01: De verhuizing

Geschreven op 28 mei 2021

Hoofdstuk 1

Vince staat op het punt om de laatste paar kledingstukken in zijn koffer te leggen wanneer zijn vader binnenstapt. 'Bijna klaar?' vraagt hij ongeduldig. Hij tikt op zijn horloge en schudt zijn hoofd. 'Ik zei nog zo tegen je; doe het niet op de dag zelf.' Mopperend loopt de dertig-jaar oudere man de kamer van zijn zoon uit. Vince kan hem nog precies zijn hoofd zien schudden. Zelf rolt hij met zijn ogen en gaat door met het inpakken van zijn spullen.

Vince ritst de koffer dicht en tilt hem van het bed af. Tevreden kijkt hij rond, alles wat hij had, zit in zijn koffer – of in de verhuisdozen die een week geleden met de vrachtwagen zijn meegegaan. Hoewel hij het jammer vindt dat hij ver weg gaat wonen van zijn moeder, vrienden en teamgenoten, heeft hij zin in dit nieuwe avontuur.

Als Vince eerlijk is, had hij het wel verwacht. Hij speelt nu al twee jaar bij één van de hoogst aangeschreven universiteiten in het land honkbal, waardoor hij grote stappen had gemaakt in zijn sportontwikkeling. Het was voor hem geen verassing dat hij een uitnodiging kreeg om te switchen van school en een volledige studiebeurs kreeg om bij een ander team te gaan spelen.

Campsight staat in de top twee van de beste universiteiten op het gebied van sportondersteuning en de mogelijkheid om er je carrière van te maken. Er zijn dan ook maar een paar manieren waarop je binnenkomt bij deze universiteit: het hebben van veel geld, uitblinken in sport – alleen het beste van het beste wordt aangenomen – of ontzettend hard kunnen studeren en het hebben van een hoog IQ.

'Vincent, schiet op!' Philip zijn stem vult het lege huis, '-de taxi kan er elk moment zijn.' Vince gooit zijn rugzak over zijn schouder heen en rolt de koffer de kamer uit. Met gemak tilt hij de koffer van de trap af, naar beneden. Daar staat zijn vader geïrriteerd te wachten. 'Heb je alles?' Vince knikt en laat het zenuwachtige gedrag van Philip gaan. Om hier nu ruzie over te gaan maken, heeft geen zin en is zonde van de lange dag die de twee mannen nog samen te gaan hebben.

Philip zijn telefoon gaat af door het berichtje van de taxichauffeur dat hij buiten klaar staat. Vince loopt vast richting de voordeur en haalt zijn jas van de kapstok. Deze hangt hij over zijn koffer heen en stapt dan de deur uit. De chauffeur is ondertussen uitgestapt en heeft de klep van de kofferbak vast opengedaan zodat Vince zijn spullen achterin kan leggen. Ondertussen komt zijn vader het huis uitstappen en trekt hij de voordeur achter zich dicht. Philip draait de deur op slot en legt dan zijn koffer naast die van Vince in de kofferbak.

Als iedereen in de auto zit, geeft Philip de instructie om eerst langs het kantoor te rijden van de makelaar. Hij moet de sleutels afgeven voordat ze door kunnen rijden naar het vliegveld. Hoewel het van Vince niet hoefde en duidelijk had gemaakt dat hij prima op zichzelf kon wonen, had zijn vader erop gestaan om met hem mee te verhuizen naar het andere kant van het land. Waar Vince het vroeger had gewaardeerd hoe zijn vader zo betrokken was bij zijn leven, vond hij het nu steeds beklemmender gaan voelen.

De weg naar het kantoor toe is rustig; het verkeer zit mee en de chauffeur heeft prettige muziek aanstaan. Vince kijkt naar hoe andere auto's voorbijrijden en hoe zij alle bekenden plekken van de stad waar hij is opgegroeid voorbijrijden. Zo ziet hij het café waar hij vaak met vrienden is gaan darten, de ijssalon waar hij zijn eerste vriendinnetje mee naar toe had genomen toen hij elf was en het park waar de passie voor honkbal is begonnen.

Er ontstaat een kleine glimlach op het gezicht van Philip. 'Ik ga bepaalde plekken hier wel missen,' zegt hij tegen Vincent en knikt nog net op tijd om te laten zien dat hij het park bedoelt. Vince maakt een beamend geluid. 'Ik ook wel,' antwoord hij grijnzend. 'Komt mam eigenlijk nog naar het vliegveld of heb je haar niet meer gesproken?'

Philip wil antwoorden, maar moet eerst de taxichauffeur laten weten dat hij moet parkeren voordat ze te ver door zijn gereden. 'Stop hier maar, ben zo terug.' Philip klikt zijn gordel los en maakt de deur open. Terwijl hij naar buiten stapt, kijkt hij Vince aan. 'Als het goed is zou je moeder er zijn om je uit te zwaaien, maar je kent haar. Altijd te laat; ik weet het daarom ook niet.' De deur wordt dicht gegooid en Vince kijkt zijn vader na hoe hij oversteekt om naar het kantoor van hun verhuurder te gaan.

Er gaat een kwartier voorbij voordat Philip weer naar buiten komt en richting de taxi loopt. Vince zit ondertussen door de feed van zijn Instagram te scrollen en leest de gemiste berichten op zijn WhatsApp. Een aantal zijn van de groepsapp met zijn vrienden, jongens die hij sinds de basisschool al kent, waarin ze hem een goeie vlucht toe wensen en grappen maken over de 'lekkere wijven van Campsight'. Vince reageert luchtig met een bedankje en belooft de jongens op de hoogte te houden wanneer er wat leuks voorbijkomt.

'Richting het vliegveld,' gebaard Philip zodra hij zit en zijn gordel heeft vastgemaakt. De chauffeur knikt en start de auto weer. Met groot gemakt rijdt hij van de parkplek weg en voegt hij zich weer bij het rijdende verkeer. 'Allemaal gelukt?' vraagt Vince en drukt zijn telefoon uit. Hij stopt de iPhone 12 terug in zijn zak en kijkt naar zijn vader.

Philip knikt, '-ja, ze gaan morgen kijken naar de staat van het appartement en als het goed is, krijg ik na het weekend mijn borg terugbetaald.' Vince knikt begrijpend en reageert er verder niet meer op. Het gesprek stopt en het uurtje richting het vliegveld wordt in stilte – op de muziek en neuriënde taxichauffeur na – afgelegd.

* * *

Terwijl Philip om zich heen kijkt, tilt Vince samen met de taxichauffeur de koffers uit de achterbak. 'Hier pap,' zegt Vince terwijl hij het handvat van de grijze koffer langer maakt en richting zijn vader duwt. Philip pakt het aan en kijkt toe hoe Vince zijn eigen koffer naast zich plaatst en zijn rugzak goed omdoet.

Uit zijn zak pakt Philip zijn portemonnee. Hij haalt er wat contant geld uit en overhandigt dit aan de man die hen door de hele stad heeft gereden. De man knikt dankbaar en wilt wat wisselgeld aanbieden, maar Philip schudt zijn hoofd. 'Houd het maar.'

Als de taxichauffeur weer is ingestapt en wegrijdt, beginnen de mannen richting de ingang van het vliegveld te lopen. Beide hebben een grote koffer achter zich aanrollen en dragen een rugzak. Vince heeft er zijn iPad ingestopt, een met een boek over honkbal, zijn koptelefoon, de administratieve papieren voor de universiteit en zijn paspoort. Philip heeft een soortgelijken inhoud; een boek, paspoort en papieren voor zijn nieuwe appartement.

In de hallen van het vliegveld is het drukker dan Vince had verwacht. Hij ziet groepen jongeren lopen, waarschijnlijk onderweg naar een vakantiebestemming, en wat mensen in pak met een klein, compact rolkoffertje. Waarschijnlijk zijn zij onderweg voor hun werk. Vince loopt ook langs gezinnen met 'welkom thuis' ballonnen en partners die met een bos bloemen op hun geliefden wachten.

'We vliegen om 19:55,' onderbreekt Philip zijn zoon's gedachten. 'Gate 6, toch?' vraagt Vince terwijl hij wijst naar het bord boven hen. Dit wijst hen naar de linkerkant toe, weg van de menigte die zich heeft verzameld bij de informatieborden. Naast elkaar lopen ze naar het westelijke gedeelte van het vliegveld.

'Inchecken kan pas met een uur, ik ga kijken of er ergens wat eten te scoren is.' Vince zet zijn koffer neer naast die van zijn vader. Philip heeft plaatsgenomen op een bankje waar hij het bord met mededelingen goed in de gaten kan houden. Hij knikt. 'Neem maar ook iets voor mij mee. Een broodje hamburger zou lekker zijn, patat is ook goed.'

Vince loopt langs allerlei winkels. Hunkemöller, ANWB, McDonalds en een Burger King. Afkeurend schudt hij zijn hoofd. Vince heeft ook wel zin in een burger, maar moet denken aan zijn eetpatroon. Als hij over anderhalve dag, nog net geen twee dagen, fit op het veld wil staan; dan moet hij nu verstandigere keuzes gaan maken.

Terwijl hij blijft opletten of hij een winkel ziet waar hij iets betere voeding kan krijgen dan een kleffe imitatie van vlees op een broodje, pakt hij zijn telefoon. Hij ontgrendelt deze en gaat opzoek naar zijn moedersnaam in de contactenlijst. Wanneer hij Judith ziet staan, klikt hij deze aan en houdt de telefoon tegen zijn oor aan.

Het gaat een aantal keer over. Dan krijgt Vince de voicemail waarin zijn moeder zich verontschuldigt en vraagt om een boodschap in te spreken, zodat zij zo snel mogelijk terug kan bellen. Vince klikt het weg en probeert het opnieuw. Wederom moet hij een aantal keer de telefoon over laten gaan voordat hij gehoor krijgt van de andere kant.

'Met Judith,' wordt er geantwoord. 'Hey mam,' zegt Vince. 'Oh nee,' klinkt het geschrokken van de andere kant, '-je bent nu op het vliegveld. Fuck, fuck, fuck,' gaat het verder. Judith haar stem is steeds slechter te verstaan. Het lijkt erop dat ze haar telefoon heeft neergelegd en nu gehaast door haar eigen huis loopt. 'Vince, het spijt me zo,' klinkt het nu weer duidelijk in de telefoon. 'Ik ben compleet de tijd vergeten!'

Waar Vince zich vroeger had geërgerd aan deze reactie van zijn moeder, of er zelfs boos om had kunnen worden, laat hij het nu gaan. Sinds zijn ouders gescheiden zijn en zijn moeder haar droombaan heeft gevonden, is dit nu eenmaal de gang van zaken. 'We moeten met een uur inchecken en dan gaan we meteen door de douane,' vertelt Vince, waarbij hij de verontschuldiging van zijn moeder negeert. 'Ik wilde nog vragen of je op het vliegveld zou komen, maar denk niet meer dat je het gaat redden.'

In het begin had Vince het toch lastig gevonden om op deze manier met zijn moeder om te moeten gaan. Hoewel hij zijn eigen leven heeft en niet echt een moederskindje is, blijft het wel zijn moeder.

'Ik ben bang van niet, liefje,' antwoordt Judith. 'Ik had nog op mijn kalender geschreven en een wekker gezet, maar die is helemaal niet afgegaan.' Vince rolt geïrriteerd met zijn ogen terwijl hij de – naar zijn mening – zwakke excuses aanhoort. Echter, hij laat niets van deze irritatie aan de telefoon merken. 'Kan gebeuren mam, geeft niet. We zien elkaar wel weer met kerst,' sust Vince de boel.

Na nog wat gesproken te hebben aan de telefoon, rondt Vince het gesprek af zodat hij nog wat eten kan gaan halen voor zijn vader en hemzelf. Door te blijven lopen tijdens het telefoongesprek, was hij nu bij een Aziatisch tentje belandt. De lucht die ervan afkomt, ruikt goed en haalt Vince over om hier wat te gaan bestellen.

Voordat hij naar binnenstapt, kijkt hij op grote bord waar het menu in duidelijke letters staat geschreven. Voor zijn vader haalt hij rijst met biefstukpuntjes, wok groenten en een zoet sausje. Voor hemzelf bestelt hij ook rijst, maar dan met kip en wok groenten. Hij krijgt er stokjes bij, maar vraagt of ze nog wegwerp vorken hebben. Vince weet nu al dat zijn vader binnen enkele minuten zal zitten te schelden als hij hem met stokjes laat eten.

Met twee kartonnen bakjes, stokjes en een vork, loopt Vince terug richting zijn vader. 'Hier,' hij overhandigt het eten en de vork. 'Ik had mam nog gebeld, maar ze zei dat ze de tijd was vergeten. Denk ook niet dat ze zich realiseerde welke dag het vandaag was.' Vince haalt zijn schouders op en wuift het ook weg. Philip zucht diep. 'Jammer jongen, maar geloof mij maar; je bent haar liever kwijt dan rijk.' 

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top