08

Ik zit zwijgend op mijn bed. Mijn gezicht is lijkbleek en mijn ogen zijn knalrood. Huilend kijk ik naar mijn bed, waarop Tuur en ik net nog gezoend hebben. Tuur leek er zo van te genieten tijdens het zoenen. Waarom kan ik dat niet? Het is niet zo dat Tuur het er makkelijk mee heeft dat hij homoseksueel is. Hij heeft dat dan wel niet tegen me gezegd, maar dat weet ik gewoon van hem. Hij is immers mijn beste vriend en dat soort dingen weet ik van hem. Als hij het er makkelijk mee had gehad, dan had hij het me wel eerder verteld.

Ik vind het ontzettend sneu voor Paula en Tuur. Ze hebben nu allebei een vriend waar ze verliefd op zijn maar die geen gevoelens voor hen heeft. Het heeft wel één voordeel: de een kan nu niet jaloers worden op de ander. Ik vraag me af of dat Tuur me verteld zou hebben wat hij voor me voelt als het wel iets tussen mij en Paula was geworden. Misschien was onze vriendschap dan wel voorbij. En ik vraag me af hoe Paula zou reageren als Tuur en ik iets hadden gekregen. Misschien kreeg ze dan wel de grootste hartverzakking ooit. Dan heb je opeens twee beste homoseksuele vrienden waarvan je altijd hebt gedacht dat ze heteroseksueel waren. Maar ik ben noch homoseksueel noch heteroseksueel.

Ik open mijn mobiel en kijk naar mijn contacten op Whatsapp. Met de tranen nog steeds in mijn ogen scrol ik langs de profielfoto's. De profielfoto van Sofie – Paula's beste vriendin – komt voorbij. Ze staat met haar vriendje Koen kussend op haar profielfoto. Ik staar ernaar. Dat hadden Paula en ik kunnen zijn. Dadelijk is Paula stikjaloers op Sofie vanwege mij. Een traan rolt langs mijn wang. Waarom kan ik niet gewoon zoals Koen zijn? Verliefd worden op een meisje, hoe geweldig is dat als jongen? Volgens mij is het bij mij ergens mis gegaan in de puberteit.

Ik ga door langs de profielfoto's. Tuur komt voorbij. Ik klik zijn profielfoto aan en kijk er zwijgend naar. Ik voel niets voor zo'n mooi meisje als Paula en ik voel ook niets voor zo'n knappe jongen als Tuur. Zijn bruine ogen kijken je vriendelijk aan. Opnieuw biggelt een traan langs mijn wang naar beneden. Deze jongen op mijn scherm heeft net zijn hart voor me geopend en ik moest een klootzak zijn en daar misbruik van maken. Dat hoor je niet te doen als beste vriend. Ik kan me denk ik niet voorstellen hoe kut Tuur zich voelt op dit moment. Misschien wel, maar dan op een andere manier. Ik voel me op dit moment namelijk ook alles behalve goed. Op dit moment zou ik liever homoseksueel zijn dan aromantisch.

Zwijgend blijf ik naar de profielfoto van Tuur kijken. Ik denk aan hoe blij hij was toen we zoenden. Ik denk eraan dat hij zelfs een stijve had gekregen door mij. Ik probeer me voor te stellen hoe dat dan zou voelen, maar het lukt me niet. Ondertussen vraag ik me af wat Tuur nu aan het doen zal zijn. Zou hij het al aan iemand verteld hebben? Het is natuurlijk wel lastig, want dan komt hij daarmee ook gelijk uit de kast. Zou hij nu ook zijn ogen uit zijn kop aan het janken zijn, net zoals ik? Ik probeer me voor te stellen hoe verwoest Tuur zich zal voelen. Zijn beste vriend – waar hij gevoelens voor heeft ontwikkeld wonderbaarlijk genoeg – heeft hem erg slecht behandeld. Ik wou dat ik tijd terug kon draaien en het ongedaan kon maken. Ik ben écht te ver gegaan bij Tuur.

Ik klik zijn profielfoto weg en veeg de tranen van mijn wangen. Ik klik Paula's profielfoto aan. Zij moet zich vast ook lullig voelen. Ik heb twee keer gebruik van haar gemaakt. Wat ben ik eigenlijk voor slechte vriend? Ik klik de foto weg en gooi mijn telefoon naast me neer op mijn bed. Mijn keel brandt door het huilen. Het liefste zou ik mezelf in mijn kamer opsluiten en er nooit meer uit komen. Na alles wat ik heb gedaan kan ik mezelf echt niet meer normaal vertonen.  Tuur en Paula zullen wel een hekel aan me hebben. Zelfs ik heb een hekel aan mezelf.

Ik pak opnieuw mijn telefoon en kijk naar mijn gesprekken met Tuur. Het is stom van me dat ik het nooit eerder heb opgevat. Nu ik het weet, zijn sommige dingen die hij gezegd of gestuurd heeft ook een stuk logischer. Tuur heeft gelijk, ik was te naïef. Ik was zo stom om niet door te hebben dat beide beste vrienden een oogje op me hadden. Of hebben. Hadden. Weet ik veel. Het doet er ook niet toe, want ik zal toch nooit iets voor ze voelen. Maar ook dat maakt niet uit, want er zijn veel betere mensen voor hen.

Ik sta op van mijn bed en loop naar mijn bureau. Gefrustreerd begin ik weer aan aardrijkskunde te werken. Omdat ik zo gefrustreerd ben, lijkt het werken nog slechter te gaan, waardoor ik nog meer gefrustreerd raak. Ik blijft echter stug doorwerken zodat ik het afheb. Daarna trek ik een lege bladzijde uit mijn schrift en begin te schrijven. Ik begin te schrijven en te schrijven en te schrijven. De woorden stromen als een waterval uit mijn pen op het papier. Wanneer ik klaar ben, haal ik nog een bladzijde uit mijn schrift en begin nog meer te schrijven. Al snel heb ik een tweede bladzijde volgeschreven. Dan trek ik nog een bladzijde uit mijn schrift en begin deze ook vol te schrijven. Al snel heb ik drie bladzijdes bekladderd met mijn woorden.

Ik stap op van mijn bureaustoel en loop naar beneden. Ik kijk een keer de woonkamer rond – die zoals verwacht leeg is – en leg dan één van de briefjes neer. Mam is werken dus heb ik niemand om gedag tegen te zeggen zodra ik de deur uitga. Ik stap op mijn fiets en begin te trappen. Mijn bestemming is Paula's huis. Ik stop een ander briefje in haar brievenbus en fiets dan door. Mijn wangen raken doordrenkt met tranen. Ik ga op weg naar Tuurs huis. Mijn laatste briefje stop ik bij hem in de brievenbus. Dan fiets ik door de stad heen. Ik weet waar ik heen moet. Ik fiets en fiets. Dan kom ik aan waar ik wil zijn: de fietsbrug.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top