3
I'm picking up the scent, it seems we're on the right trackThe moonlight's on the rooftops, the wind is at our backsWe're living in the shadows, we're living for the chaseOur legacy is in our sights, so let's pick up the pace
- We own the night, Chandler Kinney & Pearce Joza
Boven Robinns hoofd weefden de takken zich in elkaar als een onvolmaakt web van traliën. Tussen de takken en bladeren door straalde het rode licht van de bloedmaan. Het rode licht gaf het woud een spookachtige gloed. Zodra de leerling jagers ver genoeg in het woud waren, verdwenen ze in kleine groepjes in alle richtingen. Robinn dwaalde zoals verwacht alleen door het woud. Haar jagersinstincten leidden haar naar de beek want ook monsters moesten drinken.
Aan de beek vond ze alleen een dorstig calydonische zwijn dat met veel lawaai in het kreupelhout verdween toen hij haar opmerkte. Het zwijn was terecht bang, ze was dan ook een rode jager. Of dat zou ze na vannacht zijn, wanneer ze het hoofd van de schrikwolf voor haar vaders voeten liet vallen.
Ze zuchtte. De hemellichamen schoven genadeloos verder en ze voelde haar tijd door haar vingers glippen.
Enkele meters verderop brak er een tak. Ze schrok en klom zo snel mogelijk in een boom waarbij ze haar been openhaalde aan een tak. Ze siste door de plotse pijn.
Onder haar rende Boris gillend voorbij op de voet gevolgd door een krijsend calydonisch zwijn, misschien was het wel hetzelfde zwijn van eerder bij de beek.
Robinn rolde gefrustreerd met haar ogen. Als de schrikwolf in de beurt was geweest dan was dat nu vast niet meer het geval. Boris jaagde met zijn gegil niet alleen alle monsters in de wijde omtrek weg, maar Robinn had ook zijn waardigheid in de tegenovergestelde richting zien wegvluchten. Personen zoals Boris behoorden tot de volgende generatie rode jagers die de mensheid moeten beschermen tegen wezens zoals dit calydonische zwijn dat met zijn meters grote omvang huizen in puin kon veranderen en mensen in een zak van gebroken botten en gescheurde spieren kon veranderen.
Robinn zuchtte diep. Als hij de persoon was die de mensheid zou redden van de ondergang dan vroeg Robinn zich oprecht af hoelang de mensheid het nog zou trekken.
Ze haalde met tegenzin haar boog van haar schouder en legde een pijl aan. Ze haalde diep adem, richtte met een dodelijke precisie. Even aarzelde Robinn. Nu ze nog eens goed keek was het monsterlijke zwijn eerder een paniekerig biggetje. Een biggetje met een moeder die waarschijnlijk naar hem opzoek was. Robinn voelde rillingen langs haar rug omhoog kruipen.
'Aarzeling wordt je dood. Geweld is altijd het antwoord bij dit soort wezens,' hoorde ze haar grootmoeder zeggen. Ze ademde diep in en probeerde haar moeders liefdevolle gezicht even te vergeten. Ze ademde uit en liet de pees los. Haar pijl boorde zich diep in het hart van het zwijn. Het zwijn kwam met een dreun op de bosgrond terecht. Het had zelfs niet meer de kans gehad om te beseffen wat hem overkwam. Een vlaag van schuldgevoel overviel haar.
Een geschrokken Boris draaide zich om en zijn ogen werden groot toen hij het beest daar zo zag liggen. Robinn sprong uit de boom en lande gracieus op de vochtige bosgrond. Ze deed alsof ze wat vuiltjes van haar broek klopte en rechtte daarna haar rug om Boris streng aan te kijken. Haar broek was niet echt heel vuil geweest, maar ze had een momentje nodig gehad om zichzelf weer bij elkaar te rapen en het schuldgevoel de kop in te drukken.
Ze was een jager. Ze was hard. Ze was koud. Ze voelde niets bij de dood van dit monster want dat was wat dat beest geweest was. Een monster.
'Dat zwijn is van mij. Ik was erop aan het jagen,' piepte Boris. Hij hoestte luid om zijn iets diepere stem weer boven te halen. 'Ik bedoel, dat zwijn is van mij. Blijf er met je handen vanaf.'
Robinn keek hem verbaasd aan. Ze wist niet waarvoor ze eerst in lachen moest uitbarsten het feit dat hij sprak alsof hij een muis had ingeslikt of het feit dat hij nog het lef had te zeggen dat hij de eigenaar was van deze vangst.
'Ben je er zeker van dat jij degene was die op het zwijn aan het jagen was? Verbeter me gerust hoor maar het leek alsof het zwijn op jou aan het jagen was. Die aparte maar interessante techniek moet je me maar eens uitleggen wanneer je niet gillend door het woud rent,' zei Robinn spottend.
Boris liep zichtbaar nadenkend rond het zwijn. Dit zeldzame moment was pijnlijk om naar te kijken, dacht Robinn. Ze wist zelfs niet dat nadenken iets was dat Boris kon.
Zijn botte opmerking kwam te laat om haar op volle kracht te raken, maar begrijp dit niet verkeerd het raakte haar wel. 'Ik ben verrast dat je de pees kon loslaten wetend wiens dochter je bent natuurlijk.'
Zonder te aarzelen, stompte Robinn hem keihard in zijn maag. Boris klapte dubbel en haalde happend naar adem. Bruut trok Robinn Boris aan zijn haar overeind. 'Voor de duidelijkheid mijn moeder was een geweldige jaagster en hoewel je het niet gezegd hebt, zal ik het zelf maar vermelden. Ik hoef mij niet te verstoppen achter mijn vader. Ik ben capabel genoeg om mijn eigen wapens vast te houden.' Robinn liet hem los en hij zakte direct op zijn knieën.
Haar moeder had haar altijd aangemoedigd om meer met de andere kinderen om te gaan, maar terwijl ze op Boris neerkeek was ze blij dat ze dat nooit gedaan had. De kinderen hadden dezelfde hatelijke opmerkingen overgenomen die het haar moeder steeds zo moeilijk hadden gemaakt. Hoe kon ze met hen omgaan als ze allemaal zó waren. Ze waren allemaal zo vol van zichzelf en kleineerden anderen met de precisie waarmee ze eigenlijk hun wapens moesten hanteren.
Robinn knielde neer naast het dode calydonische zwijn en merkte op dat het zwijn helemaal niet zo groot was. Het moest een biggetje geweest zijn. Hoewel ze vijf minuten geleden nog trots was geweest op haar prestatie, voelde ze toch een onmiskenbare steek van verdriet.
Een bloedstollende huil deed haar opschrikken. Haar hoofd richtte zich onmiddellijk in de richting van het geluid.
'Wa- wa- at was dat,' piepte Boris die snel recht kroop en zijn dolk op de meest foute manier schichtig heen en weer zwaaide. Robinn herkende het geluid. Ze had het gehoord op de avond dat ze haar moeder verloor en elke bloedmaan erna had het gehuil haar in haar nachtmerries gevolgd.
'Schrikwolf,' fluisterde Robinn. Haar hand zweefde boven haar pijlenkoker. Haar zenuwen stonden strak gespannen. De gigantische witte wolf kwam langzaam uit het struikgewas geslopen. Met een doffe plof hoorde Robinn hoe Boris zijn dolk liet vallen en schreeuwend de benen nam.
'Wat een held,' mompelde Robinn terwijl ze haar positie verstevigde. Er was nu geen plaats voor Boris in haar gedachten. Dit was het moment waarop ze gewacht had.
De schrikwolf die hongerig aan het dode lichaam van het calydonische zwijn rook, merkte haar op en kwam zonder te aarzelen razendsnel in beweging. Robinn loste vlug enkele pijlen die allemaal hun doel mistten. De schrikwolf was razendsnel in al zijn bewegingen. Hij besprong haar en ze kon nog maar net op tijd wegrollen. Grommend landde de schrikwolf op de plek waar Robinn net nog stond.
Robinn kwam snel weer overeind net zoals haar grootmoeder haar geleerd had. 'Je moet dichterbij komen als je hem wil raken,' herinnerde haar grootmoeders stem haar. Robinn liet haar boog vallen en nam haar dolk stevig in de hand. Ze had haar dolk nog maar net in de aanslag toen de schrikwolf al een nieuwe aanval inzette.
Opnieuw kon ze de aanval maar op het nippertje ontwijken. Gefrustreerd draaide ze zich opnieuw naar hem om en op exact hetzelfde moment schoten ze naar elkaar toe.
Op volle kracht ramde Robinn en de schrikwolf elkaar, maar de schrikwolf was veel zwaarder en bracht haar uit haar evenwicht. Met een klap kwam ze op de vochtige bosgrond terecht. De wolf hing boven haar gezicht en al wat ze kon zien waren zijn grote, glanzende, bebloede tanden. Een druppel warm speeksel viel op haar gezicht en als ze zich niet in zo een benarde situatie bevond dan had ze het van haar gezicht geveegd, maar haar angst was sterker dan haar gevoel van walging.
Robinn draaide voorzichtig het mes om in haar hand zodat het beter lag. Ondertussen gleden haar ogen van de tanden naar de ogen van de wolf.
Even bevroor ze. Ze wist niet wat ze had moeten verwachten, maar zijn ogen... zagen er zo menselijk uit. Enkele seconden keken ze elkaar diep in de ogen.
Toen haalde ze snel uit met haar mes. In een vlotte beweging sneed ze een groot stuk van zijn oor af. Ze voelde hoe het warme bloed op haar wang spetterde.
De wolf deinsde achteruit en probeerde met zijn logge voorpoot zijn oor af te dekken. Het bloed dat uit zijn oor spoot contrasteerde hard met zijn spierwitte vacht. De schrikwolf jankte van pijn en dat angstaanjagende geluid ging door merg en been. Zijn gehuil brak Robinns hart, ze kon niet ontkennen dat het iets menselijk had.
Ze moest hier weg voor de wolf zich herpakte. Robinn was misschien dan wel erg gebrand op haar wraak, maar ze was niet dom. Ze wist wanneer een tegenstander haar overklaste en wanneer ze een gevecht moest uitstellen.
Zonder te twijfelen griste Robinn het stuk oor van de grond. Het levenloze lichaam van het calydonisch zwijn moest ze achterlaten. Robinn zette het op een lopen en keek niet meer om.
Toch achtervolgden zijn ogen en zijn gehuil haar de hele weg naar huis.
Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top