▪︎ 14 ▪︎
Zeggen dat Jamie een heel bos in brand kon steken zou nog een lichte verwoording zijn.
Ze had er in haar blinde woede totaal geen idee van waar ze naartoe aan het stappen was. Ze zag het pad, de takken en bladeren, ze zag de slak waar ze net niet op ging staan en de paddenstoelen die ze zorgvuldig ontweek. Ze zag de huizen weer verschijnen, het marktplein, de herberg, de paarden.
Ze liet haar handen langs het zadel van haar grijze merrie glijden, zette haar voet in de stijgbeugel, maar klom niet verder in het zadel.
Vloekend met enkel vage klanken bonkte ze met haar vuist tegen het houten tussenstuk dat haar paard van dat van Rye scheidde. Ze stond weer met beide voeten op de grond.
Ze wilde vertrekken. Ze wilde weer terug naar de hoofdstad gaan en doen alsof dit allemaal nooit gebeurd was. Wat had ze hier eigenlijk te zoeken?
Haar geweten hield haar tegen. Ze had gezegd dat ze de prinses naar de Firvaanse markt zou brengen. Er werd van haar verwacht dat ze haar ook veilig weer thuis bracht. Een stomme fee mocht dat niet in de weg staan.
Ze sloeg nog een keer tegen het hout, iets zachter deze keer. Haar hand liet ze liggen en haar hoofd legde ze er bovenop.
Ze probeerde haar ademhaling en hart te kalmeren. Ze wilde dat haar hoofd niet meer zo mistig was en ze weer goed kon nadenken. Het lukte niet. Dat frustreerde haar alleen nog maar meer.
'Jamie?' Gwens stem klonk zacht, bijna alsof ze het van mijlenver zei.
'Met alle respect, Uwe Koninklijke Hoogheid, ga weg.' Ze vond het verschrikkelijk dat het er als een sneltrein en niet toonvast uitkwam.
'Jamie...'
'Stop met mijn naam zo te zeggen.' Ze tilde haar hoofd van haar hand en draaide zich om, zodat ze de prinses kon aankijken.
Ze veegde te traag met haar mouw langs haar ogen en haalde haar vingers vervolgens door haar haar, om er mee bezig te blijven.
Gwendolyn stond bij de stalingang, langzaam aaiend over de rug van de grijze merrie. Ze had het lef om enigszins bezorgd te kijken.
'Schieten je ogen altijd letterlijk vuur als je boos bent?' Het klonk als een oprechte vraag.
De heks ging nog eens met haar mouw langs haar ogen, terwijl ze met haar hoofd schudde.
'Ik dacht dat u zoveel wist over heksen.'
Gwen hield haar hand stil op de rug van het paard, terwijl ze Jamies blik bedenkelijk vasthield. 'Ik weet veel over heksen, maar niet alles.'
'Zoals wat er gaande is tussen heksen en feeën.' De heks kruiste haar armen voor haar borst en leunde met haar rug tegen de stalmuur aan.
'Als je een verontschuldiging wil voor het duwen kan je nog lang blijven wachten.' De prinses haalde haar hand van het paard weg en zette een stapje naar achter. 'Ik wil mijn zus redden, kostte wat het kost. Jouw eer en ego is wel het laatste waar ik mee in mijn hoofd zit.'
Jamies ogen begonnen hoe langer hoe meer te prikken. Ze wou dat het tranen waren. Dat zou zoveel minder pijn doen. Maar ze kon nu beter niet gaan huilen, dat zou het alleen maar erger maken.
Ze bleef prinses Gwendolyn aankijken, deed er toch haar best voor. Haar handen had ze tot vuisten gebald en haar schouders waren opgespannen.
Hoe kon ze het beste zeggen dat de prinses moest opflikkeren zonder dat het er agressief uit zou komen?
De heks draaide zich uiteindelijk om zonder nog iets te zeggen. Gwen was duidelijk geweest. Het leven van haar zus boven Jamies eer en ego, en dat viel helaas nog te begrijpen ook.
Ze mompelde nog wat vloekwoorden terwijl ze haar handen op de houten achtermuur legde en ze haar hoofd tussen haar armen naar beneden boog. Ze sloot haar ogen, hield ze dicht. Ze hadden even goed met vergif ingesmeerd kunnen zijn, zo erg prikten ze.
De vlaag van woede had inmiddels haar lichaam verlaten en plaats gemaakt voor een golf van misselijkheid, gemengd met een sprankeltje spijt en schaamte.
Als ze zich over haar vooroordelen en principes heen had gezet had ze uit zichzelf kunnen knielen. Hoe erg was dat nu eigenlijk? Beslist minder beschamend dan geduwd worden - dat bovendien niet zien aankomen - en alsnog moeten knielen.
Ze had sterker moeten zijn dan dat. Ze had moeten laten zien dat ze beter was dan de fee, moraal gewijs, en dat ze ook alles zou doen voor het koninkrijk.
Ze zou niet alles doen voor het koninkrijk.
Maakte dat haar een verrader?
'Jamie,' klonk het opnieuw, zacht, zoals de eerste keer. Het was raar om Gwens normaal zo luide stem op zo'n lage toon te horen.
Ze had verwacht - gehoopt - dat de prinses nu wel weg zou zijn gegaan. Ze wilde helemaal niet dat ze haar zo onstabiel zag. Ook al was het daar nu toch al te laat voor.
Toen de heks een hand op haar schouder voelde, verstijfde ze. Ze rechtte haar rug weer, hief haar hoofd op en haalde haar handen van de muur.
Het prikken van haar ogen was nog aanwezig op de achtergrond, maar het deed lang niet zo vervelend meer als voorheen. Binnen een paar minuten zou het allemaal weer normaal zijn en zou ze weer terug kunnen naar haar perfect magieloze staat. Het was op momenten als deze dat Jamie zich afvroeg waarom ze überhaupt ooit een heks had willen worden.
Toen ze prinses Gwendolyn aankeek, werden er geen woorden gewisseld. Ze stonden daar maar gewoon, met Gwens hand op Jamies schouder en hun blikken op elkaar gericht.
De heks overwoog de hand van haar schouder te duwen. Ze wist niet wat ze ervan moest denken. Gwen stond weer zo dichtbij dat Jamie met haar vingers makkelijk over haar wang kon strijken.
Ze was nog steeds boos. Over het duwen. En het bijna kussen. En het beslissen dat ze een paddenstoel zouden gaan zoeken die waarschijnlijk niet eens bestond.
Pas toen Jamies ogen helemaal gestopt waren met vlammen, krulden Gwendolyns mondhoeken een stukje omhoog en zei ze: 'Je hebt echt heel mooie ogen.'
De heks schudde vol ongeloof met haar hoofd. Ze wilde wegstappen, achteruit, zodat er wat meer afstand tussen hen in zou zitten, maar er was al zo goed als geen plaats meer over tussen haar rug en de muur.
Ze keek twee tellen naar de grond voor ze weer in Gwens blauwe ogen keek. Haar wangen waren lichtroze geworden, niet echt knalrood, maar donker genoeg om opgemerkt te worden.
In dat moment wist Jamie heel zeker dat ze niet harder meer kon vallen.
Haar handen wilde ze zo graag rond Gwendolyns middel leggen. Ze wilde haar nek kussen en haar voorhoofd tegen het hare leggen. Ze wilde vanalles doen en vanalles zeggen en vanalles vragen dat ze niet meer durfde. Eén keer afgewezen worden was al erg genoeg.
En ze was nog steeds boos. Het was een klein stemmetje dat het zei in haar hoofd, nauwelijks merkbaar. Ze geloofde zelf al niet meer dat het waar was.
'Ik wil niet meer horen dat ik perfect ben of dat ik mooie ogen heb.' Nog een andere opmerking passeerde haar gedachten maar die herhaalde ze niet luidop. 'We zijn geen vrienden, Gwen, we zijn niets meer dan een prinses en een heks met een missie.'
Gwendolyn glimlachte klein, alsof ze iets gehoord had dat volledig aan Jamie voorbij was gegaan. Haar mondhoeken zakten weer naar beneden toen ze knikte en haar hand eindelijk van Jamies schouder haalde, maar het zag er niet echt uit alsof ze teleurgesteld of aangedaan was.
'Bedankt dat je ten minste doet alsof het je iets kan schelen.'
De prinses grinnikte. 'Sorry. Ik denk niet dat iemand die niet om me geeft me ooit Gwen heeft genoemd. Ik wil er wel boos om worden, want je hoort het niet te zeggen, maar...' Ze haalde haar schouders op en de lichtroze blos van eerder verscheen weer op haar wangen.
Jamie fronste. Dacht na. Bloosde. 'Ik heb helemaal geen- ik- nee- sorry, Gwendolyn- Uwe Hoogheid.' Ze fronste nog een beetje meer.
'Sorry dat ik je geduwd heb. Niet dat ik het niet opnieuw zou doen. Alhoewel. Misschien zou ik iets minder hard duwen.' De prinses bukte, zodat ze zelf bijna knielde, en bestudeerde Jamies knieën. 'Doet het pijn?'
Er zat kortsluiting in Jamies brein, die ergens ontstaan was tussen de 'Gwen' en de lach van Gwendolyn die daarop volgde.
'Het zijn maar schaafwonden,' antwoordde ze op automatische piloot. 'Als ik jou ook mag duwen zijn we weer even.'
De prinses schudde met haar hoofd, grijnzend. 'Dacht het niet. Niet vergeten dat ik straks misschien aan het hoofd van dit koninkrijk sta. Je gaat de toekomstige koningin toch niet doen knielen?'
Jamie vroeg zich af wat voorbijgangers zouden denken als ze de stallen passeerden. Zouden ze zich realiseren dat het echt de prinses was die hier stond of zouden ze te druk zijn met hun bezigheden om hen zelfs maar op te merken?
'Waarom wil je geen koningin worden?'
Gwendolyn bleef een tijdje stil, nog steeds gehurkt met haar gezicht gericht op Jamies knieën. Ze drukte haar lippen voor een tel op de lichtelijk gescheurde broekspijp die haar geschaafde knieschijf bedekte.
Het prikte een beetje, maar dat kon de heks niet schelen. Ze wilde weten hoe Gwens lippen op haar huid zouden voelen.
De prinses kwam weer recht, elegant als altijd, zodat ze opnieuw met driekwart van haar hoofd boven Jamie uit stak.
'Als ik koningin word, dan moet ik trouwen met de prins die nu beloofd is aan Aline en dan moet ik wel kinderen hebben en ik wil helemaal geen kinderen en ik wil ook helemaal niet trouwen met een prins - of een prinses. Prinsessen zijn arrogant. Ik spreek uit ervaring.' Ze grijnsde klein. Daarna veranderde haar uitdrukking in een weemoedige glimlach. 'En de mogelijkheid dat ik koningin word weerhoud me er nu ook van te doen wat ik wil doen.'
'Wat wil je doen?'
'Niets waar jij je hoofd over moet breken.'
Jamie trok haar wenkbrauwen op, maar meer leek Gwendolyn niet te gaan zeggen.
De heks draaide zich naar haar paard. 'Dus, waar is de Firvaanse markt?'
'Zee gaat ons meenemen.'
'De fee?'
De prinses knikte en schonk Jamie haar allerliefste lach. 'Alsjeblieft?'
Jamie kon niet eens meer doen alsof ze ooit nog nee zou kunnen zeggen tegen die smekende blik.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top