†2†
Gespannen met twee handen in elkaar gevouwen zat hij op de achterbank. Zijn ouders zaten beide voorin en praatten op gedempte toon over de locatie waar ze heen gingen: de nieuwe school van hun zoon. Ze waren kort geleden verhuisd naar de grootste hoofdstad in hun wereld: Kaydra. De stad was vernoemd naar Kaydarum, godin van de voorspoed. Voorheen woonden ze in Eykus, een klein dorpje aan de rand van het Tiras gebergte. De auto zweefde geruisloos over het wegdek heen en naderde een tunnel. Siron keek door de glazen van zijn bril om zich heen. Zijn bril, te groot, had de neiging steeds van zijn neus af te glijden. Zijn bril, te groot, net zoals zijn kleren die als losse vodden om zijn magere lichaam heen hingen. Zijn grasgroene ogen namen alles in zich op en knipperde ook verward toen er iets raars in zijn gezichtsveld verscheen. Niet gelovend bleef hij er naar kijken totdat hij de tunnel weer uit was. Was het zijn verbeelding? Of hing er nu echt iemand aan de rotswand?
———
Zenuwachtig stond Siron in de deuropening van het klaslokaal. Nu al miste hij zijn oude school en de vrienden die hij daar had. Het waren er niet veel, maar ze waren hem allemaal dierbaar geweest. Bevroren stond hij nu in de deuropening en werd door drieëntwintig paar ogen aangestaard, Siron slikte. Ergens in een hoek van het klaslokaal begon het gegniffel tot uiteindelijk de hele klas plat lag van het lachen. Tranen begonnen in zijn ogen op te wellen en met moeite wist hij de gevormde brok in zijn keel weg te slikken. Zijn bril begon langzaam van zijn neus te zakken wat alleen voor meer gelach zorgde. Toen Siron op het punt stond in huilen uit te barsten stopte het gelach abrupt. Een schaduw was zwaar over Siron heen gevallen en verraadde dat er iemand achter hem stond.
'Waar is dat gelach voor?' vroeg een zware stem. De kinderen die eerst zo hard gelachen hadden kropen nu krampachtig in een. 'Voor de draad ermee!' Trillend stond het meisje, dat achterin was begonnen met lachen, op.
'Voor zijn kleren,' zei ze. 'Voor zijn bril, zijn haar.' Beschaamd keek ze naar de grond.
'Je weet dat hij nieuw is, toch?' vroeg de zware stem en het meisje knikte. 'En wat doen we bij nieuwelingen?'
'Ze hartelijk ontvangen en eerst leren kennen voordat we ze beoordelen op hun uiterlijk...' antwoordde het meisje en zat ongemakkelijk aan een van haar staartjes.
'Precies,' zei de man achter Siron die nu naast hem was komen staan. 'Doe dat dan ook.'
———
Dit was het eerste en laatste incident dat zich dat jaar voor deed. Maar achter zijn rug om werd hij nog steeds "raar", "vreemd" en meer genoemd. Op zijn eerste dag werd hij alleen voor even "griezel" genoemd, omdat hij twee keer zo ver woonde als de doorsnee leerling op zijn nieuwe school. Kennelijk was dat eng.
Hoewel zijn eerste dag niet gesmeerd verliep had hij op zijn weg terug naar huis niet het gevoel dat hij buitengesloten was, dankzij de leraar natuurlijk. Met zijn hoofd nog bij zijn nieuwe klas merkte Siron bijna niet dat ze de tunnel al langzaam aan het naderen waren. Toen ze hem binnen reden herinnerde hij zich de heenweg weer. Zijn ogen schoten langs de tunnelmuren. Ja, daar zag hij het weer! Zachtjes begon hij de stoel van zijn vader heen en weer te schudden.
'Pap, papa?' Zijn vader keek even snel om.
'Wat is er, Siron?'
'Kan je stoppen? Er is iets wat ik uit wil zoeken.' De auto werd na wat wikken en wegen buiten de tunnel aan de kant gezet en Siron opende de portier.
'Niet te lang wegblijven!' riep zijn moeder hem na, Siron knikte, dat was hij toch al niet van plan.
Zijn benen brachten hem naar het voetpad in de tunnel, dat met een trap omhoog ging en staarde naar boven. Geen twijfel mogelijk.
'Hey!' riep hij en twee bruine ogen keken hem nieuwsgierig aan. 'Wat ben je aan het doen?' vroeg hij en zag dat het paar ogen steeds dichterbij aan het komen waren. Een minuutje later zag Siron een soort schommel naar beneden zakken aan twee magische draden. Op de schommel zat een meisje, vijf jaar jonger dan hij was en daarmee beschouwde hij haar als een jaar of zes.
'Wat ik doe?' vroeg ze toen het emmertje, dat aan de onderkant van haar schommel vastgebonden zat, de grond raakte. 'Ik zoek naar goud!' Een glimlach speelde op haar gezicht en een plukje haar bungelde boven haar wenkbrauwen zachtjes heen en weer. Haar bruine huid zat onder de zwarte strepen die waarschijnlijk van de tunnel afkomstig waren. Op haar hoofd tussen haar vele haar zat een bril die waarschijnlijk voor bescherming zou moeten zorgen en op magie leek te werken. Siron nieste. 'Gezondheid,' zei het meisje.
'Goud?' vroeg Siron terwijl hij zijn hand onder zijn neus heen er weer wreef en keek het meisje aan dat nu de veiligheidsbanden die haar verbonden aan de schommel losmaakte.
'Ja,' zei ze lachend en Siron zag dat ze een tand miste aan de bovenkant van haar gebit naast haar rechter hoektand.
'Dat kan helemaal niet,' zei Siron en probeerde zijn bril weer recht op zijn neus te zetten.
'Hoezo?' vroeg het meisje terug.
'Het bestaat niet.'
'Nee hoor,' zei ze en haar donkere krullen schudden met haar hoofd mee heen en weer.
'Jawel, papa zegt het.' Het meisje schudde weer haar hoofd heen en weer.
'Wil je het zien?' vroeg ze en Siron keek haar verbaast aan. Vrolijk liep ze naar de emmer toe en mysterieus haalde ze er iets uit. Ze ging op haar tenen staan en reikte haar handen uit. Toen die voor zijn ogen waren lieten haar vingers zien wat er in haar handen lag. Sirons ogen werden drie keer zo groot, want in de twee kleine handen voor hem lag een schubvormig stuk goud. Verbaast haalde hij adem en het meisje trok haar handen terug. Ze drukte de goudschub stevig tegen haar borst aan en bekeek de jongen voor haar van top tot teen. Kieskeurig keek ze naar zijn zwarte haar dat als een vogelnest op zijn hoofd zat. Naar zijn groene ogen die verstopt achter twee te grote brillenglazen zaten en licht afstaken tegen zijn lichtbruine huid. Ze keek naar zijn neus waar aan de onderkant opgedroogd snot te zien was en naar zijn kleren die duidelijk meer dan twee maten te groot waren.
'Er zit waarschijnlijk meer goud hier verstopt,' zei ze uiteindelijk met een lichte twinkeling in haar ogen, hij zag er betrouwbaar genoeg uit.
'Echt?' vroeg Siron, ze knikte. 'Dat geloof ik niet.' De ogen van het meisje werden groot van ongeloof. Hij had het goud toch gezien? Wat was er niet aan te geloven? Ze was sprakeloos.
'Dit is waarschijnlijk nep,' zei Siron en gebaarde naar de schub. 'Het is een mythe, net zoals dat draken in de tijd van het "goud" kostbaarheden stalen, want dat doen ze niet. Nooit gedaan.'
'Je liegt,' wist het meisje uit te brengen.
'Vraag maar aan een draak,' zei Siron. 'Die van je ouders bijvoorbeeld.'
'Mijn papa's hebben geen draak...' zei ze zacht en keek verloren naar haar voeten.
'Maar iedereen heeft toch een draak?' zei Siron verbaast terwijl hij aan zijn neus krabde die jeukte van het moment dat hij de trap die in de tunnel liep op was gelopen. Hij had het gevoel dat hij binnenkort weer zou niezen. 'Zijn jouw papa's dan niet van academie gekomen?' Het meisje schudde haar hoofd.
'Papa Armis is monteur en papa Tero vindt dingetjes uit, geen draak...' zei ze teleurgesteld.
'Sorry, dat wist ik niet,' zei Siron en keek nu ook richting de grond.
'Siron!' De stem van Sirons moeder schalde opeens door de tunnel en hij keek op.
'Dag, mijn mama roept.' Het meisje keek nu ook op en hij zag dat haar tranen een spoor hadden achtergelaten in de vuilstrepen op haar gezicht.
'Het goud is echt,' zei ze zacht. 'Drakengoud bestaat.' Siron kon het niet over zijn hart verkrijgen nog een keer te zeggen dat het niet zo was en knikte alleen maar.
'Doei,' zei hij zacht en liep naar zijn moeder toe die een beetje ongeduldig stond te wachten.
'Waarom duurde dat zo lang?' vroeg ze. 'En wat wilde je in Harehe's naam uitzoeken?'
'Ik dacht dat ik goud zag liggen,' zei Siron en zijn moeder begon te lachen.
'Ik dacht dat je al uit die fase was,' zei ze lachend en stak haar hand uit. 'Kom, je vader wil naar huis.'
Zonder enige vorm van tegenwerking stapte Siron de auto in en ze begonnen te rijden. Nog een keer keek hij om, alsof hij wist dat zijn tweede ontmoeting met dat meisje pas over twaalf jaar zou plaats vinden.

Eigenlijk zou dit oorspronkelijk het proloog zijn, maar ik wilde een ander begin dat meer stand van zaken bij de krimin zou laten zien... Dus is dit een beetje verplaatst >.<
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top