wol en er zat zelfs een kap aan die tegen alle soorten weer bestand leek te zijn.

Ze tilde de stof een stukje op om met haar vinger een bloem te kunnen traceren. Het werk was met uiterste precisie gedaan.

'Als u hem wil mag u hem hebben,' glimlachte de man trots. 'Ik kan zien dat u het waardeert, dat u aangetrokken wordt tot die vreemde dingen die niet horen bij uw geboorteplaats. Er is niets wat ik zo bewonder als mensen die houden van avontuur en het buitengewone.'

Jamie trok haar hand terug. 'Dat kan ik echt niet aannemen. Ik heb nooit genoeg geld om zo'n vakwerk te betalen.'

'Neem hem mee, gewoon, omdat het kan. Niemand in dit dorp wil hem hebben en ik denk dat hij misschien op een paar millimeters na uw maat is.' De man wierp haar een bemoedigende lach toe en bleef de mantel naar haar uitsteken.

Ze had al een zwaard gekregen. Zomaar. Voor niets. Ze kon niet ook nog eens een mantel aannemen, ook al was hij zo mooi, ook al zag hij er heerlijk warm uit en zou het weer alleen maar kouder worden.

'We kunnen ruilen,' stelde ze voor. 'Ik kan zien aan uw ogen dat uw zicht achteruit gaat. Ik kan u er een zalfje voor geven.'

Zijn ogen lichtten op. 'O, een heks, interessant.' Hij lachte even en schudde zijn hoofd. 'Ik hoef geen zalfje voor mijn ogen. We hebben ook een plaatselijke heks hier, moest het echt nodig zijn. Ik word ouder, aftakelen hoort bij het leven. Neem de mantel aan, meisje, alsjeblieft. Het gaat nog koud worden als je nog verder op zoek moet naar de Firvaanse markt.'

Even bolde ze haar wangen op. Vervolgens nam ze de mantel van hem over en sloeg ze hem over haar schouders. Het was zwaarder dan ze had verwacht, maar niet oncomfortabel. Het zat als gegoten, zoals de kleermaker al had voorspeld.

'Prachtig.' De man knikte tevreden en begon alweer richting de achterkant van de ruimte te wandelen. 'Veel succes nog met uw reis!'

Jamie bedankte hem, overwoog even de mantel weer uit te doen en alsnog achter te laten en verliet toen toch de winkel met het kledingstuk nog om. Hij was warm, perfect voor het regen- en sneeuwweer dat eraan zat te komen.

Ze liet haar handen in de zakken glijden en voelde ook daar weer wol, wol en...

Ze trok de binnenkant van de zak naar buiten om het stukje stof dat als labeltje diende te kunnen lezen.

Jennifer

Haar hart sloeg een slag over. Ze draaide zich weer om naar de winkel, van plan om weer naar binnen te stappen en ernaar te vragen, maar ze bewoog niet.

De man stak zijn hand naar haar op met een verstrooide glimlach toen hij haar door het raam naar binnen zag kijken.

Het was toeval, dat moest wel, ook al was één van de eerste dingen die een heks leerde dat toeval niet bestaat in een wereld met magie.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top