5.1 Liborio dal Palazzo

~ Bella ~

"W-wie-wie ben jij en waarom heb je me hiernaar toe gebracht?" hakkelt Bella. Wie is deze jongen?

"Ik, mijn allerliefste Bella, ben Calogero." zegt hij grijnzend.

Bella kijkt hem nog altijd even angstig aan.

"Wat?" zegt de jongen, "Je weet niet wie ik ben?"

Bella schudt verlegen haar hoofd. Wat wilt hij toch van me? Ze hoort de jongen zuchten en voelt zich ongemakkelijk.

In eerste instantie lijkt deze jongen nu niet haar grootste vijand te zijn, maar aan de andere kant heeft hij haar wel half ontvoerd.

"Het spijt me, ik had je niet zo moeten laten schrikken", zegt 'Calogero'.

Hij scheurt een stuk van zijn brood af en geeft het aan Bella, die het voorzichtig aanpakt.

"Er zit geen vergif in hoor", zegt hij, als hij ziet dat Bella er geen hap van neemt.

"Bella, wie ken jij allemaal van je familie?" vraagt hij met gespleten ogen. Bella's ogen worden groot.

"E-euh", hakkelt ze, "euh..." Ze ademt diep in en herpakt zich. "Mijn broer, mijn zia en zio die voor mij zorgen, mijn nonna en een paar neven en nichten", fluistert ze.

Calogero knikt begrijpend. "Nou, dan zal ik je dit vertellen."

Hij pakt een dun boekje en geeft het aan Bella.

"Blader er maar even door." gebiedt hij haar.

Voorzichtig slaat Bella de eerste pagina om. Er staat een man op, die een medaillon vastheeft. Die ogen zijn zo... Zo herkenbaar, denkt ze fronsend.

"Je bladert verder tot je iemand ziet die je herkent", zegt Calogero.

Bella kijkt hem alweer met een angstige blik aan, maar Calogero negeert die blik. Ze zal snel genoeg weten wat ik bedoel, denkt hij zelfverzekerd.

Terwijl Bella leest, bekijkt Calogero haar eens.

Hij vraagt zich af of ze wel doorheeft hoe knap ze is. Moest hij nog niet verlooft zijn geweest, had hij graag met haar getrouwd. Maar hoe graag ik dat ook zou willen, dat zou haar dood worden.

Ondertussen bladert Bella door het boek.

De personen die ze ziet, lijken allemaal een beetje op elkaar. Ze kijkt naar de naam die ze onder een foto van een vrouw ziet. Valentina Dagli Zingari.

Even denkt Bella dat ze droomt. Dagli Zingari is de familienaam van nonna.

Geschrokken bladert ze haastig verder. En dan, dan ziet ze het. Caprice Dagli Zingari. Haar mond valt open en uit angst pakt ze het mes dat naast haar ligt vast en staat recht.

Calogero kijkt haar verbaast aan.

"Raak me niet aan", sist Bella. 

Haar ademhaling gaat sneller en haar hart bonkt enorm.

"Het maakt me niet uit wie je bent", zegt ze, "maar je laat mij met rust."

Haar ogen worden nog groter als Calogero rustig op haar afstapt en haar hand met het mes rustig vastpakt. Wat wilt hij van me? denkt ze angstig.

Hij kijkt haar recht in haar ogen aan en Bella kan zijn adem in haar gezicht voelen.

"Ik wil je geen kwaad doen, Bella", zegt hij.

Hij pakt het mes uit haar handen en legt zijn hand op haar schouder.

Bella weet niet wat ze moet denken. Waar komen al die jongens toch plotseling vandaan en wat moeten ze van mij? Mijn hoofd kan dit niet meer aan.

"Ik ben een achterneef, Bella. Ik ben de kleinzoon van degene die jou wilt vermoorden", fluistert Calogero.

~ Corrado ~

"U bent een nichtje van mijn oma?!" piept Corrado.

De kracht en standvastigheid die hij daarnet had, is als sneeuw verdwenen door de zon. Als dit een nicht van mijn oma is, wie is zij dan? Hoe kent zij mij? Hoe kent ze mijn verleden? Waarom kent ze mijn verleden?

Zijn gedachten slaan op hol en Corrado kan voor een moment niet meer helder nadenken. Alles duizelt. Bella. Als er iets met Bella gebeurt. Dat vergeef ik mezelf nooit. Alles, maar niet Bella.

"Hier jongen, drink op", hoort hij de oude vrouw zeggen.

Het meisje is al naar hem toegesneld met wat krachtige kruiden en al snel is Corrado zich weer van zijn omgeving bewust.

De vrouw kijkt naar hem. Lijkbleek ziet hij eruit. Oh jongen, het spijt me zo.

"Je houdt wel veel van je zus hè", zegt het meisje aarzelend.

Corrado knikt vermoeid. Hij ziet hoe het meisje in zijn ogen kijkt.

"Je kunt het, ik geloof in je en mijn nonna ook", zegt ze.

Corrado kijkt haar verbaast aan.

"Ja jongen, er is hier meer over je bekend dan dat je weet", begint de oude vrouw.

"Je nonna heeft vanaf dat Bella geboren is veel over jullie gepraat. Ze wist al vanaf het begin dat er moeilijkheden zouden komen", fluistert ze, terwijl ze een portret pakt.

Corrado snapt het nog altijd niet, maar heeft ondertussen wel al door dat nonna Caprice niet degene is die voor problemen heeft gezorgd.

"Dit is je bondgenoot", begint de vrouw.

Ze geeft het portret aan de nog altijd verbaasde Corrado en glimlacht.

"Dit, mijn lieve Corrado", zegt ze, "is Serafino di Nobiltà. Een zoon van je nonna's oudste zus."

Corrado kijkt haar verwart aan.

"Als je Justo nu wilt pakken, moet je nu actie ondernemen." zegt ze.

"Maar ik ben samen met Serafino dan de enige", piept hij, "wie past er dan op Bella?"

Nonna Ella knikt. "Jouw neef Nicolai en jouw achterneef Calogero zorgen daarvoor, m'n beste jongen."

~ Nicolai ~

"Vertel op, waar is ze?!" sist Nicolai. Oh wee als ik degene vind die haar heeft ontvoerd. Dat wordt zijn dood. De man voor hem kijkt hem angstig aan. 

"Ik zal u geen kwaad doen", probeert Nicolai nog eens.

"De jongeman is mijn vriend", hakkelt de man, "ik kan hem niet verraden."

Nicolai zucht luidop. "Dat kun je niet menen", sist hij.

Hij haalt zijn handen door zijn haar. Ik heb geen keus, Bella. Het is je enige redding.

"Ik zal hem geen kwaad doen", mompelt hij boos.

De man geeft hem een opgeluchte glimlach.

"Beloofd?" vraagt hij achterdochtig.

Nicolai zucht geïrriteerd. "Beloofd."

De man glimlacht voorzichtig.

"Zeg op." begint Nicolai. De man krijgt een kleur.

"Het is Calogero Dagli Zingari", hakkelt hij.

Nicolai kijkt hem aan. "Zeg dat je dat niet meent", zegt hij kwaad.

De man kijkt naar de grond. Nicolai duwt snel een muntstuk in zijn hand en verdwijnt weer in de velden. Ik zal je vinden, Bella.

~ Corrado & Carlo ~

"Colagero ook?" vraagt Corrado verbaast.

Nonna Ella knikt. "Ja jongen. Hij kent het verleden en zijn vader wilt dat hij je helpt op deze missie", antwoordt ze.

Corrado zet alles op een rijtje.

Er zijn dus meer mensen die dit weten, denkt hij. Bella is zo goed als veilig dan, toch?

"Dus Justo en Jovany hebben bijna geen kans", zegt Corrado opgelucht. 

Nonna Ella glimlacht.

"Ja, mijn jongen. Onze Padre in de Hemel heeft daarvoor gezorgd. Dio is een Dio Onniponente, vergeet dat nooit" zegt ze tegen hem, terwijl ze zijn handen in de hare houdt.

"Corrado", zegt Carlo plotseling, "het gevaar is nog niet geweken."

Corrado kijkt zijn vriend verrast aan.

"Als ik het goed begrijp", begint Carlo aarzelend, "is nonno Justo degene die Cristina heeft aangemoedigd om naar de bende van Modena te gaan"

Corrado zijn ogen worden groot. Che diavolo is Justo van plan?

"Justo is een achterbakse edelman", floept het meisje eruit.

Ze slaat geschrokken een hand voor haar mond.

"Eh... s-sorry, dat was nou juist n-n-niet de b-bedoeling", hakkelt ze.

"Dat is geen probleem, ik ben het roerend met je eens", mompelt Carlo.

Corrado is verbaast dat Carlo zijn gedachten uitspreekt. Dat doet hij anders nooit, denkt hij lachend. Direct komt er een valse glimlach op zijn gezicht.

"Justo zal deze keer zijn zin niet krijgen", sist hij.

Justo, hou je klaar, want wij komen eraan.

-------------------------------------

Italiaanse woorden:

Che diavolo: what the hell

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top