17

Link schreeuwt het uit. Wat eerst een klein prikje was, is plotseling verandert in een withete pijn die vanaf zijn nek zijn hersenen in schiet.
Geschrokken opent hij zijn ogen en meteen kijkt hij in de diepbruine ogen van Don. Dons ogen staan verschrikt. Raar eigenlijk dat ogen verschrikt kunnen staan. Ogen zijn niets meer dan ballen met een gat erin, dus hoe kan dat verschrikt staan? Ja, een gezicht kan verschrikt staan, maar dan gebruik je het hele gezicht met alle spieren die daar bijhoren; dat is toch iets meer dan een oog. Het oog heeft ook wel spieren, maar die zie je niet echt in werking aan de buitenkant. Toch staan Dons ogen verschrikt. Of meer nog, in paniek. Net zoals dat je in de ogen van de aanvaller kan zien wanneer hij of zij aanvalt, zo kan je in Dons ogen zien wanneer hij of zij in paniek is. Het is niet aan te wijzen hoe, maar Link ziet het.

Terwijl hij dit zo allemaal aan het bedenken is, voelt hij iets langs zijn nek stromen. Een deel blijft plakken aan zijn huid, terwijl de rest door zijn kraag over zijn borst en rug loopt. Als hij naar beneden kijkt, krijgt hij bijna een hartverzakking. In zijn nek zitten twee lange, diep halen waar bloed uit stroomt. Vlekken dansen voor zijn ogen en hij proeft iets zuurs in zijn mond. Zijn ademhaling versnelt en zijn hartslag schiet omhoog.

"Ik ga dood, oh help ik ga dood!" Hij wankelt en zakt door zijn benen. Twee sterke armen vangen hem op en hij probeert om hoog te kijken. De energie ontbreekt hem daar echter voor en hij sluit zijn ogen.

"Hé, Link. Open je ogen! Blijf bij me!" schreeuwt een stem, maar hij hoort hem maar half. Alsof hij achter een dikke muur van glas staat. Wat een cliché gedachte toch, die dikke muur. Beetje dom dat hij wel de energie heeft om zich over dat te verwonderen, maar dat hij niet even omhoog kan kijken. De muur wordt dikker en donkerder. Hij ziet alleen nog maar flitsen van Jeremy die wanhopig tegen hem schreeuwt en Milan die er hulpeloos bijstaat. Iets wordt tegen zijn wond gedrukt en hij kermt van pijn. De wereld wordt weer wat toegankelijker voor zijn brein en hij heeft de kracht om zich af te vragen waar Don is. Maar meer dan het zich afvragen komt hij niet.

Vlak voordat hij wegzakt in het duister dat hem omringt voelt hij dat Jeremy hem loslaat. Toch valt hij niet op de grond. Waar Jeremy alleen schreeuwde, geeft Don hem meteen een klap in zijn gezicht. Het helpt wel,dus kan hij zowaar verstaan wat Don zegt.

"Sorry, dat was niet mijn bedoeling. Ik ga het proberen op te lossen, maar jij moet stil blijven zitten oké?" Stil blijven zitten, hij zit niet eens! Don dwingt hem op zijn knieën en zegt nog iets, maar dat kan Link al niet meer verstaan. Dat doodgaan duurt best wel lang. In een film is iemand meteen dood. Als het een bijpersonage is tenminste; een hoofdpersonage sterft altijd tragisch en die scene duurt meestal een eeuwigheid. Hij zakt niet verder weg, wat hem verbaasd. Hij zou toch allang dood moeten zijn? Heel langzaam geeft zijn geest de strijd tegen het lichaam op en heel langzaam zakt hij weer weg. Plotseling komt er iemand bij hem binnen. Nee, niet op de seksuele manier, maar op de zielige manier. Daarmee wordt dus bedoeld dat er een extra ziel in zijn lichaam komt kijken. Als hij naar binnen kijkt, kan hij de zwarte randjes aan de ziel zien zitten.

"What the hell. Don?" De ziel reageert niet, verdwijnt en Link zakt eindelijk definitief weg.

                                                                    ☴ 

"Ja, sorry. We zullen het niet meer doen. Dahag!" Een deur wordt dicht gesmeten en Link opent zijn ogen. Pas na een aantal keer knipperen kan hij weer iets zien. Hij ligt op een bank. Als hij overeind probeert te komen, wordt hij tegengehouden door iemand.

"Jer, wat doe je?" vraagt hij na een blik opzij te hebben geworpen.

"Jou schoonmaken." Hem schoonmaken? Wat is er vies aan hem dan? Jeremy lacht en toont hem een babydoekje. Het doekje heeft allemaal rode vegen. Bloed? Na die gedachte zwermen al de herinneringen weer door zijn hoofd. Het kost heel even om ze allemaal een plek te wijzen, maar als dat gelukt is vraagt hij:

"Mijn wond..."

"Zit dicht. Er zit een stevige korst op. Vampierspuug dicht blijkbaar, " vult Jeremy aan.

"Dat gaan we dus mooi nooit meer doen," zucht Milan die net de kamer komt inlopen.

"Hè wat?" Daarop legt Jeremy Link even snel uit dat ze de ambulance hadden gebeld, maar dat dat uiteindelijk natuurlijk niet meer nodig was.

"Maar ja, dat kan je moeilijk gaan uitleggen aan de ambulancemensen," eindigt Jeremy zijn verhaal.

"Ja, dat snap ik eigenlijk wel. Je kan niet zomaar vertellen dat Don een vampier is. Waar is Don eigenlijk?" Nu komt hij wel met succes overeind en merkt hij tevens dat hij geen shirt aan heeft. Anders kan je natuurlijk ook niet schoonmaken. Hij kijkt rond en ziet Don op een stoel aan de keukentafel zitten.

"Hé." zegt hij zacht en dat is zo onDons dat Link nog eens beter gaat kijken of het wel echt Don is die daar zit. Het eerste wat hem opvalt is het kleine beetje rood wat in zijn mondhoeken zit. Er loopt een rilling over zijn rug als hij bedenkt wiens bloed dat is.

"Wat is er? vraagt Jeremy terwijl hij Links rug schoonmaakt.

"Laat maar," zegt hij. Er is nog iets anders met Don, maar hij kan zijn vinger er niet achter krijgen. Terwijl hij zich afvraagt waarom die uitdrukking die uitdrukking is, maakt Jeremy zijn rug verder schoon.

"Zo. Je bent weer schoon. Alsjeblieft," zegt hij even later. Op dat moment komt Milan, die blijkbaar weer was weggelopen, de kamer in gewandeld. In zijn handen houdt hij een paars shirt.

"Jouw shirt zit nog in de was, maar ik heb er hier wel eentje die jij denk ik wel past."

"Thanks. Jullie allebei," glimlacht Link terwijl hij het shirt aantrekt. Het zit wat strak rond zijn borst, maar verder zit het wel oké. Hij staat op, maar blijft even duizelig staan. Het lijkt wel of alles naar pixels gaat en weer terug naar gewoon beeld. Dat heeft hij wel vaker, dus hij maakt zich niet zoveel zorgen. Rustig loopt hij naar de tafel, grijpt een stoel, zet hem tegenover Don en gaat erop zitten.

"Zeg, wat is er met jou aan de hand?" vraagt hij veel te luid. Hij voelt de ogen van de anderen in zijn rug prikken, maar dat maakt hem niets uit.

"Niets." Het is zo overduidelijk dat er wel iets aan de hand is, dat Link in de lach schiet. Het levert hem alleen een boze blik op, maar zelfs die blik is vaag. Het is alsof Don die emotie niet voelt, maar gewoon een boze blik geeft omdat hij dat nou eenmaal altijd doet. Link zucht en buigt zich naar Don toe.

"Nee, echt. Ik weet dat er iets aan de hand is. Dat zie ik. Dus vertel het gewoon." Hij hoopt dat hij zacht genoeg heeft gepraat en blijkbaar is dat zo, want Jeremy en Milan verliezen hun nieuwsgierigheid en mompelen wat met elkaar. Het blijft echter tergend lang stil vanaf Dons kant.

"Kom op Don, wat wil je horen? Ik ben niet boos op je; je was in paniek en maakte een foutje. Ik ben wel flink geschrokken, maar ik verwijt het je niet," zegt Link uiteindelijk.

"Nee, dat is het niet." Don zucht en zwijgt opnieuw.

"Ik weet dat je bij mij binnen bent geweest," geeft Link toe. Dons ogen worden groot, maar net niet helemaal overtuigend. Alsof hij de verbazing niet echt meemaakt.

"Ik kan bij mensen die ik bijt naar binnen gaan ja. Maar dat is het ook niet."

"Verdomme, vertel het gewoon. Ik ben de enige die dit weet; ik zal het er met niemand over hebben, maar vertel met alsjeblieft wat je om het hart hangt." Link geeft zichzelf even een inwendig schouderklopje voor zijn taalgebruik. Bijna nooit lukt het hem de taal die hij in zijn hoofd spreekt, daadwerkelijk in het echt te gebruiken. Don zucht opnieuw zachtjes, kijkt schichtig om zich heen en fluistert:

"Ik kan jullie gevoelens meebeleven. En toen ik jou beet, voelde ik een vreemde emotie heel sterk van iemand afkomen. Ik raakte in paniek en sloot mij af. " Links wenkbrauwen schieten de lucht in. Dan denkt hij het te begrijpen.

"Dus nu heb je je afgesloten voor emotie?" Don knikt voorzichtig.

"Nou, hou daar eens even mee op dan!"

"Nee."

"Jawel! Dit kan niet, je kan niet leven zonder emotie." Blijkbaar realiseert Don dit zich nu ook, want hij sluit zijn ogen. Tijdens de seconden die volgen, vraagt Link zich af waarom Don zo makkelijk om te halen is. Normaal is hij niet zo meegaand.

"Niet schrikken," zegt Don alleen maar.
Link schrikt wel een beetje, want Dons gezicht vertrekt en een snik welt op uit zijn keel. Hij wiegt een beetje heen en weer totdat hij plotseling zijn ogen opent. Meteen valt het Link op dat zijn ogen veel levendiger staan en dat de lucht om hen heen veel meer Don lijkt te bevatten.

"Better?" vraagt hij.

"Better," antwoordt Don en beiden schieten in de lach.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top