7

One young wolf has a larger heart
Than all these men combined
Fight, little wolf, fight
- Little Wolf, Jorge Rivera-Herrans

'Laat me eruit!' Robinn sloeg met woedende vuisten op de deur van haar eigen huis. Opgesloten worden is sowieso al vreselijk maar je eigen huis als gevangenis is toch nog net iets erger.

'Maak je geen zorgen jongen, wanneer het monster dood is, zal de grip die hij op haar heeft ook verdwijnen,' sprak haar leugenachtige grootmoeder sussend. Ze kon haar vader niet horen of zien maar ze wist dat hij waarschijnlijk instemmend knikte. Ze kon niet geloven dat hij niet naar haar had willen luisteren. Dat hij haar niet geloofde.

Ze bleef woedend op de deur bonken en schreeuwen want dat was het enige dat ze voorlopig kon doen. Het licht dat onder de deurspleet kwam werd langzaam zachter en de schaduwen die onder de deur zichtbaar waren verdwenen. 

Robinn zakte vermoeid en beroofd van al haar vechtlust op de grond. Jagers huilen niet, dacht ze. Ze tonen geen zwakte, nooit. Toch kon ze de kracht niet vinden om haar tranen terug te dringen, laat staan ze weg te vegen. Als een rode jager zijn betekende dat je onschuldige wezens of vrienden moest afslachten, dan wou ze er niets mee te maken hebben.

Dus ze liet haar tranen lopen voor het eerst in jaren. Ze huilde om haar moeder, om Finn, om haar vader die haar niet geloofde en om zichzelf. Om het meisje dat ze op deze lange weg vol gruwelijkheden was kwijtgeraakt en weer had teruggevonden. Te laat.

---

Hij hoorde een dof geluid tegen de deur. Het teken dat zijn dochter was gaan zitten en het had opgegeven. Hij leidde een zee van rode mantels het woud in, maar kon zich niet focussen op zijn taak. Hij moest de hele tijd aan zijn dochter denken.

Robinn was altijd al een vechter geweest. Toen haar moeder overleed, wist ze zich te redden in zijn afwezigheid. Hij had haar ooit moeten tegenhouden toen ze een ander kind aan het slaan was nadat er een gemene opmerking over Freya gemaakt was. Ook had hij haar eens op de vingers moeten tikken voor het stiekem voederen van de gevangenen. Toch liep ze altijd met een rechte rug weg en dan zag hij zoveel van Freya in haar.

Freya had haar opgevoed tot een lief, meelevend meisje en zonder dat hij het gemerkt had, was dat meisje verdwenen. Ze was geobsedeerd geraakt door trainen en wraak. De precisie waarmee ze de oefenpoppen van hun denkbeeldige leven beroofde was beangstigend. Het vuur van wraak dat in haar ogen brandde, was heter dan duizend kampvuren.

Hij mocht dan een groot deel van zijn dochters leven gemist hebben maar ook hij kon zien dat het donkere pad dat ze was ingeslagen geen weg was die haar gelukkig maakte. De laatste weken toen de jacht steeds vruchtelozer werd, werd Robinn lichter, blijer. Zijn moeder had geopperd dat er iets niet helemaal in de haak was, maar haar stralende gezicht had al zijn zorgen weggenomen.

Nu werd hij overspoeld door zorgen. Ze was compleet doorgeslagen op het dorpsplein. Ze had geschreeuwd dat de schrikwolf een jongen was, dat die jongen haar vriend was en dat hij haar moeder niet gedood had.

Alles wat ze gezegd had was klinkklare onzin geweest.

Het brak zijn hart om zijn dochter zo te zien, volledig bezeten door het monster dat haar dit allemaal had aangedaan. Wat hem nog het meest uit het veld sloeg, was dat ze de strijd leek op te geven. Dat was niet de Robinn die hij kende.

Ze zou zichzelf wel weer worden wanneer het monster dood was en Freya eindelijk gewroken was. Dan zou alles weer zijn zoals het hoorde te zijn.

---

Robinn kon niet inschatten hoelang de jagers al weg waren. Zouden ze Finn al gevonden hebben? Al gedood hebben?

Ze maakte zichzelf wijs dat ze het zou voelen als ze Finn pijn deden. Dat er een kosmische verschuiving zou plaatsvinden in haar wereld, maar ze had het niet gevoeld dat haar moeder dood was tot ze het levenloze lichaam met haar eigen ogen zag. Dus waarom zou dat nu anders zijn. Haar moeder was naast Finn de enige persoon die haar ooit echt gekend had. Wanneer Finns leven hem ontnomen zou worden, stierf de laatste persoon die Robinn echt kende. Ze wist diep vanbinnen dat de jagers er alles aan zouden doen om deze echte Robinn ook uit te wissen.

Haar ogen vielen op haar moeders bijlen die boven de haard hingen. 'Wat moet ik doen, mam?'

Ze liep naar de bijlen en nam ze uit hun standaards boven de haard. Er was toch niemand om haar tegen te houden. Ze hadden een vreemd gewicht in haar handen maar toch voelden ze vertrouwd.

'Bloed is niet altijd het antwoord, Ro. Dat mag je niet vergeten.'
'Ik dacht dat ik moest onthouden dat ik nooit mocht opgeven,' had ze verward geantwoord.
'Wel dan zijn er twee dingen die je nooit mag vergeten, denk je dat je dat kan?'
'Ik ben het niet vergeten mam,' fluisterde Robinn. 'Bloed is niet het antwoord.' Ze nam de bijlen nu stevig vast. 'En ik geef niet op.'

Met een luid gekraak raakte de eerste bijl de houten voordeur, nog een slag en ze kon naar buiten kijken. Met haar laatste slag had ze opeens een weg naar de vrijheid. Zonder te aarzelen nam ze haar moeders rode mantel van de haak en bond ze haar haren stevig samen.

Het uur van de wraak waar ze al die jaren op gewacht had, was eindelijk aangebroken maar niet zoals ze het zelf verwacht had. Het was tijd om een aantal zaken recht te zetten. Niet voor haarzelf. Niets wat ze nu deed kon haar wonden helen, maar voor de onschuldige wezens van het woud was het nog niet te laat.

Ze vloog door het woud. Voor een groep van elite jagers die zich ongemerkt hoorden te kunnen verplaatsen, hadden ze toch een duidelijk spoor voor haar achtergelaten. Takken waren bruut afgebroken en hier en daar hadden hun toortsen planten vlam doen vatten.

Ze passeerde zonder te vertragen de plek waar ze Finn voor het eerst ontmoette, hun plekje bij de beek en de plekken waar ze plannen tegen de jagers beraamd hadden.

Een hoog gejank trok haar aandacht. Onmiddellijk en zonder te aarzelen, veranderde ze van koers.

'Finn,' schreeuwde ze terwijl ze zich een weg door het struikgewas hakte. De takken leken haar vast te grijpen, alles om deze jager tegen te houden, maar met haar moeders bijlen vocht ze zich een weg erdoor.

Ze brak door het struikgewas en arriveerde op een van de weinige plekken in het woud waar het maanlicht de grond kon raken. Robinn kon niet genieten van dit magische tafereel want in het midden van de open plek stond – omringd door een kring van jagers – de schrikwolf te grommen naar iedereen die dichterbij wilde komen.

Haar vader en grootmoeder naderden elk van een kant met geheven wapens.

'Nee,' gilde Robinn. Ze stormde recht door de muur van verraste jagers heen om bij Finn te geraken en ging toen tussen hem en haar grootmoeder in staan. Even was iedereen te verrast om te bewegen, een perfecte stilte daalde neer over het woud.

'Freya...' Haar vader brak met een verstikte stem de volmaakte rust. Zijn ogen waren groot van verbazing en even leek hij vast te zitten in zijn eigen herinneringen. Secondenlang hield Robinn haar vaders blik vast en ze voelde duizend onuitgesproken woorden heen en weer gaan.

'Robinn, ga opzij,' beval haar grootmoeder. Robinn wendde haar blik af van haar vader en keek nu naar haar grootmoeder. Het ontging haar niet dat haar grootmoeders zwaard geen millimeter liet zakken hoewel het haar bloedeigen kleindochter was die nu in de vuurlinie stond.

'Nee.' Dat kleine woordje van een lettergroep echode over de open plek. Iedereen leek zijn adem in te houden.

'Dat monster heeft je moeder vermoord, liefje. Dus als je niet van plan bent om zelf wraak te nemen, ga dan opzij zodat een ander Freya wel kan wreken.'

Robinn gooide haar hoofd in haar nek en lachte op een bijna maniakale toon. Ze zag enkele jongere jagers nerveus heen en weer schuiven met hun voeten.

'Grappig toch dat in zoveel leugens een kern van waarheid kan zitten, he grootmoeder.' Robinn stak een van de bijlen in haar riem en met de andere telde ze op haar vingers. 'Er is inderdaad een monster, een moordenaar en een wreker, hier aanwezig. Al zijn die rollen toch iets anders toebedeeld dan jij altijd gezegd hebt. Is het niet?'

De hele groep was muisstil. Ieders aandacht was gericht op het gesprek dat Robinn met haar grootmoeder voerde. Haar grootmoeder trok een zuur gezicht en opende haar mond, maar Robinn onderbrak haar. Ze wist hoe hard haar grootmoeder dat haatte.

'Zeg het dan, beken,' beet Robinn haar toe. 'Voor een rode jager ben je de grootste lafaard die ik ooit gezien heb. Alhoewel, een rode jager die een zusterjager vermoord, heeft niet echt het recht meer om een jager te zijn. Denk je niet?'

Haar grootmoeders ogen vernauwden en ze haalde met een woedende schreeuw uit naar haar kleindochter. Voor een dame op leeftijd kon ze nog verrassend snel en hard uithalen. Robinn kon maar net op tijd haar tweede bijl trekken om het zwaard op te vangen en Finn tegen de klap te beschermen.

Helaas was Robinn iets te traag om de tweede klap op te vangen en ze voelde hoe haar grootmoeders zwaard in haar schouder sneed. Gefrustreerd schreeuwde ze en haalde ze uit naar haar grootmoeder, niet met het doel haar te raken maar wel om ervoor te zorgen dat ze een stap terug zette.

Achter haar trok haar vader vertwijfeld zijn dolken. Na even te aarzelen, viel hij Finn aan.

Finn ontweek de aanval en ondanks zijn verwondingen wist hij haar vader omver te werpen. Hij drukte met zijn voorpoten op haar vaders borst en hij beet in zijn arm tot hij zijn wapens liet vallen.

'Finn,' schreeuwde Robinn. Voor zover een wolf schuldbewust kon kijken liet Finn haar vaders arm los, maar hij bleef met zijn poten op zijn borst staan. Robinns vader kreunde onder het gewicht van het grote beest.

Robinn raakte afgeleid door het tafereel en zag de wandelstok van haar grootmoeder die ook dienst deed als schede niet aankomen. Ze werd op volle kracht tegen de zijkant van haar hoofd geslagen en viel op de grond. Een luide pieptoon ging door haar hoofd, voor haar ogen verschenen zwarte vlekken. Door de dansende vlekken heen kon ze zien hoe haar grootmoeder over haar heen stapte en Finn langs achteren besloop. Finns focus was volledig op haar worstelende vader gericht en haar vader wisselde op zijn beurt een blik uit met haar grootmoeder.

Robinn probeerde overeind te komen maar de klap op haar hoofd ha d haar uit balans gebracht. Met alle kracht die ze in zich had, probeerde ze zich op haar armen door het slijk richting haar vriend te trekken. Haar vader rijkte naar zijn gevallen dolk en nam die in zijn vrije hand. Hij spande zijn spieren op klaar om Finn recht in zijn zij te steken.

Verslagen liet Robinn zich terug in het slijk vallen. Dit was het dan. Ze zou lijdzaam moeten toezien hoe haar bloedeigen familie haar enige vriend neerstak. Haar moeder had de hele missie van de rode jagers willen omgooien, maar nu op dit moment wist Robinn dat dat niet kon. Deze mensen waren te vastgeroest in hun denkwijze.

Misschien was het de klap op haar hoofd, maar ze kon zweren dat ze haar moeder naast zich zag neerknielen. Haar moeder stak haar hand uit. Robinn zag wel hoe die haar wang liefdevol aanraakte, maar ze kon het tot haar groot verdriet niet voelen. Misschien was dit wel de zwaarste klap die ze in dit gevecht al had moeten incasseren. Het feit dat haar moeder zo dichtbij was, maar nog altijd zo ver weg.

Ro, het is niet het vergoten bloed dat ons definieert als rode jagers, maar het is het vermogen om te blijven vechten voor waar we in geloven. Om te blijven beschermen wat goed is. Zelfs als we vallen, staan we weer op en vinden we een nieuwe manier om wat ons tegenhoudt te verslaan.

Robinn hoorde haar moeders stem in haar hoofd maar de mond van haar moeder, die nog steeds teder haar wang aanraakte, bewoog niet.

Bloed is niet altijd het antwoord en rode jagers geven niet op.

De geestverschijning van haar moeder stond op. Ze keek nog een laatste keer liefdevol naar Robinn en keek dan even naar haar echtgenoot voor ze weer verdween.

Strijdvaardig plantte Robinn haar hand plat op de grond en duwde ze zich recht. In een fysiek gevecht kon ze niet winnen. Het zou de oneindige cirkel van geweld alleen maar in stand houden.

Ze had een ingeving. 'Pap kijk naar je arm,' gilde Robinn. 'Kijk naar de beetwond, denk aan mams lichaam en kijk dan naar mijn arm.' Robinn stak haar arm zo hoog als ze kon in de lucht. Het bloed stroomde langzaam uit de wond naar beneden en druppelde via haar elleboog op de grond.

Eerst keek haar vader haar alleen maar nadenkend aan. Je kon hem zien puzzelen met de info die nu voor hem lag. Robinn dacht dat ze voor zo'n jong persoon al veel erge dingen had gezien, maar toen haar vader besefte wat er die noodlottige nacht echt gebeurd was, die shock was van een volledig ander niveau.

Het was een steeds herhalend hartzeer. Het was de ergste vorm van verraad die een persoon kon voelen en alles wat Robinn op dat moment kon doen was toekijken hoe het hem van binnenuit verwoestte zoals het haar verwoest had.

Haar vader keek naar de dolk in zijn hand en liet die vol walging vallen. Hij nam Finns wolvenhoofd vast en drukte zijn voorhoofd tegen dat van hem terwijl ze hem zachtjes de woorden 'het spijt me' hoorde prevelen.

Finn haalde zijn voorpoten van haar vaders borst en keek heen en weer tussen Robinn en haar vader om uiteindelijk zijn blik op Robinn te laten rusten. Alsof hij wilde zeggen: 'Ik zei toch dat ik het niet gedaan had.'

Robinn rende naar haar vader toe en omhelsde hem voor wat het eerst in jaren voelde. 'We gaan Freya... we gaan je moeders herinnering eren, Ro. Dat hadden we lang geleden al moeten doen. Geen onschuldige moorden meer. Het is tijd dat de rode jagers de beschermers worden die ze altijd beweerden te zijn.'

Er ontsnapte een luidde snik uit Robinns mond toen ze zei: 'Dat zou ik fijn vinden.'

Robinn wist niet of de rode jagers die al die tijd rond hen gestaan hadden honderd procent begrepen wat er op dat moment allemaal aan het gebeuren was, maar hun leider die besloot hun grootste vijand niet te doden terwijl hij wel de kans had, was een sterker signaal dan haar moeder ooit had kunnen geven. Ze lieten allemaal één voor één hun wapens met een zachte plof op de bosgrond vallen en deden hun rode kappen af.

'Nee,' krijste haar grootmoeder, 'nee dit is niet hoe het hoort te gaan. Wij zijn de rode jagers, de laatste linie tussen de mensen en dit soort monsters.' Er straalde zoveel haat uit haar wijzende beweging naar Finn dat de imposante schrikwolf een stap achteruit zette.

'Wie is hier het echte monster grootmoeder?' vroeg Robinn haar.

Robinns vader maakte een knikje naar een van zijn mannen die onmiddellijk in beweging kwam om haar grootmoeder vast te grijpen. Walging en ongeloof streden om voorrang op zijn gezicht.

Haar grootmoeder ontweek de mannen vakkundig en Robinn zag wel waarom haar grootmoeder gezien werd als een van de grootste jagers van haar tijd.

'Als jullie het niet doen doe ik het zelf wel.' Elke seconde leek een eeuwigheid te duren. Robinn zag hoe haar grootmoeder een van de bijlen die Robinn eerder had laten vallen opraapte en met een dodelijke precisie naar Finn wierp. In haar grootmoeders ogen moest dit vast een poëtische vorm van wraak zijn. De schrikwolf gedood door de wapens van zijn twee enige vriendinnen, Freya en Robinn.

Finns ogen werden groot toen hij besefte dat ontwijken geen mogelijkheid meer was.

Robinn schreeuwde, duwde haar vader opzij en sprong.

Terwijl de ochtend aanbrak, kleurde de bosgrond bloedrood. Het was onmogelijk om te zien waar het bloed begon en de mantels ophielden die radeloos de wond dicht drukten. Wanhopige kreten verstoorden de rust van het woud. Bevelen werden paniekerig uitgedeeld.

Te midden van al die chaos klampten twee vrienden zich aan elkaar vast. De ene smekend dat de andere moest blijven omdat ze nog zoveel gingen veranderen, terwijl de andere bij iedere zwakkere ademhaling dreigde weg te glippen.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top