• 7 •

Aantal woorden: 2 648

Totaal aantal woorden: 18 080

.○.•.○.•.○.

Gina keek lange minuten naar Ephedra. Ze probeerde alle contouren te onthouden van haar gezicht. Elk detail, alle perfect- en imperfecties. Gina miste haar. Ze miste haar stem, haar aanwezigheid, haar warmte. Dit was hun laatste kans haar terug te krijgen. Daarna zou het moeilijk tot onmogelijk worden. Ze waren zo dichtbij. Picea was voor de avond op zoek gegaan naar Taxus, maar kwam niet ver. Toen die wel Pinus tegen kwam, werd die verteld dat Taxus ver weg en op reis was. Het zou even duren tot die terug was en diens locatie was alles behalve bekend op het moment. Ze moesten het zonder informatie doen en Gina vreesde dat de enige plek waar ze toch iets zou kunnen vinden in de droom was. De nachtmerrie zou haar antwoorden kunnen geven, maar ging ze daarvoor haar timer af laten lopen? Was ze zo wanhopig voor antwoorden? Ze wist enkel dat ze wanhopig was Ephedra terug te krijgen. Als haar timer aflaten lopen betekende dat ze Ephedra terug zou vinden, zou ze dat doen. Daarnaast had ze twee dromenvangers die haar wakker zouden kunnen maken in de vijf minuten die ze daarna zou hebben.

"Zijn jullie klaar?" vroeg Cycadales en diens stem klonk even gespannen als Gina zich voelde.

"Ja," zei ze.

"In de hoop dat de tijd weer traag voorbij tikt," zei Picea.

"Op drie," zei Cycadales, diens stem trilde en de dromenvangers keken elkaar met kloppend hart aan. "Eén...

Twee...

Drie..."

Gina voelde een traan over haar wang glijden het moment dat ze haar timer indrukte. Ze ademde diep in en ze liet zich weer in de bekende droom vallen. Haar voeten stonden op grote stenen die deel waren van een grote brug. Onder haar raasde een brede rivier. Achter haar een kasteel, maar niet die van Ephedra. Gina ging het bekende riedeltje af. Ze keek op haar timer, deed een stap, keek weer terug. Op dit moment maakte het haar eigenlijk niet meer uit hoeveel tijd er verstreek. Ze wilde niet denken, Cycadales moest haar maar wakker maken. Haar timer moest haar maar wakker maken. Ze was niet van plan afgeleid te worden door iets zoals tijd. Ze ging Ephedra vinden. Met grote passen met de hulp van wat droom manipulatie gooide ze alle voorzichtigheid het raam uit en begaf ze zicht naar het kasteel. Haar boog lag al snel in haar hand, maar toen ze haar pijl naar een van de vele patronen in het gebouw richtte, twijfelde ze en liet ze haar boog zakken.

"Ik weet dat je hier bent," zei ze hardop. "Je zei dat we niks begrijpen? Dat we fout zitten? Kom het uitleggen dan." Gina wachtte een seconde, daarna nog één en nog één.

"Dit is jouw domein," ging ze verder. "Je moet me toch horen? Je moet toch weten dat ik hier ben?" Weer nam ze een moment om te luisteren en te kijken of ze misschien die bekende groene ogen zag. Gina fronste. De ogen waren haar bekend. Dat dacht ze al de eerste keer dat ze een poging had gewaagd in deze droom Ephedra te vinden. Die ogen...

"Taxus," zei ze. Ze wist niet of ze gelijk had. Het was een grote gok. Maar ergens hoopte ze dat haar vermoeden juist was, of dat de nachtmerrie misschien de groene dromenvanger kende. "Hoe bevalt het leven als nachtmerrie? Beter dan een dromenvanger zijn, lijkt me. Anders was je er niet gebleven, toch?" Gina kreeg geen antwoord en voor een moment wilde ze gefrustreerd haar omgeving uit elkaar trekken. Twee groene ogen deden haar anders denken.

"Dus je bent op zoek gegaan," zei die en het kasteel was weg. Er waren geen stenen meer, geen trappen, geen gangen, geen rivier, geen brug. Het grasland was terug, de vuurvliegjes waren terug en de tekens in de lucht waren weer hersteld.

"En ik heb wat gevonden," zei Gina, maar ze kon enige zenuwen niet bedwingen. Haar gok was goed geweest en nu Taxus voor haar stond herkende ze de dromenvanger nu ze er een naam aan kon koppelen. Ze herinnerde hoe die een les had gegeven over dromen instappen, ze herinnerde zich ook dat die aanwezig was geweest bij vele andere officiële gelegenheden van dromenvangers in opleiding. Waarom was het nu pas dat ze de connectie had gemaakt? Of was het een illusie van de nachtmerrie zelf? Was het enkel een bekende vorm die het aannam om toekomstige angst harder aan te laten komen?

"Misschien dat ik toch wat met je aankan," zei Taxus, maar er was een spanning in de lucht die Gina zei dat die op diens hoedde was.

"Ik hoop het," zei ze. "Maar ik ben niet van plan voor jouw trucjes te vallen." Taxus lachte.

"Die zijn er niet," zei die, "enkel waarheden die niemand wil horen."

"En daarom ben je hier?" vroeg Gina. "Daarom werd je een nachtmerrie?"

"Ik ben niet van plan je mijn persoonlijke redenen te vertellen. Ik kan je alleen dingen vertellen die je zal laten twijfelen over hoe je je werk als dromenvanger doet."

"Dat heb je al gedaan," zei Gina als verwijt. Taxus leek er niet door teruggenomen te zijn, eerder zeer tevreden.

"Mag ik je wel vragen hoe je nu pas op mijn naam gekomen bent?"

"Alleen als je me verteld waar Ephedra is."

"Ik denk dat je weet waar ze is." Gina keek onbewust naar beneden.

"Vertel me dan hoe ik haar daar uit haal."

"Wie zegt dat ze dat wil." Gina lachte, zo absurd vond ze de woorden.

"Ik ga haar lichaam niet laten verteren," zei ze harder dan ze eerst wilde, maar ze begon plots spijt te hebben van de nachtmerrie op te hebben gezocht. Die had haar de vorige keren al tot haar uiterste gedreven en ze vreesde dat dat makkelijk nog een keer zou kunnen gebeuren.

"Kom en kijk," zei Taxus na een zucht. Een gat verscheen de grond in. Gina keek er argwanend naar, maar daarna deed ze voorzichtig een stap naar voren en ze tikte op haar oorstuk. Ze leunde naar het gat toe waardoor ze er net in kon kijken. Ze ging niet hebben dat de nachtmerrie haar erin ging duwen. Al zei dat niks, die zou makkelijk het gat kunnen vergroten en haar erin laten vallen. Haar schermpje ving een bekend magie spoor op. Alles zei haar dat het Ephedra was en ze vergat al haar eerdere voorzichtigheid en argwaan. Ze wilde het gat in stappen, maar Taxus sloot de doorgang. Gina keek die aan, probeerde het gat te hercreëren, maar realiseerde zich daardoor iets anders. Ze was in de kern van de nachtmerrie. Taxus mocht misschien ook een deel van de kern zijn, maar dit was waar de wortels overgingen in de stengel. Dit was waar de nachtmerrie het sterkste, maar ook het zwakste was.

"Hoeveel ben je bereid voor Ephedra te doen?" vroeg Taxus voor Gina overwegingen kon maken. Ging ze de waarheid vertellen? Of zou een leugen zowel haar als Ephedra uit deze droom kunnen halen?

"Ik zal niemand mij tegen laten houden haar terug te halen."

"Ook niet als het Ephedra zelf is?" Gina lachte.

"Ik ken haar beter dan jij," zei ze en ze keek Taxus uitdagend aan die enkel de schouders ophaalde.

"Dan wens ik je veel geluk." Het gat verscheen weer, maar dit keer groter en Gina viel zonder waarschuwing erdoor heen. Ze kon de groene ogen langzaam zien verdwijnen, terwijl ze in een vrije val belandde. Enkel maakte het contact met de grond haar wakker. Ze vloekte en Cycadales keek haar wat verrast aan.

"Tegenslag?" vroeg die en Gina klemde haar kaken op elkaar.

"Niet iets wat me tegen houd," zei ze, haalde diep adem en trok zichzelf terug de droom in.

Ze had moeten verwachten dat ze niet op dezelfde plek terug zou komen als de vorige keer. Ze wist ook niet of ze de kern terug ging vinden, maar ze schatte haar kansen groot. Ze was nu eenmaal al twee keer daar baland. Daarnaast zou de kern beter te bereiken moeten zijn met minder overwoekering. Iets waar Picea, Thuja, Torreya en zij al grote stappen in hadden gemaakt. Taxus had misschien nu de overhand, maar als Gina snel te werk ging kon ze dat omdraaien. Haar boog lag weer in haar hand. Ze twijfelde niet meer. Ze was van plan de nachtmerrie uit te schakelen. Kon het haar schelen dat het een dromenvanger was geweest. Dat het iemand was die ze kende. Ze was hier voor één iemand en dat was Ephedra. Ze ging de nachtmerrie geen spelletje met haar laten spelen. De directeur had gelijk gehad, ze was woorden van een nachtmerrie gaan geloven. De val had haar dat duidelijk laten merken.

"Picea?" merkte Gina verward de andere dromenvanger op.

"Ginkgo?" Picea draaide zich om. Diens gezicht leek van angst vertrokken. "Ik denk dat ik langzaam gek begin te worden."

"Picea, wat is er aan de hand?" vroeg Gina en ze zag dat de andere dromenvanger diens oorstuk niet geactiveerd had. Ze deed het voor die en Picea's gezicht klaarde op.

"Oh, je bent het toch," zei die.

"Waarom had je je oorstuk niet aan?"

"Er was te veel om te zien," zei die. "Ik zat in een vreemd doolhof."

"Waar is de dromer?" Picea wees in de verte waar de dromer zonder problemen lag te slapen. "Heb je die hierheen gebracht?" Picea knikte.

"Het was me een werk," zei die. "Maar dit is onze kans om de nachtmerrie aan die te ketenen zodat diens aandacht van Ephedra weggaat." Gina knikte.

"Ik weet wie het is," zei ze. Picea fronste.

"Wie?"

"Taxus." Picea lachte met een snuif.

"Weet je het zeker?" Gina knikte.

"Ja."

"Oké, het lijkt me sterk, maar als je zo zeker bent... Ik zal je maar moeten geloven voor ik het met mijn eigen ogen kan zien."

"Wie weet krijg je de kans daartoe nog. Hoeveel tijd is er verstreken?"

"Meer dan ik zou willen. Hoezo?"

"De nachtmerrie heeft me weer wakker weten te maken."

"Dan zeg ik je bij deze dat de tijd nog steeds niet al te snel gaat, maar er zijn wat vreemde variaties in geweest."

"We moeten opletten dus."

"Inderdaad," zei Picea. Gina legde haar hand op een van de muren naast haar. Het was een vreemd doolhof waar ze in stonden, maar ze was niet bang meer de omgeving naar haar eigen wil aan te passen. De nachtmerrie wist al lang dat ze er waren. Dit zou misschien de nachtmerrie naar de dromer toe kunnen trekken in plaats van naar hen toe.

"Klaar om Ephedra te bevrijden?" vroeg ze Picea toen ze een opening in de muur deed verschijnen.

"Je weet waar de kern is?"

"Ik ben er al twee keer geweest, dus een derde keer moet ook lukken." Ze keek naar de doorgang die ze gemaakt had en ze zag niet het grasveld, maar wel een bekende plek. De plek waar ze de herinneringen van Taxus en Ephedra gezien had. Ze stapte naar binnen en Picea volgde. Gina was blij die gevonden hebben. Het was niet prettig geweest steeds alleen te zijn met haar gedachten. Daarnaast betekende dit dat ze nachtmerrie patronen snel weg konden halen als ze die tegen zouden komen. Ze zouden de kern zonder problemen moeten bereiken.

"Deze droom heeft meer lagen dan goed is," zei Picea en Gina knikte. "Het is tijden geleden dat ik het zo gelaagd heb gezien met zoveel wortels. En dat zegt wat als oudste lid van deze Elite." Gina kon niet laten een glimlach te geven.

"Maar niks wat ons tegen zou kunnen houden, toch?"

"Zeker niet," zei die. "Hoe was je van plan de kern weer in de gaan?"

"Zo," zei Gina, ging naar de gang waar ze ooit de herinnering had gevonden. Het interieur was misschien wat veranderd, maar ze herkende de plek meteen. Ze haalde weer diep adem en ze opende een nieuwe deur die ze naar de kern toe dwong. Nieuwsgierig keek Picea langs haar en na een knik sprongen ze erdoor heen. Ze vielen naar beneden, naar een bekend grasland. Gina was niet van plan weer wakker te worden van een val en ze zorgde ervoor dat het droomdeel dat ze achterliep nog het laatste beetje meehielp in de vorm van een glijbaan. Picea had duidelijk hetzelfde in gedachten en ze gleden naar beneden. Het gras kwam zacht aan hun voeten.

"Het is me een vreemde kern," zei Picea. "Ik ben wat... overdrevenerde kernen gewend. Enorme bomen of overwoekerende velden. Dit is bijna prettig te noemen."

"Waar we heen moeten is niet al te prettig," zei Gina, diep van binnen bang elk moment twee groene ogen te zien die Picea niet toebehoorden. Gelukkig voor Gina waren Picea's ogen ook niet gloeiend en behielden die nog altijd diens bruine kleuren.

"En daar is Ephedra?"

"Daar ben ik vrij zeker van," zei Gina en ze keek naar haar voeten. Het moest lukken nu met de afwezigheid van Taxus. Het moest lukken met minder wortels. Ze zou kosten wat het kost de nachtmerrie ontwortelen.

"Heb je hulp nodig?" Gina keek op in Picea's vragende ogen en ze knikte.

"We moeten door deze glazen grond heen, naar Ephedra's kasteel toe."

"Geef me je hand," zei Picea en stak die van diezelf uit. Gina nam diens hand aan. "Een trap lijkt mij het best, behalve als je heel graag een lift wil."

"Een ijzeren lift misschien? Zonder glas en zonder echte muren."

"Ik denk dat ik weet wat je bedoeld." Gina was voor een moment bang dat ze niet hetzelfde in gedachten hadden, dat het daardoor niet lukte. Al was ze ergens ook bang dat twee dromenvangers nog steeds niet sterk genoeg waren in deze kern. De lucht trilde, de vuurvliegjes zweefden aan de kant en een ijzeren lift kwam uit het gras oprijzen. Zonder al te veel twijfel stapten ze in en Picea trok aan een hendel. De Lift kraakte in protest, maar dwong zichzelf het glas door. Er was een stilte. Gina merkte nu pas op dat er steeds geritsel van gras was geweest, dat er steeds een geluid in de achtergrond was. Nu, onder het glas, was het muisstil. Zelfs Picea leek geen geluid te maken, waar die dat voorheen wel had gedaan. Gina merkte te trillen terwijl ze de diepte in keek. De afdaling zou eeuwig zijn en hun tijd tikte door.

"Misschien hadden we toch een trap moeten creëren," zei ze.

"We kunnen altijd sneller," zei Picea en de lift begon meer snelheid te maken. Gina was blij met het voorstel en ze zag door haar oorstuk dat het kasteel dichterbij was. Ook zag ze gouden kleuren in de duisternis. Ephedra was daar. Het moest. Het mocht geen herinnering zijn. Ze hield haar ogen brandend op het bouwwerk tot ze een doffe bonk hoorde. De lift had de bodem bereikt. Even maakte ze kort oogcontact met Picea. Daarna stapte ze de lift uit.

"Dit is Ephedra's tuin?" vroeg Picea.

"Dit is het kasteel dat ze daar had, ja," antwoordde Gina. Haar hand ging onbewust naar de stenen toren. Ze was vaak genoeg in Ephedra's droom geweest om dit bekend te laten zijn. Ook zag ze het goud in het bouwwerk zitten. Het schitterde bij haar aanraking en het zorgde nu voor licht in de diepe duisternis. Gina's ogen gingen omhoog. Ze kon het gras niet meer zien, maar ze hoopte dat de lift ze hier nog steeds uit zou kunnen halen als dat nodig was.

"Waar zullen we haar moeten zoeken? Ze lijkt overal te zijn." Gina knikte instemmend.

"Ik weet een paar plekken. Ze heeft alleen de gewoonte nooit op de plek te zijn waar je haar verwacht."

"Waar zou je haar dan niet verwachten?"

"Op een plek waar ik haar kan vinden."

"Dus recht voor je?"

"Zoiets."

"Dan zullen we eerst hier moeten kijken," zei Picea en die stapte de bloemenzee in naast het kasteel.

.○.•.○.•.○.


Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top