7

Er waren een paar weken voorbij gevlogen en Asyar hield zich dagenlang gedeisd.
Mitar was nu een echte leeuw sinds zijn transformatie. Ook al had hij geen offer bij zich. Een andere leeuw had deze gevangen en hadden ze samen met de hele stam verbrand.

Imra sprak amper tegen hem. Sinds hij haar broer had aangevallen moest Imra van Rasjia uit zijn buurt blijven. Dat deed hem pijn. Nu had hij niemand meer.

Zackyar kreeg zijn eerste lessen van koning Noryan, maar Mitar deed er alles aan om weer op te vallen bij zijn vader.
Hij liep vaak in zijn leeuwengedaante rond en trainde met andere leeuwen om zijn vaardigheden te verbeteren. Zo deed hij dit altijd wanneer Noryan met Zackyar door het dorp liep.
Noryan zag natuurlijk in dat Mitar hard zijn best deed om de liefde van zijn vader terug te winnen, maar Noryan wilde niet te snel reageren. Dus hij liet zijn zoon doorgaan met wat hij aan het doen was.

Asyar zat op zijn kamer toen zijn moeder binnenkwam op een warme zomerdag.

"Over een paar dagen is er een Bloedmaannacht," begon Lori en ging voor hem staan, terwijl hij op bed zat.

"Dat is toch om de 50 jaar?" vroeg Asyar en Lori knikte.

"Het zal groot gevierd worden met gevechten tussen de sterkste leeuwen van alle acht stammen," vertelde Lori. Ze leek er naar uit te kijken.
Elke leeuw wist dat het een eer was om een Bloedmaannacht mee te maken.

"Doen echt alle stammen mee?" vroeg Asyar nieuwsgierig en Lori knikte.

"De Zilvermaanstam, de Doodtandstam, de Maanbloedstam, de Zuidwoudstam, de Zwartklauwstam, de Nachtbloedstam en de Goudbloedstam," noemde Lori alle zeven namen van de stammen die naar de Klauwoogstam zouden komen.

"Jij bent toch van de Goudbloedstam?" vroeg Asyar toen.

"Ja, je grootvader komt je voor het eerst zien," zei Lori toen en Asyar begreep meteen waarom zijn moeder zo vrolijk was.
Hij voelde ook vreugde om zijn grootvader te zien. Hij had nooit begrepen waarom zijn moeders familie hem niet kwam opzoeken.
Maar Naryon had besloten om zijn gezin zo dicht mogelijk bij zichzelf te houden. Hij wilde niet dat er 'gepraat' werd, zoals hij dat zo noemde.

Maar de komst van de Bloedmaan dwong Naryon haar familie en stam uit te nodigen.

"Heb je al wat gegeten?" vroeg Lori en Aysar schudde zijn hoofd.

"Ik heb een konijnenstoofpot gemaakt. Zal ik een kom brengen?" vroeg ze en Asyar vond dat een goed idee.

Tijdens de dagen tot de Bloedmaannacht heerste er nog steeds spanning binnen het Stamhuis.
Asyar werd volledig genegeerd door Mitar en Imra. Ook Zackyar en Yaro spraken niet met hem.
Milanyia kreeg dit door en probeerde er met Lori over te praten. Maar diep vanbinnen wisten ze dat ze niks konden forceren tussen hun kinderen.

Toen brak de dag van de Bloedmaannacht aan en het hele dorp was de nacht er voor helemaal versierd met rode vlaggen en slingers.
De kinderen renden met zelfgemaakte vliegers waar zij een rode maan op hadden geverfd.

Asyar liep met zijn moeder en het dienstmeisje Ly door het dorp heen. Ze werden gegroet door de dorpelingen en Asyar zag hoe geliefd ze waren.

Ze kwamen bij een plein waar een kleine markt stond. De Klauwoogstam had geen groot netwerk als het aankwam op handelswaar.
Maar elke stam had zijn eigen specialiteiten. Zo werden er goederen onder de stammen verhandeld.

Nu stond er een markt die er speciaal voor de Bloedmaannacht stond. Er zou vanaf de middag tot aan de avond een feest zijn en daarna zou de Leeuwenkuil geopend worden.

"Prinses Lori, het is een eer om u te mogen zien op deze rommelige markt," zei een oudere vrouw.
Ze stond bij haar kraampje en had allerlei verschillende spullen op tafel staan.
Asyar bekeek de spullen toen hij met zijn moeder op de vrouw af liep.
Hij zag een glazen bol, dromenvangers, kleine poppetjes gemaakt van riet en kristallen. Ook zag hij boeken en sieraden.

"Dank u wel. Mag ik eens zien wat u verkoopt?" vroeg Lori beleefd en de vrouw knikte.

"Maar natuurlijk, uwe Hoogheid. Ik denk dat dit sieraad u prachtig zal staan," zei de vrouw en pakte een ketting met lichtroze kristallen.

"Wauw. Het is inderdaad prachtig," complimenteerde Lori en keek naar Asyar.

"Zie jij nog iets?" vroeg ze toen. "Je mag iets uitkiezen als je wilt?"

Asyar keek rond over de tafel, terwijl de vrouw aan Lori uitlegde dat de roze kristallen in de ketting Zandkralen heetten.

"Zandkralen absorberen maan- en zonlicht. Het mooiste aan deze kristallen zijn dat wanneer ze opgeladen zijn, u ze op de grond kunt gooien. Dan verschijnt er een bal van licht die de donkerste plek kan verlichtten," vertelde de vrouw uitbundig.

"Dat... wist ik niet. Dat klinkt... handig," zei Lori en bekeek de ketting.

"Voor hoe veel wilt u deze verkopen?" vroeg Lori, maar de vrouw gaf het gratis.
Ze zei: "Voor zo ver ik kan zien denk ik dat u dit licht goed kunt gebruiken. Er zijn donkere dagen op komst,".

Lori begreep de opmerking niet en keek weer naar haar zoon.

"Wat zit er in dat flesje?" vroeg Asyar nieuwsgierig en wees naar de andere kant van de kraam.

"Dit?" vroeg de vrouw en pakte het flesje.

"Vuurse Ondergang," zei ze toen en gaf het flesje aan Asyar. "Als je dit drinkt zal je hele lichaam bedekt zijn met vlammen. Wees gerust, ze schaden niet. Behalve hetgeen om hen heen. Want vuur laat sporen na,".

"Oke, Asyar. Laten we iets anders kiezen," haakte Lori in.

"Ik wil het," zei Asyar.

"Nee," ging Lori tegen hem in. "Hoorde je wel wat ze zei?"

"Ja, en jij zei dat ik zelf mocht kiezen," ging Asyar door. Lori wist dat hij gelijk had en zo erg was het toch niet?

"Zo lang je er maar niks mee doet," zei ze toen. "Hoe veel?"

De vrouw hoefde er geen geld voor. Vreemd, vond Lori. Waarom wilde ze er niks voor hebben?
Toch wilde ze er niet te lang over nadenken.
Deze vrouw kwam overduidelijk niet van hier. Ze kon niet herinneren welke stam aan zulke praktijken deed. Soms kwamen er handelaren van ver, die een kans zagen om hier bij een markt aan te sluiten als ze op doortocht waren.

Lori nam Asyar mee naar de poort van het grote dorp. Ze hoorden al gejuich en geklap toen ze dichterbij kwamen.
Alle stamleden hadden zich verzameld en wachtten op de komst van de andere zeven stammen.

"Ik kan het niet zien," zei Asyar toen hij tussen de stamleden heen probeerde te kijken.

"Kom, mijn prins," zei Ly toen. "Ik kan ons er langs krijgen. Pak mijn hand,".

Asyar deed wat ze zei en ze leidde hem langs alle dorpelingen heen. Een stoet liep langs.
Asyar zag de vaandels.

"Dat is de Zilvermaanstam," zei Ly. "En daarachter de Doodtandstam,".

Alle stammen waren in hun menselijke gedaante. Zo kwamen ze altijd binnen.

"Ik denk dat dat mijn grootvader is," zei Asyar toen en wees naar een wat oudere man die naast een vaandelhouder liep van de Goudbloedstam.
Een gouden druppel was het symbool van de stam.
Asyar voelde zich zo goed en tegelijkertijd nerveus om zijn grootvader te ontmoeten.

Lori wurmde zich langs de menigte en vond Asyar samen met Ly.

"Hier ben je. Als je klaar bent met juichen, kan je je grootvader ontmoeten," zei ze.

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top