▪︎ 1 ▪︎

'Ik kan je alles geven wat je wil, Astrid! Álles! Je moet me helpen!'

Het was niet zo dat de muren van Jamies huis geweldig goed geïsoleerd waren, maar in de achttien jaar waarin ze hier gewoond had, was er nog nooit een klant binnengekomen met zo'n luide stem.

Het was al bijna middernacht. Het stompje kaars op haar tafel was al bijna opgebrand. Ze zat nog gebogen over een boek over alternatieve geneeswijzen met drankjes die subtiele magie bevatten in plaats van heel aanwezige - dat zou beter zijn voor het lichaam en efficiënter werken, maar Jamie had er nog geen oordeel over.

'Astrid, ik ga je niet op mijn knieën smeken om je hulp. Ik ben een prinses van Xandrië en jij bent maar gewoon een heks. Je moet naar me luisteren. Je moet me helpen.'

Jamie beet op haar tong, terwijl haar mondhoeken omhoog krulden. Een prinses dus. Hoe dan ook sprak niemand zo tegen Astrid, niemand die waarde hechtte aan zijn ego en waardigheid.

Ze sloeg een pagina van haar boek om. Haar vingers streken langs het dikke papier, gleden af en toe langs een scheur of een afgeknabbeld hoekje. Ze volgde met haar wijsvinger de woorden die ze las, maar ze drongen niet door in haar hersenen. Haar vroegere mentor was beneden een ongetwijfeld verwende prinses aan het afwimpelen en dat wilde ze dolgraag zien.

Voor een paar eeuwigdurende tellen staarde ze voor zich uit. Ze zat hier nu nog comfortabel op een stoel in kleermakerszit, met uitzicht op de sterren en een best interessant boek voor zich. Als ze naar beneden ging, of op de trap zou gaan zitten, zou ze commentaar kunnen krijgen van Astrid dat ze aan het luistervinken was.

Jamie liet zich van haar stoel glijden en schoof een paar sokken over haar voeten. Ze was een gecertificeerde heks, geen leerling meer. Ze werkte hier voltijds, ze was een volwassene met gezag, dus het was geen luistervinken, dat vergat ze zelfs na drie jaar nog. Bovendien kon ze toch al een deel van de conversatie in haar slaapkamer volgen, dan mocht ze ook de andere helft wel horen.

Waarom ze alsnog over de vloer sloop, de deur heel zacht opende en op de tippen van haar tenen naar de trapleuning liep, was voor haar een raadsel. Ze wilde gewoon geen risico's nemen, hield ze zich voor.

'Ik heb het je nu al drie keer gezegd, Gwendolyn, ik kan met mijn magie geen mensen redden van de dood.' Astrids stem was toonvast, kalm. Jamie had nog nachtmerries over de manier waarop de vrouw haar vroeger de les las als ze iets verkeerd had gedaan.

'Het is Uwe Koninklijke Hoogheid voor jou, heks,' hoeveel gif er in een woord gestoken kan worden, 'en kan je het niet of wil je het niet?'

'Alles kan, maar magie is niet zomaar een speeltje dat je naar wens kan gebruiken, Gwendolyn.'

'Spreek me aan zoals-'

'Ik heb je op deze wereld geholpen, meisje, ik spreek je aan zoals ik dat wil.'

'Ik ga tegen de koning zeggen dat je geen respect hebt voor de koninklijke familie, voor het koninkrijk, als je je nu niet beleefder gaat gedragen! Dan mag je de stad niet meer in, dan ben je je werk kwijt en je status!'

Een half ingeslikt, half verbeten lach verliet Jamies lippen. Niemand reageerde. Ze was wel zo verstandig om in stilte achter haar hand verder te lachen, al kreeg ze op die manier bijna geen lucht meer in haar longen.

'Loze dreigementen. Dat weten we allebei. Je vader is een goede vriend van me, een goede koning. Je moeder is een vriendelijke vrouw, een koningin met haar hart op de juiste plaats. En weet je wat ze ook zijn?'

De stilte hing zwaar in de lucht. Jamie werd zich heel bewust van haar voeten op de houten traptreden, haar hand tegen de muur en het lichtelijk raspende geluid van haar ademhaling.

'Ze zijn zich er niet van bewust dat je hier bent, niet een paar minuten voor middernacht, niet in je eentje, zonder bewakers, in het donker. Ze wilden niet dat je kwam, omdat ze weten dat ik je zus niet kan helpen. Denk je niet dat ze het nog niet hebben gevraagd?'

'Ma-maar-'

'Als ik je zus kon helpen had ik dat al lang gedaan. Het ligt in de handen van de goden nu.' Astrids stem was zachter en warmer geworden. 'Aline is een goede kroonprinses, maar ik vrees dat jij een goede koningin zal moeten worden.'

'Nee! Ik wil niet- ik kan niet- je moet- nee!' Het snikken lag dik in haar stem en haar toon verlaagde tot een fluistering. 'Ik wil geen koningin worden. Aline moet blijven leven.'

Het gesnik werd luider en hysterischer, tot het gedempt werd in stof en het sussen van Astrid de bovenhand nam.

'Jamie?' klonk het.

Jamies spieren spanden zich even op, maar ze herstelde zich snel en liep een paar trappen meer naar beneden om met een schaapachtige glimlach Astrids kant op te kunnen kijken.

De kaarsen in de winkel waren, net als de kaarsen in haar kamer, al bijna allemaal opgebrand. Er hing niet meer dan een schemering van licht in de kamer. Van haar mentor en prinses Gwendolyn kon ze niet veel meer dan de contouren en wat vage kleuren zien. Astrid hield de prinses tegen zich aan, wrijvend over haar rug, terwijl het meisje tegen haar schouder aan huilde.

Astrids amberkleurige ogen keken Jamie met moederlijk gezag aan.

'Als je toch nog niet van plan bent te gaan slapen, kan je je even goed nuttig maken en wat thee zetten voor Hare Koninklijke Hoogheid.'

Jamie bolde haar wangen op en knikte. 'Komt voor elkaar.'

Ze hupte de laatste treden van de trap af.

Toen ze langs haar mentor en de prinses liep, deed ze haar best laatstgenoemde niet aan te staren. Eigenlijk had ze een reverence moeten maken, maar dat voelde zo belachelijk en overbodig nu Gwendolyn hier zo onelegant stond te huilen. Bovendien had ze een opdracht, de theepot op de kast en de kruidenmengelingen op de leggers tegen de muur.

'Munt, gember, lavendel,' fluisterde ze de labels die ze las. 'Aha, kamille.' Ze ging op haar tippen staan om de pot van de plank te halen.

De overgebleven sintels in de haard stonden in een mum van tijd weer in brand. Toen de theepot met het water en de kruiden op het vuur stond, had Jamie niks meer te doen.

Het gesnik en gesnut van de prinses was al wat minder geworden, maar telkens wanneer ze Astrid losliet, begon ze gewoon weer opnieuw. Pas toen Jamie zichzelf comfortabel op de toonbank had gezet, met haar enkel onder haar knie, rechtte Gwendolyn haar rug en veegde haar tranen weg met de achterkant van haar hand.

'Kan ik me ergens even gaan opfrissen?'

Hoewel haar bruine ogen, dik en rood omrand, gericht waren op de jongere heks, was het de oudere die antwoordde. 'Natuurlijk. Volg mij maar.'

Astrid nam de prinses mee naar de zijkamer van de winkel, waar ze hun drankjes maakten en de moeilijkere magische rituelen uitvoerden. Niet veel later kwam ze alleen terug, de deur achter zich sluitend om Gwendolyn wat persoonlijke ruimte te gunnen.

Jamie had ondertussen een stokje met honing in haar mond gestopt en had een leeg flesje gevonden dat ze tussen haar vingers aan het ronddraaien was.

'Gaat het een gewoonte worden om vlak voor middernacht hulpeloze prinsesjes te helpen met hun zielige problemen?'

'Jennifer.' Astrid keek haar weer aan met die strenge moederlijke blik. De helft van haar donkerblonde haar was inmiddels uit haar lage dot ontsnapt en haar schort zat op een paar plekken verkeerd gedraaid of geplooid.

Ze haatte het wanneer ze Jennifer genoemd werd. Haar nekharen gingen ervan overeind staan en haar maag draaide er salto's door. Wanneer Astrid haar naam zo zei, voelde het voor Jamie alsof haar vroegere mentor haar beter kende dan Jamie zichzelf kende.

'Wat? We zijn geen vierentwintig op zeven dienst. We hebben openingsuren.'

'Bij spoedgevallen handelen we ook 's nachts. Dat weet je.'

'Dit is geen spoedgeval. Oké, prinses Aline gaat dood, dat is erg,' Jamie schakelde over op gemompel, 'voor zo goed als iedereen, want wie wil dát daar nu als koningin,' en weer terug naar een fluistertoon, 'maar we kunnen er niets aan doen, dus hoeft haar zus ook niet om hulp te komen vragen midden in de nacht. Jij hebt betere dingen te doen en ik heb betere dingen te doen.'

Astrid leunde tegen een kast aan, met haar armen over elkaar geslagen. Voor enkele tellen keek ze haar huisgenoot alleen maar aan. Jamies geweten begon te prikken onder Astrids blik, alsof ze haar zonder meer een schuldgevoel kon aanstaren.

'Oké, oké.' De jonge heks ging rechtop zitten en stak haar handen omhoog. 'Het spijt me voor mijn woorden. Het is erg dat Aline gaat sterven, het is erg dat Gwendolyn met minder voorbereiding koningin zal moeten worden, het is erg dat we er niets aan mogen doen.'

'Je weet toch waarom de kroonprinses gaat sterven?'

Jamie knikte lichtjes, terwijl ze naar haar nagelriemen keek en ze het vuil eraf probeerde te vegen. Ze had het verhaal wel gehoord.

Er was een man geweest, de naam was haar onbekend, die de monarchie had willen breken. Hij had geprobeerd om de koningin uit de gratie te krijgen, om de koning te vermoorden en toen dat niet gelukt was, heeft hij de kroonprinses vergiftigd. Ze hebben hem opgehangen, of misschien is hij van een toren gevallen, of gestorven aan een infectie in een kerker. De details ervan kende ze niet, maar ze wist dat een oude vriendin van haar, ook een heks, gestorven was om Aline te redden, tevergeefs.

Het duurde niet lang meer voor de prinses de hoofdruimte van de winkel weer binnenkwam, een perfect gepolijste glimlach dragend.

Jamie schonk zonder morren drie bekers vol thee, maar bleef niet veel langer in de aanwezigheid van haar mentor en de veel te aanwezige prinses. Ze excuseerde zich, nam haar beker thee mee terug naar haar slaapkamer en boog zich opnieuw over haar boek. De prinses viel toch niet te helpen. Dat mocht niet, in ieder geval.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top