▪︎ 17 ▪︎

Jamie had opnieuw amper een oog dicht gedaan. Het had lang geduurd voor Gwen in slaap was gevallen, met haar hoofd tegen Jamies nek en haar armen om haar heen geslagen. De heks had niet bijzonder goed gelegen, maar wilde de prinses ook niet wakker maken voor wat meer comfort.

Toen het tweetal die ochtend - allebei met wallen onder hun ogen - de gelagkamer van de herberg in kwam, zagen ze Zee aan een tafeltje in de hoek zitten. Rye was nog nergens te bekennen.

'We kunnen bij hem gaan zitten,' zei Gwendolyn met een blik op Jamie naast haar.

'Nee bedankt.'

Toen Zee hen zag staan, zwaaide hij vrolijk en gebaarde hij naar de lege plaatsen naast en tegenover hem.

'We gaan bij hem zitten,' besloot de prinses toen op een toon die geen protest duldde. Ze pakte Jamies pols beet en trok haar mee naar de tafel van de fee.

'Goedemorgen,' zei ze met een beleefde glimlach.

De heks mompelde ongeveer hetzelfde.

Zee wierp laatstgenoemde een onheilspellende grijns toe, voor hij Gwen een glimlach schonk. 'Goed geslapen?'

'Als een roosje,' beaamde de prinses.

Jamie gaapte en sloot het gesprek van het tweetal buiten. Ze wenkte iemand om hen eten en koffie te komen brengen en legde vervolgens haar ellebogen op tafel en haar hoofd in haar handen.

Als het een beetje meezat kon ze vanavond weer in haar eigen bed slapen, morgen weer in de winkel staan en boeken lezen op ieder vrij moment. Ze sloot haar ogen en ging in gedachten de boeken langs die ze gekocht had op de markt gisteren. Er was een boek bij over de geschiedenis van het koningshuis, daar zou ze mee beginnen.

Ze werd weer wakker geschud door het rinkelen van het servies op de tafel. Er stond een omelet voor haar neus en een kop met sterke zwarte koffie. Ze knikte naar de persoon die het had gebracht en beantwoordde Gwens schattige glimlachje met een zelfde kleine lach.

'Jij wel slecht geslapen, heks?' vroeg Zee geamuseerd, terwijl hij toekeek hoe ze de helft van haar dampende kop koffie in één keer naar binnen werkte. Dat ze haar tong erbij verbrandde was bijzaak.

Jamie haalde haar schouders op. 'Slecht is relatief.'

'Ik ga wandelen zometeen, als je zin hebt om mee te gaan... misschien doet de frisse lucht je goed.' De twinkeling in zijn ogen stond de heks niet aan.

'Waarom zou ik in Nissa's naam met jou willen gaan wandelen?'

Zee haalde zijn schouders op. 'Omdat ik je dan nog wat feeënmagie kan laten zien die je nog nooit eerder gezien hebt.'

Jamie trok haar wenkbrauwen op. 'Als je me wil vermoorden kan je dat ook gewoon zeggen, fee. Bespaart ons allemaal een hele hoop moeite.'

Gwendolyn verslikte zich in haar koffie en hoestte het uit, terwijl de fee grinnikte.

'Als ik je wilde vermoorden had ik dat al lang gedaan. Geen zorgen.'

'Wat haal jij er dan uit?'

'Niks. Ik ben gewoon altijd al alleen, dus kan ik toch wel eens iemand meevragen om niet alleen te moeten zijn.' Zee haalde nog eens zijn schouders op. 'Het hoeft ook niet. Het was maar een vraag.'

Jamie voelde Gwens voet zacht tegen haar enkel schoppen. Toen ze haar aankeek, kon de heks goed zien dat de prinses wilde dat ze instemde. Het kan toch geen kwaad, leken haar ogen te zeggen.

'Als jij meegaat met Zee kunnen Rye en ik de markt nog eens langs. Misschien hebben we nog wel iets over het hoofd gezien gisterenavond.'

Jamie trok haar mond al open, maar Gwendolyn was nog niet uitgepraat.

'Ik denk dat Zee wel gelijk heeft dat het je goed zou doen.'

Luidop zeggen dat ze de fee gewoonweg niet vertrouwde, leek de heks geen goed idee, en ze had altijd haar magie nog om zich mee te beschermen, dus knikte ze met tegenzin. 'Prima dan. Ik ga wel mee.' Ze schonk Zee een allesbehalve oprechte glimlach, voor ze weer naar Gwen keek. 'Maar bij Rye blijven, niet alleen gaan rondtrekken.'

'Ja, mama,' zei de prinses, terwijl ze plagend met haar ogen rolde.

Jamie gaf haar onderbeen een duw met haar voet. Gwendolyn lachte beheerst. De heks moest het haar wel nageven, ze kon haar negatieve emoties goed afschermen van de buitenwereld.

Na het ontbijt ging de prinses weer naar boven, om Rye te gaan halen. Jamie voelde zich er niet goed bij om haar hier achter te laten.

'Ze kan zichzelf best redden,' zei Zee met een vriendelijke glimlach, of toch iets wat ervoor door moest gaan. 'En het wordt ook geen lange wandeling, beloofd, dan kunnen jullie snel weer verder.'

'Ik mag je niet,' deelde Jamie eentonig mee, terwijl ze opstond van haar stoel.

'Dat weet ik.'

De fee opende de deur voor haar en maakte er met een scheve grijns een kleine buiging bij. 'Na u.'

De heks vroeg zich af of ze die grijns van zijn gezicht mocht slaan als ze alleen waren in het bos.

'Waar wil je heen?'

'Die richting?' Zee wees met zijn armen gekruist zowel naar het oosten als het westen. Hij keek naar links en naar rechts en dan weer naar links. 'Die richting. Daar krijg ik de beste vibes van.'

'Vibes?'

'Vibes.'

Zee zwaaide naar iemand die Jamie niet kon zien, voor hij in de richting begon te wandelen die hij aangewezen had.

Ze liepen in uiterste stilte langs de huizen tot ze aan de stadsmuur kwamen. Daar gingen ze de poort door, zij aan zij, en begaven ze zich naar het bos.

Het was koud, zelfs met Jamies nieuwe mantel om haar warm te houden. Ze overwoog even een vlam aan te steken om haar handen mee warm te houden, maar schoof ze uiteindelijk in haar zakken. Ze wilde niet nog een uitbarsting riskeren.

De bomen staken bladerloos en hoog boven hen uit. De heks probeerde zich voor te stellen hoe het er hier uit zou zien in de lente en de zomer. Al het groen, de bloemen, geen ijs, geen rijm, geen bergen aan krakende bladeren.

Ze liepen een heel stuk het bos in. Jamie deed haar best de weg zo goed mogelijk in haar geheugen te prenten, voor het geval dat.

Zee plukte af en toe een takje van de grond, die hij vervolgens in brand stak en gebruikte om mee rond te zwaaien en te draaien.

'Waarom doe je dat de hele tijd?'

'Wat?'

'Takjes in brand steken.'

Zee haalde zijn schouders op. 'Het is een gewoonte.' Hij grijnsde. 'Zou je het leuker vinden als ik iets anders in brand zou steken?'

Jamie rolde met haar ogen. 'Doe wat je niet laten kan.'

Des te dieper ze het bos in gingen, des te ongemakkelijker ze zich begon te voelen. Ze had wat afstand tussen haar en Zee in gelaten en prulde met haar hand non-stop aan het label in de zak van haar mantel. Ze durfde haar blik niet te lang op de grond of de omgeving te houden. Als de fee iets zou gaan uithalen wilde ze dat gezien hebben.

'Weet je, Jamie- zo heet je toch?'

Ze knikte argwanend.

Zee stopte met wandelen, dus deed zij hetzelfde. Er zat nog anderhalve meter tussen hen in, maar de fee maakte er een halve meter minder van.

'Ik had niet verwacht dat je me tot hier zou zijn gevolgd.' Hij glimlachte. 'Ik had eerlijk gezegd gedacht dat ik iets meer moeite zou moeten doen. Niet dat ik klaag. Je bent bijzonder gezellig gezelschap.'

Jamie trok haar wenkbrauwen op en maakte onwillekeurig de afstand weer groter.

'Ben je in een verroeste spijker gaan staan ofzo? Ben je aan het hallucineren?'

Zee lachte. Van het ene op het andere moment stond hij niet meer voor haar maar naast haar en had hij zijn arm over haar schouder geslagen met het brandende takje bungelend vlak voor haar neus.

'Handig toch, geen regels hebben voor het gebruik van je magie,' merkte hij op.

Jamie wilde haar hoofd draaien zodat ze hem aan kon kijken, maar de vlam zat zo dichtbij haar ogen dat ze het niet durfde. Ze draaide met haar hand, maar de vlam verdween niet.

'Mag die vlam voor mijn gezicht uit, dank je wel.'

'Nee, ik denk dat hij daar wel goed hangt.' Ze kon de grijns van Zees stem horen afdruipen.

Een rilling trok door haar ruggengraat.

Ze wilde een stap opzij zetten, maar de fee pakte haar pols beet en draaide hem op haar rug. De vlam hing nog dichter bij haar gezicht nu. Ze durfde niets te doen, hij zou altijd sneller zijn.

Ze draaide nog een keer met haar hand, maar opnieuw gebeurde er niets. Ze reikte naar binnen met alles wat ze had. Ze sloot haar ogen. Ze klemde haar kaken op elkaar. Er gebeurde helemaal niets.

Haar lichaam voelde leeg. Te leeg.

'Ik weet wat je aan het proberen bent, heks. Ik vind het wel grappig. Het is je eigen schuld, weet je. Eigenlijk die van Gwendolyn. De prinses, toch?'

Natuurlijk wist hij het. Natuurlijk. Jamie kon zichzelf wel voor het hoofd slaan - als die vlam niet in de weg had gezeten.

'Wat is mijn eigen schuld?' Ze was bijzonder trots dat haar stem niet oversloeg.

'Dat je magie niet werkt, Jamietje.'

Wanneer was de laatste keer dat ze het gebruikt had? In het bos, bij zijn huis? In de stal met Gwen hadden haar ogen nog gevlamd, toen werkte het nog. Wat was er daarna gebeurd?

'Ik heb wel iets meer informatie nodig dan dat.'

Zee lachte en liet haar hand los. Ze wilde zeggen dat dat een grote fout was, maar toen ze hem nog steeds niet vrij kon bewegen, duwde ze haar tanden weer op elkaar.

Voor ze het wist had de fee haar polsen aan elkaar gebonden met onzichtbare magie en stond hij weer voor haar neus met het brandende takje nog steeds tussen twee vingers geklemd.

Jamie zette een paar stappen achteruit. Hij hield haar niet tegen.

Als ze wist wat haar magie blokkeerde kon ze het oplossen. Ze moest weer bij Gwen en Rye zien te geraken. Snel.

'Wat is je plan?' vroeg ze, stabieler dan ze zich voelde.

Ze kon niet nadenken. De frisse lucht voelde als een mes dat in haar longen sneed en de lege takken van de bomen en struiken leken kooien gemaakt om haar in het bos te houden.

'Jou bezighouden, dat is alles.' Zee ging op een grote gevallen tak zitten. 'Ik had je ook gewoon met rust kunnen laten, maar ik kon niet riskeren dat je toch je magie weer terug zou krijgen voor mijn partner klaar is met de prinses. Wat zou die smid ervan denken als hij ook zijn andere hand nog zou verliezen?'

'Feeën,' gromde Jamie. 'Onbetrouwbare klootzakken.'

Zee bolde zijn lippen op, terwijl hij traag knikte. 'Dat zijn we zeker,' grijnsde hij. 'Maar wat kan ik zeggen, wie zegt er nu nee tegen een mooi prijsje? Veel heb ik er niet voor moeten doen.'

'Ik ben er zeker van dat de prinses je dubbel de prijs zal betalen als je ervoor zorgt dat je partner niet doet wat hij van plan is.'

'Zij, niet hij.'

Jamie klemde haar kaken nog wat meer op elkaar. 'Laat Gwen gaan, alsjeblieft, ga haar helpen.' Ze moest bijna kokhalzen van haar eigen smekende toon, maar ze zette door. 'Driedubbel de prijs. Een riddertitel. Officiële functies aan het hof. Noem je prijs en je zal het wel krijgen.'

De fee grinnikte spottend. 'Jij kan me zo'n dingen niet beloven, heks, dat kan alleen de prinses zelf en... die is nu misschien al,' hij gleed met zijn duim langs zijn keel, 'gesneuveld.'

'Als ik straks los ben en zij niet meer leeft dan zweer ik dat je al om je eigen koningin gaat janken voor ik klaar met je ben.'

'Veel succes met ontdekken wat je magie blokkeert.' Zee gooide zijn takje weg en pakte een blaadje op. Ook dat liet hij in brand vliegen.

Jamie voelde zich belachelijk hulpeloos zonder haar magie. Hij kon alles doen wat hij wilde en hij zou altijd de bovenhand hebben. Wat was er anders sinds gisteren? Wat had ze gedaan, wat had Gwen gedaan dat haar magie kon hebben geblokkeerd?

Ze beet op haar bovenlip. Ze hadden gekust, maar dat kon het niet zijn. Tenzij iemand op één of andere manier iets op haar lippen gesmeerd had, maar die optie viel wel buiten te sluiten. Eerder had de prinses haar boeken gekocht en... het armbandje.

Jamie vloekte binnensmonds. De verkoopster had zelf nog gezegd dat ze al van het slapend doodskruid gehoord had. Waarom had ze het niet verder uitgezocht?

Zee keek op. 'Is er iets?' grijnsde hij.

De heks keek hem met haar dodelijkste blik aan en schudde ondertussen zo subtiel mogelijk met haar arm in een poging het armbandje onder haar mouw vandaan te krijgen. Ze moest het bij haar hand krijgen, ze moest het los krijgen.

Haar handen zaten te dicht bij elkaar.

Ze prevelde een schietgebedje naar Nissa en zonk vervolgens neer op haar knieën. De herinnering aan de takken die haar knieschijven de vorige keer open hadden gehaald schoot in gedachten voorbij. Ze boog haar hoofd. 'Ik zal doen wat je dan ook maar wilt dat ik doe, als je me losmaakt.'

Zee richtte zijn hoofd verbaasd op. Hij gooide zijn blaadje neer, pakte opnieuw een takje en gooide dat ook meteen weer de grond op. Hij stond op.

Voor wat een eeuwigheid leek bleef hij zwijgend voor haar staan. Hij tilde zijn voet een paar keer op en Jamie kromp elke keer een beetje in elkaar.

'Denk je dat mijn partner me zal laten leven als ik haar verraad?'

'Het is vier tegen één, ik denk dat dat niet uitmaakt.'

'Hoe weet ik dat jij me niet gaat verraden? Je bent nog steeds een heks.'

'Ik zweer het in Nissa's naam.'

'Niet goed genoeg.'

'Ik zweer het op het leven van mijn mentor.'

'En wie is je mentor?'

Jamie keek op.

Zee leek er verveeld uit te willen zien, maar slaagde er niet in. Zijn paarse ogen keken haar gretig en nieuwsgierig aan.

'Astrid, de hoogste heks van Xandrië.'

De fee leek onder de indruk. Toch iets dat hij nog niet wist. Ondanks de situatie voelde de heks een golf van trots door haar heen gaan. Astrid was haar mentor, dat betekende wel iets.

'Goed dan, maar je doet álles wat ik van je vraag. En ik wil nog steeds dat geld van de prinses.'

Jamie negeerde het misselijke gevoel in haar maag en de ijzersmaak in haar mond en knikte. 'Álles, op voorwaarde dat prinses Gwendolyn nog leeft.'

Zee likte langs zijn lippen en hielp haar vervolgens recht. 'Afgesproken.'

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top