hoofdstuk 28

♪ Let Her Go – Mac DeMarco ♪

De volgende ochtend wakker worden was moeilijk. Nadat mijn huilen eindelijk een beetje gestild was, stuurde Collin me richting de sportschool om daar nog mijn laatste beetje frustratie eruit te werken. Toen ik na meer dan een uur weer thuis kwam, hadden Collin en mam mijn kamer opgeruimd.
Na gedoucht te hebben, was ik meteen in bed gaan liggen en in slaap gevallen. Al mijn gedachten uitgesproken te hebben hielp goed met eindelijk een goede nachtrust te krijgen.
De goede nachtrust hielp echter niet met makkelijk uit bed komen. Ik heb meerdere keren mezelf omgedraaid, te erg in twijfel over wat te doen.

Ik kan er niet langer onderuit het niet uit te maken met Mirre. Friekman heeft gelijk; het is niet eerlijk tegenover haar en mezelf.
Maar dat maakt het er niet makkelijker op. Ik wil Mirre niet teleurstellen, maar ik weet dat ik dat met dit wel ga doen. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om haar zo ontzettend teleur te stellen.

Ik heb geen idee hoe ik me uiteindelijk uit bed heb gewerkt, aan heb gekleed en naar school ben vertrokken, de eerste paar lessen doorstaan heb, maar het is gelukt.

En ook al wil ik zo bezig zijn met Mirre vandaag, toch ontgaat Felix me niet. Hij lijkt pissig na wat er gisteren tussen ons gebeurd is op de stoep voor mijn huis, met als resultaat dat hij weer naar Bente graviteert.

En ook al wil ik Mirre niet teleurstellen, ik kan niet langer excuses verzinnen om haar aan het lijntje te houden. Vanmiddag moet het toch echt gaan gebeuren.
Ze had vanochtend al enthousiast ingestemd op mijn vraag om vanmiddag samen naar mij te gaan, maar het wordt elke minuut verleidelijker om die plannen te schrappen en mijn kop in het zand te steken.

Ik laat mijn ogen naar Felix naast me dwalen, wild wiebelend met zijn pen tussen zijn vingers en zijn voet zwevend en zwierend in de lucht. Ik kijk naar zijn rode nagellak, die hij overduidelijk gisteren opnieuw heeft aangebracht. De kleur is echter niet ongeschonden gebleven.

Mijn ogen glijden door naar Mirre, voor me in het lokaal. Ze is onwetend bezig met haar opdrachten. Mijn God, wat zal ze verwoest zijn vanmiddag.
Ik probeer me weer op het huiswerk onder mijn neus te focussen, maar keer op keer worden mijn ogen naar Mirre getrokken. Ik wil de laatste vrolijke momenten zoveel mogelijk absorberen voordat ik Mirre ga breken.

Plotseling gaan mijn ogen naar Felix wanneer hij me met zijn elleboog tegen mijn onderarm aanstoot. Verbaasd kijk ik hem aan; hij groet me terug met een halve grijns.
'Ze wordt nog verkouden als je haar nog langer uit blijft kleden met je ogen', zegt hij en ik voel mijn hoofd in één klap rood worden, omdat het precies het tegenovergestelde is van waar ik over aan het denken was. Mijn ogen schieten vluchtig weer naar haar.
'Laat het haar opeten met je ogen maar over voor thuis', zegt Felix wanneer mijn ogen weer de zijne ontmoeten en knipoogt naar me. De opmerking komt echter als een pijnlijke steek binnen.
'Sure thing', mompel ik en kijk weer naar mijn werk. Felix lacht flauw.

Hij is de reden dat ik niet meer zo over Mirre denk – hij is degene die ik met mijn ogen uit wil kleden, die ik wel op kan eten met mijn ogen. En het is ondertussen verwacht, maar nog altijd even ongewenst.

Ik wil dit niet. Ik wil weer naar huis – alleen. Ik wil Mirre niet onder ogen moeten komen vanmiddag. Het liefst kruip ik in mijn bed en kom ik er pas weer uit als Mirre mij vergeten is en ik over mijn gevoelens voor Felix heen gegroeid ben. Dan zou alles makkelijker zijn.

Na school fiets ik met ons groepje van vier naar huis. Bente fiets naast me en ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, dus laat ik haar maar het werk doen. Ze vertelt over haar volleybalseizoen en hoe zeker ze al zijn van hun overwinning een paar wedstrijden voordat het seizoen over is.
Ik ben te druk bezig met manieren bedenken om het niet te schokkend bij Mirre aan te laten komen dat ik het uit wil maken met haar om goed op Bentes verhaal te reageren, maar gelukkig heeft ze het niet door.

Wanneer we langs haar huis fietsen, verlaat ze als eerste de groep en vertrekt naar binnen. Het duurt nog geen halve minuut voordat ook Felix zijn huis heeft bereikt en naar binnen vertrekt.
Met een geforceerde glimlach kijk ik naar Mirre, wie me lief aankijkt en ook glimlacht, zo alle rimpeltjes in haar gezicht tentoonstelt die ik maar al te goed heb leren kennen de afgelopen maanden.

Mijn God, hoe moet ik haar zo gaan slopen?

'Hoe ging de Duits toets bij je?' vraagt ze. Ik haal mijn schouders op. Ze gelooft nog steeds dat mijn gesprek met Friekman over mijn cijfers ging.
'Hopelijk een voldoende', antwoord ik. 'Bij jou?'
'Ja, echt goed! Felix' bijlessen van de afgelopen weken hebben echt geholpen. Dat kind is briljant', zegt ze enthousiast. Ik glimlach als een boer met kiespijn wanneer de vraag door mijn hoofd schiet of Felix Mirre ook zou zoenen tijdens het geven van bijles.
'Daar laat hij alleen nooit iets van merken met zijn uitspraken', zeg ik en we lachen. Ik wil echter huilen wanneer ik het gevoel krijg dat dit misschien wel de laatste keer is dat ik haar laat lachen.

Bij mijn huis aangekomen gooien we onze fietsen in de heg en gaan naar binnen. In de woonkamer treffen we Collin en Sven aan, druk bezig met een project. Beide jongens kijken naar ons op.
'Hallo', groet Collin ons, gevolgd door Sven en Mirre. Ook ik mompel zacht iets terug, maar ik kan mezelf niet opbrengen opgewekt te klinken, te ongemakkelijk door Svens piercende blik.

'Wij pakken even iets te drinken en gaan dan naar boven', zeg ik.
'Als jullie maar niet te veel lawaai maken', zegt Collin met een smalle grijns. Sven kijkt me echter wetend aan.

Ik duw Mirre de woonkamer uit terwijl ik zelf naar de keuken ga om drinken in te schenken. Met twee glazen ijsthee ga ik de keuken uit en vertrek naar mijn slaapkamer, waar Mirre al op mijn bed op me te wachten zit.
Ik geef haar één van de glazen aan en kijk staand toe hoe ze er wat slokken uit neemt, niet in staat om naast haar te gaan zitten en zo haar reactie van dichterbij te moeten zien.

Mirres ogen dwalen over mijn lichaam terwijl ze haar halflege glas op mijn nachtkastje zet. Haar ogen blijven hangen op mijn kruis, wat zich net wat boven haar ooghoogte bevindt.
Grijnzend pakt ze de rand van mijn broek vast en trekt me zo dichter naar haar toe, waardoor ik mijn drinken over mijn hand knoei. Overdonderd kijk ik haar aan terwijl ze haar andere hand naar mijn broek brengt en hem wil gaan openen.

'Mirre', stamel ik en ga snel naast haar zitten, weet zo haar handen van me af te krijgen.
Zacht pakt ze mijn hoofd vast en zoent me intiem. Twijfelend ga ik op haar contact in. Misschien hoef ik het niet uit te maken met haar. Misschien kan ik mijn uiterste best doen om terug te krijgen wat we eerst hadden.

Even weet ik niet wat ik moet doen en kus ik terug. Mijn lippen gaan zoekend over de hare.
Maar mijn hart begint sneller te kloppen op een vervelende manier en zweet begint op mijn rug te staan om een nare reden.
Ik besef waar ik mee bezig ben en ik Mirre alleen maar langer voorlieg zo en haar nog meer bezeer als ik dit verder laat gaan en het daarna met haar uitmaak. Er moet een eind komen aan deze akte. Het doek moet vallen voor dit toneelstuk. De lichten moeten doven, hoe lastig het ook gaat zijn.

Abrupt trek ik weg. Verward, verbaasd en verontwaardigd kijkt ze me aan.

'Wat is er?' vraagt ze zodra ze mijn vertroebelde blik opmerkt.
'Mirre, ik moet je iets vertellen', zeg ik hees. Ze fronst diep en kijkt me bezorgd maar ongeduldig aan.
Ik durf niet meer. Dadelijk stort ze volledig in.
'Wat?' vraagt ze zacht en ik probeer de brok in mijn keel weg te slikken.

'Uh...' stamel ik en slik nog een keer. 'Ik... ik... Ik wil het eigenlijk... uh...' stotter ik, zoekend naar de juiste woorden om het zacht te brengen.
'...anaal proberen?' vult Mirre in en een verblufte lach verlaat mijn keel terwijl tegelijkertijd tranen in mijn ogen springen.

'Nee...' zeg ik bijna onhoorbaar en scan de grond, alsof ik daar de woorden kan vinden om te gebruiken. Ik kijk naar de rest van het bed, slik wanneer ik zie dat Collin mijn armbandje op het andere kussen neergelegd heeft.
Vlug kijk ik om in de hoop dat Mirre mijn blik niet zal volgen en zo het verband niet zal leggen.
'Wat dan?' vraagt ze en ik kan horen dat ze ongeduldig begint te worden. Oh God, ik stel haar nu al teleur en ik heb nog niet eens iets gezegd.

'Ik wil het eigenlijk uitmaken met je', zeg ik, en ik haat hoe bot het klinkt en hoe ik er totaal niet mee om doekjes wind.
'Wat?!' klinkt Mirre overdonderd. Gepanikeerd schieten mijn ogen naar haar, zie ook in haar bruine ogen tranen opstapelen. 'Is dit een grapje?' vraagt ze testend en het valt me zwaar dat ik mijn hoofd moet schudden. 'Levi, als dit een grapje is, dan vind ik het niet leuk', zegt ze en slaat mijn bovenarm.
'Het is geen grapje', verlaat hees mijn keel. Een dikke traan rolt uit Mirres oog, niet veel later gevolgd door een traan uit mijn eigen oog. Ik adem diep in en uit in de hoop kalm te blijven, maar mijn hele lichaam voelt aan alsof er een wervelstorm gaande is binnenin.

'Je wil het echt uitmaken met me?' stamelt ze zacht en ik knik klein. Voorzichtig pak ik haar hand vast en knijp er licht in.
Ze barst in tranen uit. Ik trek haar in een knuffel en laat haar huilen op mijn schouder. Ik voel haar tranen mijn shirt doorweken en voel opnieuw een traan mijn eigen oog verlaten. Traag ga ik met mijn hand door haar lange, bruine haren om haar hopelijk een beetje te troosten, zoals altijd heeft gewerkt. Ik vraag me echter af of het nog steeds hetzelfde effect oplevert nu.

'Sorry, Mir', mompel ik in haar haren en druk mijn tranen uit mijn ogen. Ik ben zo'n lul.
Mirre komt van mijn schouder af en kijkt me aan met haar rode, door tranen glinsterende ogen aan. Ik slik klein en voel opnieuw een traan uit mijn oog glippen. Ongelofelijk dat ik dit op moet geven.
'Waarom?' vraagt ze. Ik schrik door de vraag en kijk vlug van haar weg.
'Het ligt absoluut niet aan jou, oké?' zeg ik en bijt op mijn nagel.

'Dat vraag ik niet', zegt ze bot. 'Ik vraag waarom.' Nog sneller begin ik op mijn nagel te bijten.
'Je gaat het antwoord niet leuk vinden...' fluister ik. Ik vind het antwoord zelf ook nog altijd niet leuk.
'Zeg het gewoon', dringt ze aan en ik haat het, want ik weet dat het haar teleur gaat stellen. Met tranen brandend in mijn ogen kijk haar aan, besluit haar de waarheid te bieden.

'Ik ben iemand anders leuk gaan vinden...' zeg ik zacht en voel mijn keel samenknijpen. Ik kan haar echter niet de complete waarheid bieden. Wie weet wat dat gaat doen met onze vriendengroep.
'Wie?' vraagt ze bot, maar haar stem klinkt fragiel. Klein schud ik mijn hoofd.
'Het gaat het er niet makkelijker op maken als je het weet', geef ik eerlijk toe, maar de woorden zullen Mirre waarschijnlijk niet bereiken zoals ze bedoeld zijn.

'Wie?!' vraagt ze opnieuw, maar ik zwijg. 'Ben je al met haar bezig?' vraagt ze kortaf en tranen springen in nog hoger in mijn ogen bij het horen van "haar". Er is ondertussen zoveel meer voor me bekend geworden, maar ik ben nog niet bereid het aan haar te vertellen.
'Nee, tuurlijk niet', lieg ik.
'Oh, dus je kan het wel met me uitmaken, maar je kan me niet vertellen wie het meisje is waardoor je het überhaupt moet doen?' zegt ze beledigd en slaat met de rug van haar hand tegen mijn ribben aan. Ik weet dat de plek expres uitgekozen was wanneer een kleine steek door mijn borst trekt als kleine nawee van Marcs aanslag. Gepijnigd grijp ik ze beet, maar probeer rustig te blijven.

'Sorry, Mirre, maar ik weet zelf nog niet eens zeker hoe het precies zit', geef ik toe, maar ook deze woorden zullen haar niet bereiken zoals ze bedoeld zijn.
'Vertel het me gewoon', smeekt ze me en veegt haar tranen weg. Stug schud ik mijn hoofd. Straks gaat ze Felix haten vanwege mij; dat kan ik niet op mijn geweten hebben. Ik kan hun vriendschap niet verpesten.

'Ik denk dat het beter is dat ik even wacht met het vertellen tot dit allemaal bezonken is', zeg ik. Ze knikt.
'Het spijt me, Mirre, echt waar. Ik had zelf ook zo graag gewild dat het anders was. Maar ik kan mezelf helaas niet veranderen', geef ik toe en twee dikke tranen rollen uit mijn ogen. Kon ik mezelf maar veranderen. Was er maar nooit een deel in me geweest dat zich aangetrokken voelde tot jongens.
'Nee...' fluistert Mirre. Zacht bijt ik op mijn onderlip.

'Vertel alsjeblieft aan niemand dat het uit is', vraag ik. 'Wie weet wat er gebeurt als Marc het te weten komt.' Ze knikt huilend en staat op.
'Ik ga', zegt ze en drukt een kus op mijn lippen. 'Tot morgen', zegt ze en begint mijn kamer uit te lopen.
'Mirre', stoot ik verward uit en grijp haar pols vast. Hoopvol maar vertroebeld kijkt ze me aan. 'Ik houd echt nog heel erg veel van je, weet dat alsjeblieft. Je bent een van de meest belangrijke personen in mijn leven', zeg ik, maar Mirre zwijgt. 'Moet ik je thuis afzetten? Je bent nogal overstuur.'

'Nee. Tot morgen', zegt ze en verlaat meteen mijn kamer. Beduusd blijf ik alleen achter in mijn kamer en luister toe hoe Mirre de trap afgaat en het huis verlaat. Ik kan het echter niet aan om haar na te kijken via mijn slaapkamerraam.
Uitgeput laat ik mezelf op mijn bed vallen en staar naar het plafond.

Ik heb het gedaan. Ik heb het echt gedaan. Ik heb het werkelijk met Mirre uitgemaakt.

Aan de ene kant ben ik heel trots op mezelf dat ik het heb durven doen, maar aan de andere kant ben ik nog nooit zo teleurgesteld in mezelf geweest om iets wat ik heb moeten doen.

Is het fout van me dat ik er toch enigszins tevreden over ben?

En wanneer ik er nog een derde keer over nadenk, begint eindelijk het gevoel van verdriet mijn trots in te nemen. Alles wat Mirre en ik hadden, is nu achter ons. Er is geen weg terug meer. Ik heb haar gebroken.

De voordeur is te horen en ik weet dat het Sven is die naar huis gaat. Een groep scooters komt voorbij, maar mijn oren focussen zich op de stemmen die zich voor het huis bezighouden.
Verbaasd kruip ik omhoog op mijn ellebogen wanneer ik hoor wat er gezegd wordt.

'Ga je net weg van een neukpartij met Levi?' klinkt een zware stem en abrupt schiet ik op van mijn bed. Van een kleine afstand kijk ik door mijn raam naar buiten, waar Sven zijn fiets uit de heg haalt en vliegensvlug vertrekt, zo wegvlucht van Marc en zijn geschorste vrienden die aan zijn komen rijden.

Mijn hart bonst in mijn keel.

Nee.

Ik stap wat naar achteren en kijk toe hoe Marc en zijn vrienden van hun scooters stappen. Ze lopen meer richting het huis. Ik voel zweet in mijn handpalmen vormen.

Nee.

'Hé, Levi!' klinkt Marcs stem luid. Mijn hoofd duizelt. Verdomde Sandra heeft mijn adres gegeven. Ik wist dat het dom was dat Felix zijn huis heeft opgezocht. Nu ben ik de dupe ervan.
'Laat je eens zien, vuile nicht!' roept hij en tranen springen in mijn ogen. Zelfs na zijn schorsing is hij nog niet klaar met me.

'We missen je, man. Geen kleine flikker meer die we de grond in kunnen stampen', zegt hij en ik voel mijn keel droog worden. Zwijgend kijk ik toe, hopend dat ze me niet kunnen zien vanaf de plek waar ik sta.
'Laat je lelijke kop zien, homo! Ik snap niet dat Gaylix daar tegenaan kan kijken. Je pik moet wel erg goed zijn', zegt hij en er vliegt een klein kiezeltje tegen het raam. Ik schrik erdoor weg.

'Moeten we je komen halen? Ik heb een hele mooie tak waar ik je kop mee in kan slaan! Of ik kan hem in je reet douwen, als je dat fijner vindt! Want door jou heb ik een fucking taakstraf van veertig uur! Daar mag je wel je verdiende loon voor krijgen, homo', zegt hij en ik voel een traan uit mijn oog ontsnappen. Zelfs een wettelijke straf is niet genoeg om hem tegen te houden.

'Laat je zien, mietje!' roept nu een van zijn andere vrienden.
'Laat zien dat je op z'n minst nog een klein beetje man bent en laat die kutkop van je zien', zegt Marc weer. 'Of ben je te druk bezig met in je kont geneukt worden? Stik niet in die dildo van je, hè? Of zit hij vast in je reet? Kan je niets zeggen omdat je de lul van Gaylix in je bek hebt?! Kunnen jullie niet komen omdat jullie samen in de kast verstopt zitten?! Te druk bezig met elkaars stront eruit te neuken? Vuile homo's!' Hij weet van geen ophouden.

'Hé, Levi, homo! Kom eens tevoorschijn, man! Felix! Felix, laat die pik eens vrij uit je aars en laat jullie koppen zien! Homo's!' En hij blijft maar doorgaan en doorgaan. Er komt weer een kiezeltje tegen het raam.

Een dikke traan verlaat mijn oog. Hoe kan iemand zo zijn?

'Laat je kop eens zien! Dan kan ik hem in elkaar timmeren!' roept hij en ik zie hem wild zwaaien met de tak. Voorzichtig stap ik dichter naar het raam, neem alle mensen buiten in me op.
'Ja! Daar is 'ie hoor! Homo Levi! De grootste faggot van de hele wereld! Je gaat zo'n spijt hebben dat je ons verlinkt hebt! Je gaat je ogen niet meer dicht durven doen als ik straks klaar ben met je!' buldert hij. Tranen rollen ongestoord uit mijn ogen.

'Levi?' hoor ik zacht en voorzichtig achter me; Collin is mijn kamer ingestapt. Ik was zo afgeleid door Marc dat ik hem nog niet eens de trap op had horen komen.
'Met wie praat je? Je vuile flikker vriendje? Staat Gaylix met zijn boner in je te porren? Mooi! Dan heb ik meteen twee vliegen in één klap!' roept Marc zodra hij merkt dat ik afgeleid ben. Ik kijk echter niet om.

'Gaat het?' fluistert Collin en stapt dichter naar me toe. Zwijgend kijk ik hem aan terwijl de tranen over mijn wangen stromen. Waarom moest dit uiterlijk vandaag gebeuren?

Het is mijn karma voor het verknallen van mijn relatie met Mirre.

'Kom eens naar buiten, joh! Dan laat ik zien wat er met mensen zoals jullie moet gebeuren! Jullie hebben geen recht op leven, vuile homo's!' roept Marc. Ook Collin is duidelijk beangstigd.
'Ik maak je helemaal kapot! Je kan straks helemaal niets meer! Jij vuile tering homo!'

Geschrokken kijk ik om wanneer ik een deur hoor openen, bang dat Marc de deur open heeft weten te breken. Het is echter de buurvrouw. Mijn moed zakt in mijn schoenen. Wat als ze haar iets aandoen?
'Heren, wat denken jullie wel niet? Iemand gaan bedreigen? Dat is strafbaar!' roept ze. Gepanikeerd open ik het raam, gedreven om hun interactie zo kort mogelijk te houden voordat het dadelijk verkeerd afloopt.

Marc haalt meteen zijn aandacht van de buurvrouw af en kijkt me vies grijnzend aan.
'Daar is de smerige faggot eindelijk!' roept hij en de buurvrouw begint weer te praten, maar zijn aandacht gaat niet naar haar. Ik wil net gaan praten, wanneer Marc me kil aankijkt en weer begint te roepen.
'Levi, lach eens', zegt hij en gooit iets naar het raam. Geschrokken duik ik weg, waardoor ik met mijn kin tegen de vensterbank klap en mijn tanden door mijn lip bijten. Deze keer is er geen Felix om er een kusje op te geven.

Geschrokken kijk ik om wanneer er iets zwarts over mijn hoofd vliegt en met een luide klap op mijn slaapkamervloer klettert. Verbijsterd pakt Collin de grote, zwarte kei op en kijkt me aan alsof hij elk moment flauw kan vallen.
Ik kruip omhoog en kijk weer naar buiten, waar Marc tevreden staat te grijnzen.

'Doe normaal!' krijst de buurvrouw. Mijn hart bonst in mijn keel. 'Ik heb alles gefilmd, sukkels! Dus als je niet opgepakt wil worden door de politie, moet je ervoor zorgen dat je snel weg bent, want ze komen er al aan', zegt ze. Verslagen zucht ik. Ik wil niet nog een keer door dit proces heen moeten gaan.
Marcs vrienden stappen gehaast op hun scooters en racen de straat uit.
'Doei, faggot! Tot over een paar weken op school!' roept Marc nog na en daarna is de groep uit het zicht.

Ik laat mezelf op mijn knieën vallen en barst in tranen uit. Ik hoor dat Collin de steen laat vallen en al snel voel ik zijn armen om me heen. Hij legt zijn hoofd op mijn schouder en probeert me te troosten, maar ik kan alleen maar aan Marcs woorden denken – aan dat ik net ook zo met Mirre heb gezeten en het dus mijn verdiende loon is.

'Levi? Is alles oké?' klinkt de buurvrouw.
'Ja, bedankt, José!' roept Collin en sluit het raam. Ze roept nog wat, maar we luisteren beide al niet meer en huilen in elkaars armen.
Collin wiegt me heen en weer en probeert me te troosten, maar het werkt niet. Vandaag was veel te zwaar. Net op het moment dat ik dacht dat mijn wereld klaar was met uit elkaar vallen, brokkelt hij alleen nog maar verder af.

Waarom? Waarom ik?

's Avonds lig ik op bed en staar wezenloos naar het plafond. Mijn gedachten drijven heen en weer. Zacht voel ik de wond op mijn lip door hem voorzicht tussen mijn tanden te nemen.

Daniël had me verschillende berichtjes gestuurd met de vraag of alles oké was, Sven die hem ingelicht had dat Marc naar mijn huis was gekomen. Daniël zei dat hij een beetje pissig was dat Sven vetrokken was en niet bij Collin en mij was gebleven, maar zodra hij de video van de buurvrouw zag, begreep hij wat beter dat Sven meteen vertrokken was.

Ik vraag me af of Mirre nog aan het huilen zal zijn. Wie weet hoelang het duurt voor ze over me heen zal zijn. Het kan niet anders dan dat ik haar hart gebroken heb. En ze heeft er geen enkele seconde van verdiend.

Mijn gedachten gaan weer over naar Marc. Hoe hij bulderend onderaan mijn raam stond. Hoe hij me keer op keer bedreigde. Hoe hij met zijn tak stond te slingeren en de kei door mijn raam naar binnen gooide.
Maar het ergste is, dat ik het gevoel heb dat ik zelf net zo'n lul ben. Het is dan wellicht op een andere manier, maar toch kan ik de gedachte niet van me afschudden. Ik heb Mirre net zo verpulverd als Marc bij mij heeft gedaan.

Gefrustreerd draai ik me op mijn andere zijde. Ik kruip in elkaar wanneer ik een gedaante naast mijn bed zie staan. Ik vouw mijn armen om mijn hoofd ter bescherming en knijp mijn ogen stevig dicht. Wanneer er niets gebeurt, kruip ik verward uit elkaar. Nu zie ik dat het Collin is en opgelucht zucht ik. Hoe had Marc ook mijn huis in willen komen?

'Col, ben je aan het slaapwandelen?' vraag ik.
'Ik kon niet slapen vanwege vanmiddag, dus ik dacht dat jij misschien ook nog wakker zou zijn. Ik dacht dat ik misschien bij jou in bed kon slapen om elkaar een beetje rustig te krijgen...' fluistert hij. Het weet me op een of andere manier te laten glimlachen, maar aan de andere kant laat het me schuldig voelen dat Collin vanmiddag heeft moeten doorstaan.

'Graag', zeg ik en klop op de lege bedhelft naast me – de helft waar Mirre normaal zou gelegen zou hebben. Snel gris ik het armbandje nog weg en verstop het weer onder mijn kussen.
Collin loopt om het bed heen en kruipt onder de dunne dekens. Ik rol me weer op mijn andere zij en kom zo met mijn gezicht naar dat van hem te liggen. Het is net licht genoeg om in zijn ogen te kunnen kijken, maar het helpt ook mee dat er een klein lampje op de overloop brandt en via de kier van mijn kamerdeur licht naar binnen laat sijpelen.

'Gaat het een beetje?' vraagt hij.
'Dat kan ik net zo goed aan jou vragen', zeg ik terug, niet bereid het eerlijke antwoord te geven.
'Ik heb niets te klagen. De woorden waren niet naar mij gericht', zegt hij. Ik knik.
'Het gaat', antwoord ik uiteindelijk. Daarna vallen we stil. Ik probeer op mijn ademhaling te letten terwijl ik Collin aankijk.

Waar heb ik hem aan verdiend? Ik ben de afgelopen tijd alleen maar gemeen tegen hem geweest. Waarom is hij zo lief voor me? Collin verdient een betere broer.

Ik kijk naar zijn blauwe ogen en ik kan er niets aan doen dat ik ze met die van Felix begin te vergelijken. Aan de prachtige kleur van zijn irissen, die zo felblauw en -groen zijn dat het haast lijkt alsof hij heel de wereld heeft afgereisd en van elke heldere oceaan een beetje kleur erin heeft opgeslagen.
Hoe de sproetjes over zijn neus verspreid zitten alsof iemand met een verfkwast rond heeft lopen slingeren. Ik weet nog dat hij stopte met het dragen van zijn make-up om de sproetjes te bedekken na een aantal weken op het middelbaar. Ik weet nog heel goed dat ik verwonderd was door zijn prachtige, natuurlijke verschijning. Ik weet nog dat ik me afvroeg waarom iemand ooit zoiets moois zou bedekken. Ik denk dat ik zelfs toen al een kleine crush op hem had.

'Ik heb het uitgemaakt met Mirre.' Ik heb het gezegd voordat ik er erg in had en ik kan mezelf er wel voor slaan. Vraag ik aan haar of ze het er met niemand over kan hebben, ben ik zelf degene die nog dezelfde avond erover begint tegen een ander.
'Echt?' stoot Collin verbaasd uit.
'Ja', zeg ik hees. Ik slik een keer om mijn droge keel een beetje vochtig te krijgen.

'Waarom?'
'Ik vind iemand anders leuk', antwoord ik eerlijk. Collin knikt en zwijgt.
Stil kijkt hij me aan en ergens vind ik het fijn dat hij niet vraagt wie het is. Aan de andere kant had ik gehoopt dat hij ernaar zou vragen, zodat ik een aanknopingspunt zou hebben om over Felix te vertellen. Misschien is het beter dat het niet gebeurt, want ik ben er denk ik nog niet helemaal klaar voor om voor iemand uit mijn familie uit de kast te komen.

En toch begin ik me af te vragen waarom hij het niet vraagt. Zou hij al weten wie ik leuk ben gaan vinden? Zou hij het erg vinden? Misschien vindt hij Felix en mij helemaal niet bij elkaar passen. Misschien heeft hij nog wel gelijk ook.

'Hoe weet je eigenlijk dat je iemand leuk vindt?' vraagt hij en ik lach om de onverwachtse vraag.
'Dat weet je gewoon', zeg ik. 'Er valt niets aan uit te leggen. Maar als je weet hoe het voelt, dan begrijp je precies wat ik bedoel', zeg ik. Ik begin te grijnzen.

'Je vindt iemand leuk?' vraag ik en ongemakkelijk begint Collin te woelen in de dekens.
'Ik denk het', zegt hij.
'Denk je het of weet je het?' vraag ik nieuwsgierig.
'Levi, ik lig hier voor jouw gevoelens, niet voor die van mij', kapt hij het onderwerp abrupt af en ik lach.

'Prima', zeg ik zacht. 'Is het Kim?' Collin kreunt gefrustreerd en ik lach.
'Levi!' zeurt hij.
'Sorry', lach ik. Hij trekt me in een knuffel. Ik sluit mijn ogen en zucht zacht. Ik voel Collins borstkas rijzen en dalen en ik kan alleen maar wensen dat de jongen die bij me in bed had gelegen nu Felix was geweest.

'Hoe reageerde Mirre?'
'Huilen.' Collin humt. 'Zullen we proberen te slapen?' stel ik voor, ook ik niet bereid over een bepaald onderwerp door te gaan.
'Ja...' zegt Collin zacht. En daarmee weten we beide na veel moeite in slaap te vallen.

--------------------

Wil je sneller verder kunnen lezen? "40 seconden met één jongen" is te koop via Brave New Books, verschillende webshops en boekenwinkels! Door het boek te kopen kun je helemaal zelf bepalen wanneer je verder leest. :)

Heb je iets meer geduld? Dan kan je elke woensdag en elke vrijdag een nieuw hoofdstuk verwachten!

Bạn đang đọc truyện trên: AzTruyen.Top